Tennisheld dronk bier als moedermelk

Tennisser Pete Sampras zou met zijn vijfde zege op de US Open het recordaantal grandslam-titels (12) van Roy Emerson kunnen evenaren. Maar de Amerikaan zal nooit zoveel bier drinken als de Australische kampioen.

NEW YORK, 31 AUG. Roy Emerson heeft zich altijd ongemakkelijk gevoeld bij de gedachte dat hij te boek staat als de tennisser die de meeste grandslam-titels in het enkelspel heeft gewonnen. De inmiddels 61-jarige Australiër behaalde zijn triomfen voornamelijk als shamateur, de amateur die onder de tafel werd betaald, in een tijdperk waarin idolen als Rod Laver, Ken Rosewall en Lew Hoad waren geschorst. De landgenoten van Emerson hadden zich begin jaren zestig al eerder tot het professionele tennis bekeerd.

Roy Emerson werd als tennisser op gras geboren in een tijdperk, waarin drie van de vier grandslam-toernooien op gras werden gehouden. Desondanks zegevierde de service- en volleyspecialist twee keer op het gravel van Roland Garros. Maar liefst zes keer won Emmo de Australian Open, twee keer was hij de sterkste op Wimbledon en ook de US Open heeft hij twee keer op zijn naam geschreven. Wellicht een geflatteerd rijtje, meent de Engelse auteur Rex Bellamy in zijn boek Love Thirty, Three Decades of Champions. Dat vond Emerson zelf ook. Ooit bood hij zijn gerenommeerde landgenoot Lew Hoad aan zes weken lang met hem te trainen ter voorbereiding op zijn come-back.

Maar Emerson versloeg tijdens zijn triomftochten ook grote spelers als Laver, Ashe, Stolle, Roche en Santana. Die tegenstanders kenden het geheim achter zijn sterke polsen. Als kind had Emerson op de boerderij van zijn ouders dagelijks moeten helpen bij het melken van 160 koeien. Emmo gaf je niet graag een hand als je had verloren, wist ook Tom Okker, die zelf nog steeds het recordaantal titels in het dubbelspel (78) in zijn bezit heeft. Twee jaar geleden dubbelde Okker bij het veteranen-toernooi op de US Open nog met Emerson. “Roy had toen al last van zijn heup en kon zich moeilijk bewegen. Maar hij kon de bal nog prachtig raken, Emerson had vooral een prachtige backhand-volley.”

Zonder voorbehoud noemt Okker hem “een groot kampioen”. Vooral ook, omdat Emerson ook in het dubbelspel uitblonk. Zo behaalde hij met vijf verschillende partners zes keer de grandslam-titel op Roland Garros. “Emerson was een allround speler met vlakke slagen, waarin weinig topspin zat. Hij was snel en ik vond hem vooral sterk aan het net. Ik mocht eens voor een Davis-Cupfinale van Australië met hem trainen. Ik was nog een groentje. We speelden zeven sets achter elkaar op gras. Ik won zowaar de eerste twee. Toen werd hij zo nijdig dat hij me de volgende vijf sets geen schijn van kans gaf.”

Op de baan had Emerson weinig charisma, daarbuiten des te meer. De alcoholverslaving heeft hem bijna te gronde gericht. “Nadat Roy zijn carrière had beëindigd, ging het bergafwaarts met hem”, vertelt Okker. “Hij zat 's morgens al aan het bier tot zijn lichaam begon te protesteren. Maar hij heeft zich laten behandelen en hij drinkt al zeker drie jaar geen druppel alcohol meer.”

Wellicht dat Pete Sampras het record aantal grandslam-titels van Emerson al op de US Open evenaart. Maar de 26-jarige Amerikaan zal het record bier drinken van Emerson nooit kunnen overtreffen. Als we de Amerikaanse tennisjournalist Bud Collins moeten geloven - en de kleurrijke tv-verslaggever overdrijft graag - hebben Emerson en zijn geliefde partner Fred Stolle in een oceaan van bier gezwommen. In zijn boek My Life with The Pros beschrijft Collins hoe Stolle en Emerson het Amerikaanse circuit afwerkten. Ze blonken uit op feesten - Stolle stal zelfs de show op pumps met een imitatie van Shirley Temple - en dronken hun favoriete Fosterbier als moedermelk.

Het dreigde wel eens fout te gaan. “We kwamen 's ochtends om half tien terug van een feestje”, herinnerde Stolle zich. “Plotseling zei Emerson: 'Fred, moeten wij vandaag niet een dubbel afmaken?' We speelden tegen twee college-kids op een vreselijk slechte grasbaan en tie-breaks bestonden nog niet. We hadden de eerste set met 24-22 verloren, de tweede met 9-7 gewonnen en aan die partij leek geen einde te komen tot we hem vanwege de invallende duisternis moesten afbreken. Met duffe koppen kwamen we de baan op en die jongens waren al fanatiek aan het inspelen. We zijn het zwembad ingedoken om ons nog een beetje op te frissen. Maar Emmo ging al over zijn nek als hij een tennisbal zag.”

Of de heren Emerson en Stolle nog even wilde inslaan, vroegen de tegenstanders beleefd. Stolle: “Maar daar had Roy geen behoefte aan. 'Laten we dit potje snel afmaken, zodat ik daarna meteen mijn bed in kan' zei hij tegen die gasten. Het was helemaal niet onze bedoeling die jongens te intimideren, maar ze raakten prompt geen bal meer.” Stolle had zoveel vertrouwen in zijn dubbelpartner dat hij zelfs weddenschappen afsloot op hun partijen. Collins was ooit gastheer van een feest, waarop Stolle de gehele nacht met zijn hoofd in de koelkast had gezeten.

Het succesvolle recept van de Aussies, volgens Stolle: “Emmo en ik hadden wisseldienst. De ene nacht lag hij in bed en ik in een plas bier, de volgende nacht was het andersom. Een van ons moest fris zijn.” De nacht voor de halve finale van de Amerikaanse Masters mocht Stolle zich uitleven. Na zijn zoveelste biertje besloot hij Emerson in het holst van de nacht te bellen met de mededeling dat hij een flinke weddenschap op hun partij had afgesloten. “Ik kan wel merken dat het bier je weer lekker smaakt, idioot”, blafte Emerson over de telefoon. Maar ze wonnen natuurlijk wel, want op de baan gedroegen de heren zich ook met een flinke kater als echte kerels.

Nog één keer ging Collins op de US Open in 1972 naar hem kijken, want de 35-jarige Emerson speelde op het centre court tegen een jochie van zestien jaar uit Zweden. Emerson mocht dan op zijn retour zijn, op gras had hij nog niets te vrezen van die slungel met zijn dubbelhandige backhand. Björn Borg zou in zijn grootse carrière op 11 grandslam-titels in het enkelspel blijven steken, één minder dan Roy Emerson.