Sfeer van dreiging en geweld hangt boven Israel

Alsof er bovennatuurlijke krachten aan het werk zijn die zelfs door de nationalistische premier Benjamin Netanyahu niet kunnen worden bezworen, maakt Israel zich op voor verschrikkelijke dingen.

TEL AVIV, 31 AUG. Politici uit het linkse vredeskamp in Israel, inclusief ex-premier Shimon Peres, waarschuwen al maanden voor een “ramp” als het vijf jaar geleden in Oslo zo dramatisch begonnen Israelisch-Palestijns vredesproces als een nachtkaars uitgaat. Zo niet dan staan in Israel joodse terroristische groeperingen klaar om een opflikkering van de vredeshoop door een eventueel nieuw Israelisch-Palestijns akkoord over verder Israelisch terugtrekken uit bezet gebied, met geweld te doven.

De sfeer in het land vertoont opvallend veel gelijkenis met die ten tijde van de moord op premier Yitzhak Rabin in november 1995. Nu zijn in politiek opzicht de rollen echter omgedraaid. Toen werd een linkse premier door de ultra-religieuze nationalist Jigal Amir met drie schoten in zijn rug na deelname aan een grote vredesdemonstratie in Tel Aviv geveld. Nu worden de rechtse premier Netanyahu en openlijker nog zijn minister van Defensie Yitzhak Mordechai door ultra-nationalisten met de dood bedreigd.

De Israelische regering heeft zondag intensief over deze dreigementen beraadslaagd. Zonder veiligheidsvest onder zijn overhemd vertonen de belaagde leiders zich niet meer in het openbaar. De Shin Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, heeft de handen vol om hen te beschermen en mogelijke samenzweringen en nieuwe joodse terroristische ondergrondse bewegingen op te sporen en zo mogelijk te ontmantelen. Het probleem is dat Netanyahu nalaat scherp in het openbaar stelling te nemen tegen het “ultra-nationalistische gevaar”. Hij verscheen niet op de televisie om president Ezer Weizman in bescherming te nemen tegen de ultra-nationalist Baruch Marzel uit Tel Rumeida, een plaats in Hebron waar joodse kolonisten zich hebben gevestigd, die Israels staatshoofd voor spion uitmaakte en hem wilde laten opnemen in een psychiatrische inrichting. Baruch Marzel, een bewonderaar van de moordenaar van 29 Palestijnen in de Ibrahim-moskee in Hebron in spoot zijn gif naar de president toen hij rouwbeklag deed bij de weduwe van een vermoorde rabbijn in Tel Rumeida.

Andere ultra-nationalisten demonstreerden na de moord op de rabbijn enkele dagen en nachten voor het huis van minister van Defensie Mordechai nabij Jeruzalem. “Moordenaar”, riepen ze. Deze extremisten verwijten Mordechai dat zijn bereidheid verder uit bezet gebied terug te trekken de Palestijnen aanmoedigt joden te vermoorden. Dat waren geluiden die ook werden gehoord voordat Rabin werd doodgeschoten. Toen werd het getolereerd. Niemand kon weten dat woorden tot daden zouden leiden.

De regering-Netanyahu treedt aarzelend en zwak tegen “het nieuwe gevaar” op. De premier boog zelfs het hoofd voor de extremisten in Hebron. Hij stemde vorige week onmiddellijk in met de vervanging van de caravans van de joodse kolonisten in Tel Rumeida, vlak bij een Palestijnse wijk in Hebron, door permanente bewoning. Dat was zijn passende zionistische reactie op de moord van een rabbijn in een van de zeven caravans. Dat in Tel Rumeida de super-nationalisten van de verboden Kach-beweging huizen zag hij over het hoofd. Onder zo'n premier, die ondanks verklaringen die op het tegendeel wijzen geen aanstalten maakt met de Palestijnse leider Yasser Arafat vredeszaken te doen hebben de extremisten onder de kolonisten hun vleugels kunnen uitslaan. Uit deze kringen kunnen moordenaars van ministers opstaan. Uit hun midden kunnen massamoordenaars van Palestijnen voortkomen.

Of beraden zij een aanslag op de Al-Aksa moskee in Oost-Jeruzalem ? Ook die mogelijkheid kwam tijdens de regeringszitting ter sprake. Dergelijke scenario's worden op grond van informatie van Israels veiligheidskringen uitvoerig in de Israelische media en politiek aan de orde gesteld. Verondersteld wordt dat er honderden extremistisch ultra-religieuze kolonisten zijn die uit “liefde voor het door God beloofde land” tot het uiterste bereid zijn om een nieuwe vergelijk met de Palestijnen in bloed te smoren. Shimon Peres en andere vredesactivisten hameren er op dat het uitblijven van vooruitgang met de Palestijnen de kansen van de fanatieke tegenstanders van het vredesproces om “hun slag te slaan” vergroot. Peres beweert dat uitvoering van het akkoord van Oslo de gematigde elementen in de Palestijnse samenleving sterker maakt om zich met succes te meten met Palestijnse moslim-fundamentalistische bewegingen als Hamas en de Islamitische Jihad.

De extremisten onder de kolonisten gaan er vanuit dat de Palestijnen nooit een joodse staat zullen tolereren. Zij zien Oslo als zoutzuur op de wortels van Israel. Netanyahu denkt er net zo over. Vandaar zijn systematische feitelijke en psychologische afbraak van het akkoord van Oslo.

Hetgeen niet wegneemt dat hij toch een akkoord met Yasser Arafat over overdracht van 13,1 procent van bezet gebied aan de Palestijnen kan tekenen. Uitvoeren is een andere zaak. Joods en Palestijns terrorisme staan in de startblokken om een nieuw Israelisch-Palestijns vergelijk te laten ontsporen.