Uitspraken van Couzy; Kamer wijst verwijten aan Voorhoeve af

DEN HAAG, 31 AUG. De verwijten van oud-landmachtbevelhebber Couzy als zou de toenmalige minister van Defensie, Voorhoeve, na de val van Srebrenica zijn adviezen hebben genegeerd om daarover zelf snel volledige opening van zaken te geven, zijn gekritiseerd door alle grote fracties in de Kamer.

Couzy, die van 1992 tot 1996 bevelhebber van de landstrijdkrachten was, had zaterdag in NRC Handelsblad gezegd dat de top van de landmacht direct na de val van de moslimenclave op 11 juli '95 zo'n advies aan Voorhoeve had gegeven, maar dat deze daarmee niets had gedaan en had willen wachten op het zogenoemde Debriefingsrapport. Andere verwijten van Couzy waren dat in dat rapport van oktober 1995, over de rol van Dutchbat in Srebrenica, te veel onhelder was gebleven en dat Voorhoeve “nooit het hele verhaal” heeft verteld. De oud-minister noemde deze verwijten zaterdag “zeer vals en verbijsterend”. Oud-chef Defensiestaf generaal Van den Breemen zei zaterdag: “Voorhoeve heeft op zijn eigen manier en met grote persoonlijke betrokkenheid geprobeerd alle feiten over Srebrenica boven tafel te krijgen.”

Het PvdA-Kamerlid Zijlstra vindt dat Couzy, die voor 1994 al botsingen had met Voorhoeves PvdA-voorganger Ter Beek, met zijn opmerkingen nu “zijn ware aard laat zien”. Zijlstra is er ook boos over dat Couzy Kamerleden 'sukkels' noemt wegens de zijns inziens domme vragen die zij soms stellen. Zijlstra heeft “de indruk dat we nu zijn terecht gekomen in de fase van het moddergooien”. De VVD'er Van den Doel, partijgenoot van Voorhoeve, zegt over dat laatste verwijt dat Couzy daarmee “zichzelf diskwalificeert”. Overigens is hij overtuigd van “de integriteit van Voorhoeve” en raadt aan voor een oordeel over de rol van Dutchbat en Defensie in de Srebrenica-zaak te wachten tot commissaris van de koningin Van Kemenade in november klaar is met een onderzoek dat hij daarnaar in opdracht van de nieuwe minister, De Grave, instelt.

De CDA'er Hillen, die voorstander is van een parlementair onderzoek, vindt dat Couzy “de laatste is die anderen de les moet lezen”. Hij waarschuwt voor het gevaar dat de vroegere legertop en de toenmalige politieke leiding elkaar “de zwarte piet gaan toeschuiven”.D66-Kamerlid Hoekema beschouwt Couzy's aanval als “poging zijn eigen straatje schoon te vegen en het vuil bij Voorhoeve te deponeren”. Hij wijst er op dat Couzy's nu gemaakte verwijten helemaal niet voorkomen in diens in 1996 verschenen boek 'Mijn jaren als bevelhebber'.