Universiteit Delft gaat zelf op zoek naar fondsen

De Technische Universiteit Delft wacht niet langer op het broodnodige geld van het ministerie, maar gaat zelf fondsen werven. Dat bleek vandaag aan het begin van het academisch jaar.

ROTTERDAM, 31 AUG. “Onheilspellend”, noemt collegevoorzitter J. Veldhuis van de Universiteit Utrecht de door universiteiten veel gekritiseerde bezuinigingen van het nieuwe kabinet op het hoger onderwijs. Investeringen zijn absoluut noodzakelijk voor de versterking van de Nederlandse kenniseconomie, zo zei Veldhuis vanmiddag in zijn openingsrede ter gelegenheid van het nieuwe academische jaar.

Van de twee andere universiteiten (Delft en Nijmegen) die vanmiddag al het studiejaar inluidden, uitte ook de Technische Universiteit Delft scherpe kritiek op de onderwijsbeleid van het kabinet Kok II. De andere elf universiteiten openen volgende week het academische jaar.

Collegevoorzitter N. de Voogd van de TU Delft zei in zijn openingsrede dat economische groei, welvaart en welzijn in toenemende mate afhankelijk zijn van grensverleggend onderzoek en onderwijs. Bezuinigen zijn niet alleen onaantrekkelijk maar, zeker wat betreft natuurwetenschappen en techniek, ook pertinent onjuist, stelde De Voogd. Voor de TU Delft lopen de kortingen in zes jaar op tot veertig miljoen gulden per jaar.

In het regeerakkoord staat dat onderwijs en kennis noodzakelijk zijn, niet alleen ten behoeve van de individuele ontplooiing van mensen, maar ook voor de economische, sociale en culturele ontwikkeling van ons land. Die woorden zijn zonder inhoud gebleken, vindt Veldhuis. Volgens hem zal de internationale concurrentiepositie van Nederland de komende jaren verslechteren.

Het nieuwe kabinet trekt tot 2002 een bedrag van 1.8 miljard gulden extra uit voor vooral het basis- en middelbaar onderwijs, maar blijft bezuinigen op het hoger onderwijs. De universiteiten moeten een bedrag van 100 miljoen gulden bezuinigen, bovenop de kortingen van van 200 miljoen waartoe het vorige kabinet al had besloten.

De sprekers in Utrecht en Delft wijten dit aan het slechte imago van de universiteiten. Het meest problematisch zijn niet de bezuinigingen zelf, zei H. Voorma, de rector magnificus in Utrecht, maar eerder het “beangstigend stilzwijgen” waarin de publieke opinie zich hult. “Misschien is dat wel het teken van de geïsoleerde maatschappelijke positie waarin de universiteit verkeert.” Hij pleit dan ook voor een sterkere binding van het onderwijs en onderzoek met belangrijke maatschappelijke vraagstukken.

De TU Delft gelooft dat er maar één weg is om de waardering in de samenleving te verdienen. Volgens De Voogd moet zijn technische universiteit zich voortaan meer toeleggen op de taak waarvoor zij staat: grensverleggend basisonderzoek verrichten voor de technologie voor de 21ste eeuw. Daarnaast moet de TU Delft jonge mensen opleiden die deze nieuwe technologie kunnen toepassen en verder ontwikkelen.

Om de ambitieuze plannen te kunnen bekostigen, wil De Voogd niet langer wachten tot de overheid hiervoor geld vrijmaakt. De TU Delft neemt zelf het heft in handen en gaat bij ondernemingen in de hele wereld fondsen werven. Deze zogenoemde derde geldstroom moet de komende vijf jaar groeien van 130 miljoen gulden naar 175 miljoen. De universiteit zal zich daarbij vooral richten op buitenlandse bedrijven en instellingen.

In Nijmegen deed gastspreker prof. C. Schuyt, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, het woord. Hij zou het onjuist vinden als universiteiten zouden proberen hun marktaandeel te vergroten door te streven naar het predikaat 'topuniversiteit'.

In tegenstelling tot de TU Delft, die een internationaal toonaangevende universiteit wil worden, vindt hoogleraar Schuyt samenwerking tussen universiteiten harder nodig dan een verhevigde onderlinge concurrentiestrijd. Hij raadt de Nijmeegse universiteit dan ook aan zich niet te veel aan te trekken van het “soms erg neurotische gestreef naar academische distinctie.”