'Aankoop Mondriaan was onvermijdelijk'

De nieuwe staatssecretaris voor cultuur gaat zich volop richten op een nationaal aankoopfonds voor musea. Een particuliere stichting nam het voortouw. Gisteren kreeg de Nederlandse staat van haar het laatste doek van Mondriaan. De aankoop was een “onvermijdelijke opzet”, aldus initiator J.M. Boll.

DEN HAAG, 1 SEPT. Een leeg museum, omringd door leeggepompte vijvers. Als de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (1872-1944), de duurste kunstaankoop ooit in dit land gedaan, ergens niet thuishoort, dan is het hier: in het hagelwit gesausde, maar nog onttakelde Haags Gemeentemuseum. Toch is gisteren juist op deze plek de Mondriaan van tachtig miljoen gulden, particulier gefinancierd uit een schenking van De Nederlandsche Bank, officieel overgedragen aan de Nederlandse staat.

Als eerste mocht koningin Beatrix het doek bekijken. Samen met prins Willem Alexander, premier Kok en minister Zalm van Financiën betrad zij de verafgelegen zaal waar de Victory Boogie Woogie (1942-1944) op een ezel stond opgesteld. Even leek die ruimte op het heilige der heiligen, zo schroomvallig als andere aanwezigen - museumdirecteuren, andere kunsthistorici en politici - later over de drempel kwamen.

Vanaf 29 oktober, als het gerestaureerde Haags Gemeentemuseum is heropend, hangt het doek er voor iedereen. Een doek dat zich in zijn witte lijst ineens groter voordoet dan de 127 bij 127 centimeter, en dat ineens door de vele stukjes kleurband veel meer relïef vertoont dan welke reproduktie dan ook doet vermoeden. Soms lijken die stukjes op smoezelige, beige pleisters, die je zo zou willen lospeuteren. Om dat laatste te voorkomen zal er straks elke dag een veiligheidsbeambte bij de Victory staan. Jaarlijkse kosten: een ton.

Die onvoltooide staat deed trouwens niets af aan de vele recente loftuitingen uit kunsthistorische hoek. Ook J.M. Boll - voorzitter van de Vereniging Rembrandt, lid van de Raad van State en de sterke motor achter deze transactie - liet zich gisteren niet onbetuigd: “het gaat om victorie, om de overwinning in de oorlog tegen de krachten van de duisternis, (-) om de triomf van de vrijheid van meningsuiting niet alleen in woorden maar ook in beelden, omdat de zege van wat Mondriaan de 'ware realiteit' noemde, namelijk die der abstractie, die in continentaal Europa als 'entartete Kunst' was verboden en vernietigd”, aldus Boll, die, volgens ingewijden, al vele jaren stilletjes de jacht op de Victory voorbereidde.

Het feit dat diezelfde 20ste-eeuwse 'Nachtwacht' tot vorige week waarachtig nog boven het bed hing van het New-Yorkse echtpaar Newhouse, helpt om die huidige stortvloed van superlatieven enigszins te relativeren. Dezelfde schatrijke Newhouse liet deze krant gisteren per fax weten dat het een van zijn stelregels is in het openbaar geen commentaar te leveren op private of zakelijke kwesties. Niettemin onderstreept ook de kunsthistoricus Joop Joosten, die 25 jaar lang Mondriaans werk bestudeerde, en onlangs de catalogue raisonné van diens oeuvre publiceerde, het grote belang van de Victory: “Juist dit doek heeft me geleerd dat Mondriaan volledig intuïtief werkte, en niet systematisch of mathematisch, zoals vaak gedacht wordt. Zijn composities ontstonden al doende. Daarom zijn de maten ook steeds zo verschillend. Hij legde een niet opgespannen doek op tafel en zette daar in houtskool en olieverf een schetsontwerp op uit. Dan begon het schuiven met de lijnen. Pas als het hem iets leek, liet hij het doek opspannen.”

Waarom gebruikte hij die stukjes gekleurd papier? “In 1940 had Mondriaan achttien van zijn laatste schilderijen vanuit Londen naar New York meegenomen, veelal doeken met zwarte parallelle lijnen. Daar voegde hij in New York kleurvlakjes aan toe, en in enkele gevallen meer lijnen. Maar hoe bepaalde hij de positie en de grootte van die kleurvlakjes die hij toevoegde? Mijn hypothese is: met uitgeknipte stukjes papier die hij er op plakte. Hij wilde met kleur de ruimte van het wit opvullen en in zijn allerlaatste doeken wilde hij ook de zwarte lijnen opbreken. De kleurstrips, op rollen die in Europa niet verkrijgbaar waren, gaven hem de mogelijkheid om hiermee te experimenteren. Hij schoof de strips heen en weer, dat zie je aan de randen van de late doeken want die zitten vol met punaisegaatjes. Hij kon de strips ook weven, bijvoorbeeld het geel onder het rood door, om diepte-effecten te vermijden. Om de kleur beter te krijgen zijn in de Victory de strips ook beschilderd. Uiteindelijk haalde hij dan het papier eraf en schilderde de ondergrond”, aldus Joosten.

Mondriaans techniek kwam gisteren in Den Haag overigens volstrekt niet aan de orde. Er viel iets te vieren en dan dienen er hoopvolle mededelingen te worden gedaan. Daarom beloofde staatssecretaris Rik van der Ploeg van cultuur zich nu “volop te richten op de verwezenlijking van een nieuw aankoopfonds voor de musea”. Want “de illusie mag niet ontstaan dat de problemen nu allemaal zijn opgelost”. Hiermee doelde hij op de gift van 110 miljoen van De Nederlandsche Bank, aanvankelijk bestemd voor zo'n fonds, maar nu al door de recente aankoop grotendeels uitgegeven.

Sommige politici zetten hier vraagtekens bij. Zoals Ursie Lambrechts, lid van de Tweede Kamer voor D66, die gisteren op de Opiniepagina van deze krant schreef dat De Nederlandsche Bank had die 110 miljoen gulden in een overheidsfonds moeten storten. Eerder betichtte zij Boll en zijn 'onbekende stichting' van een opzetje, een soort onderhandse deal om voor tachtig miljoen - 'bepaald geen koopje' - alleen maar deze Mondriaan aan te schaffen, en helemaal geen fonds te willen oprichten. En zo hadden gever en ontvanger valse verwachtingen gewekt bij musea en andere instellingen.

“De aankoop was geen opzetje, maar een onvermijdelijke opzet”, zei Boll gisteren na afloop. “We kunnen in Nederland moeilijk over een zaak als deze een referendum houden. En het te vroeg bekendmaken van de voorgenomen aankoop had menig gefortuneerde Amerikaanse verzamelaar op hetzelfde idee kunnen brengen. Als mevrouw Lambrechts het op een andere manier kon doen, dan hoor ik dat bijzonder graag.”

Aan een openbaar debat over de Victory had Boll echt geen behoefte. “Zo'n debat is recentelijk wèl gevoerd over een voor Nederland uitzonderlijk belangrijk schilderij van Cézanne, particulier eigendom dat naar het buitenland dreigde te verdwijnen. Uiteindelijk leidde dat nergens toe. Die Cézanne is dankzij particulier initiatief gered”, aldus Boll.

De Nederlandsche Bank mocht die gift, publiek bezit, niet zomaar eigengereid doen, vonden anderen. Parlement en regering hadden hun goedkeuring moeten verlenen. “Je mag ervan uitgaan dat deze zelfstandige instelling daarover contact heeft gehad met de minister van financiën”, aldus Boll. “Ik hoop alleen maar dat de staat nu het goede voorbeeld volgt en een nationaal aankoopfonds opricht. Wij zijn gaarne bereid daarover mee te praten.”