Unzerstörbar

Hans Sakkers: Flaktürme. Berlin, Hamburg, Wien. Plus supplement met plattegronden. Uitg. Fortress Book, Nieuw-Weerdinge, 112 blz.

“Das hat der Onkel Adolf gebaut”, zei een bouwvakker over de raadselachtige betonkolos in Hamburg. Bij het binnenrijden van Hamburg in de zomer van 1994 waren we op iets gestuit dat nog het meest leek op een middeleeuws kasteel, maar dan helemaal van beton. Het was een bunker, dat was wel duidelijk, en het was ook niet moeilijk om te raden dat de kolos stamde uit de Tweede Wereldoorlog.

Maar wat deed dit immense ding midden in de stad? Waarom was de bunker, meestal toch een gebouwtype dat het liefst ondergronds gaat, zo hoog en groot, alsof het was gebouwd als gemakkelijk doelwit? En waarom had het bouwwerk de archaïsche vorm van een kasteel gekregen? En waarom zaten er in deze reuzenbunker zoveel ramen? En waarom had het gebouw zo'n vreemde rand? De bouwvakker, die op ons kwam afgesprongen nadat we een hek waren gepasseerd, wist het allemaal niet. Wel kon hij vertellen dat de bunker werd verbouwd tot ruimten voor bedrijven en galeries, maar van de geschiedenis wist hij niets.

Vier jaar later worden alle vragen beantwoord in het boek Flaktürme. Flak is een afkorting voor Flugzeugabwehrkanon. Het gaat bij de bunker op het Heiligengeistfeld in Hamburg dus om een luchtafweergeschuttoren. Anders dan de Duitse titel doet vermoeden is het boek geschreven door de Nederlander Hans Sakkers en ook uitgever Fortress Books is Nederlands. Volgens René Roede van de uitgeverij, die in publicaties over verdedigingswerken is gespecialiseerd, is dit het eerste boek over Flaktürme. Ze behoren tot de grootste bunkers in Europa en voor bunkers als deze bestaat volgens hem “zeer grote belangstelling - vooral bij jongere mensen.”

De auteur Sakkers is een bunkerfanaat die zich heeft verdiept in de luchtafweergeschuttorens die niet alleen zijn verrezen in Hamburg maar ook in Berlijn en Wenen. Hij is in Duitse archieven op zoek gegaan naar gegevens over de Flaktürme en heeft verschillende specialisten gesproken. Alles wat hij heeft gevonden, is in het boek terechtgekomen, inclusief overdrukken uit de tijdschriften Die Wehrmacht en Die Woche.

Wie in zulke tijdschriften neust is 53 jaar na de Tweede Wereldoorlog voor veel mensen nog steeds verdacht. Misschien om iets van deze verdenking weg te nemen bestaat de achterzijde van het boek uit een fotocollage. Hierop staat een portret van de Engelse Royal Airforce officier Arthur Harris, verantwoordelijk voor het bommentapijt op Dresden, naast dat van de RAF-terrorist Andreas Baader. Of Sakkers hiermee wil zeggen dat de ene RAF uiteindelijk heeft geleid tot de andere RAF, de Rote Armee Fraktion, is niet duidelijk. In zijn voorwoord merkt Sakkers nog wel op dat de verwerking van de oorlog in Duitsland heeft geleid tot de terreur van de Baader-Meinhof-Gruppe, en in Engeland tot een standbeeld voor Bomber Harris, maar in de rest van het boek wordt deze opmerking verder niet uitgewerkt - Flaktürme is gewoon een Duits-gründliche en nuchtere beschrijving van de geschiedenis van de torens. Als supplement op het boek zijn zelfs grote plattegronden van de toren op het Heiligengeistfeld in Hamburg bijgevoegd. Zoals alle Flaktürme bestond die in Hamburg uit twee delen: een zogenaammde Gefechtsturm voor het luchtafweergeschut en een naburige Leitturm waarop radar- en zendapparatuur stond opgesteld.

De Hamburgse bouwvakker vertelde geen sprookjes toen hij zei dat oom Adolf de bunker had gebouwd. De oorsprong van de Flaktürme ligt inderdaad bij Hitler, zo blijkt uit Sakkers boek. Het was de Führer zelf die op 9 september 1940 besloot tot de bouw van de Flaktürme in Berlijn, nadat de Duitse hoofdstad was getroffen door Engelse bommen. Berlijn moest beter worden verdedigd tegen vijandelijke vliegtuigen, vond Hitler, en daarom moesten er midden in Berlijn luchtafweergeschuttorens komen. Er staan in Flaktürme een paar schetsjes van zulke torens die mogelijk door Hitler zijn gemaakt. Ze laten de contouren zien van de eerste Berlijnse Flaktürme, waarvoor de architect Friedrich Tamms het ontwerp maakte. Tamms werkte in de Tweede Wereldoorlog onder meer aan de Autobahnen en voor Generalbauinspektor Albert Speer aan het nieuwe Berlijn.

Tamms ontwierp in de loop van de oorlog drie typen Flaktürme. Het eerste type, dat in Berlijn en Hamburg werd gebouwd, leek op een oud kasteel. Het tweede type kreeg een veel zakelijker aanzien, onder invloed van de oorlogschepen waar de kanonnen efficiënter stonden opgesteld. Het derde en laatste type, dat aan het einde van de oorlog alleen in Wenen werd gebouwd, had een simpele zestienhoekige vorm.

Vooral de eerste Flaktürme waren kolossale bouwwerken. De Hamburgse Gefechtsturm op het Heiligengeistfeld is ongeveer 39 meter hoog en 75 meter lang en breed. Deze afmetingen maakten een dubbelfunctie van de Flaktürme mogelijk: boven op de uitkragingen en het dak van 3,5 meter dik gewapend beton stond het luchtafweergeschut, binnen kon de burgerbevolking bij bombardementen schuilen achter de tweeënhalf meter dikke muren. Zo was er op drie van de vijf verdiepingen van de allereerste Flakturm in Berlijn officieel plaats voor 15.000 mensen, maar vaak was het aantal twee keer zo hoog. Verder werden er archieven en kunstschatten in ondergebracht en soms complete ziekenhuizen.

De nazi's maakten tijdens de oorlog al plannen voor een ander aanzien van de Flaktürme na de oorlog. Ze zouden met baksteen en natuursteen worden bekleed en, voorzien van een monumentale ingang en echte kantelen, het aanzien krijgen van een Walt-Disney-kasteel. Zo ver is het niet gekomen. In Berlijn werden de drie Flaktürme opgeblazen. In Hamburg zijn alleen de Leittürme verdwenen en staan de twee Gefechtstürme er nog. In Wenen hebben de Sovjets geprobeerd een van de twee Flaktürme op te blazen, maar dat is ze niet gelukt.

Ook in Hamburg doken van tijd tot tijd plannen op om de nazi-kolos op te ruimen. Nog in 1986 dacht het stadsbestuur aan afbraak, maar het zag daar van af toen de sloop maar liefst 50 miljoen mark moest gaan kosten. De nazi's hadden zo degelijk gebouwd, dat er niets anders op zat om zich met de Flakturm te verzoenen.

    • Bernard Hulsman