Remarque en de verleiding van Hollywood

Tentoonstelling: Das Auge ist ein starker Verführer - Erich Maria Remarque und der Film. Osnabrück, Remarque-Archiv, Markt 6-7. T/m 26 sept. Inl. 00 49 541 323 2109. Cat. 55 DM.

Enigszins verbaasd kijkt hij ons aan: de nog jonge Al Pacino op een poster van de film Bobby Deerfield. Maar de verbazing is geheel aan onze kant. Wat doet de in coureursjack geklede filmster in het Erich Maria Remarque-centrum te Osnabrück? Of anders, wat heeft de in 1970 gestorven schrijver van de anti-oorlogsromans Im Westen nichts Neues en Der Weg zurück te maken met een geflopte autoracefilm, waarover de filmencyclopedie opmerkt dat 'het lijden van de hoofdpersoon niets vergeleken is met dat van de kijker'?

De begeleidende tekst van de expositie Remarque en de film geeft antwoord: Bobby Deerfield, uitgebracht in 1977, is een van de vele films die gebaseerd werden op het werk van Erich Maria Remarque. Regisseur Sidney Pollack verplaatste de jaren-twintigromance Der Himmel kennt keine Günstlinge (1959) naar de wereld van de moderne Formule I, maar behaalde nog niet een fractie van het succes dat was weggelegd voor eerdere Remarque-bewerkingen als A Time to Love and a Time to Die (door 'king of the weepies' Douglas Sirk, 1958), So Ends Our Night (John Cromwell, 1940) en natuurlijk All Quiet on the Western Front (Lewis Milestone, 1930).

Met die laatste film, revolutionair door het realistische geluid en de panoramische opnamen van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, begon het 'vruchtbare verbond' tussen Erich Maria Remarque en de cinema. De geboren en getogen Osnabrücker Remarque was toen al een bestsellerauteur - van Im Westen nichts Neues (1929) waren in twaalf talen twee miljoen exemplaren verkocht - maar het succes van de verfilming maakte hem pas echt wereldwijd bekend. En gehaat in de Weimar-Republiek. Vooral de opkomende nazi's protesteerden tegen de 'geschiedsvervalsing' die Remarque had gepleegd door het tonen van tweespalt en lafheid in het Duitse leger. Ze maakten de schrijver zwart door te suggereren dat hij zelf een onbezorgde oorlog had meegemaakt - in werkelijkheid was Remarque als prikkeldraadlegger bij Ieper zwaar gewond geraakt - en wisten te bewerkstelligen dat Universal Pictures All Quiet on the Western Front zwaar censureerde voor de Duitse markt. Bij de première in Berlijn (5 december 1930) gooiden Joseph Goebbels en de zijnen met stinkbommen en lieten ze muizen en slangen los. Niet lang daarna werd de film door de Pruisische Landdag verboden.

Remarque schreef door, na 1933 in zijn Zwitserse huis aan het Lago Maggiore, en na 1938 (toen hem het Duitse staatsburgerschap werd ontnomen) in ballingschap in Amerika; en ieder boek dat hij schreef werd verfilmd. Het vervolg op Im westen nichts Neues, Der Weg zurück (over de terugkeer van de frontsoldaten in de Duitse burgermaatschappij) kwam in 1937 als The Road Back in de bioscoop, ondanks bemoeienissen en protesten van de Duitse consul in Los Angeles. Twee jaar later volgde de zeer geprezen verfilming van het derde deel van Remarques trilogie over de Eerste Wereldoorlog, Three Comrades, onder regie van Frank Borzage en naar een scenario van de voor MGM werkende F. Scott Fitzgerald.

'Das Auge ist ein stärkerer Verführer als das Wort' schreef Remarque ooit in een essay over film en literatuur; de Amerikaanse cinema oefende op de gevierde auteur een enorme aantrekkingskracht uit. Geen wonder dat hij het voorbeeld volgde van Fitzgerald en andere collega's als William Faulkner en Dorothy Parker. Van 1939 tot 1943 verbleef hij in Hollywood, waar hij zich actief probeerde te bemoeien met de verfilming van zijn vooralsnog alleen in het Engels gepubliceerde 'Exil-Roman' Flotsam (So Ends Our Night), over een man op de vlucht voor de nazi's. Remarque zorgde ervoor dat Erich von Stroheim de rol van Gestapo-officier kreeg, maar werd verder niet bij het maken van de film betrokken. Zijn tijd in de film zou later komen. In 1947, het jaar dat hij de Amerikaanse nationaliteit kreeg, leidde een van zijn treatments tot de doktersromance The Other Love (met David Niven en Barbara Stanwyck); in 1955 schreef hij het basisscenario voor een film van Georg Wilhelm Pabst over de laatste dagen van Hitler (Der letzte Akt); en drie jaar later beleefde hij zijn finest hour met een rol in A Time to Love and a Time to Die, de superieure melodramatische verfilming van zijn gelijknamige roman uit 1954 over de Duitse aanvalsoorlog tegen de Sovjet-Unie.

Een vijftigtal publiciteitsfoto's van A Time to Love... (helaas niet in de originele zuurtjeskleuren) vormt een belangrijk onderdeel van de Osnabrückse tentoonstelling, die ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van Remarque georganiseerd is. Op een ander glazen paneel in het Remarque-centrum is de trots van de expositie te zien: een bijna volledige collectie stills van All Quiet on the Western Front. De vierhonderd zwart-witfoto's geven niet alleen een beeld van scènes die op de montagetafel sneuvelden, maar natuurlijk ook van de in Duitsland gecensureerde scènes. 'Du stinkende, feige Ratte,' meldt het bijschrift bij een foto van de hoofdpersoon die een van zijn laffe medesoldaten hardhandig tot het verlaten van de loopgraaf moet dwingen; 'Raus jetzt! Raus!'

De tentoonstelling is bescheiden van opzet - behalve stills zijn er filmposters en documenten die Remarques bemoeienissen met de film, en vice versa, illustreren. Maar wie één trapje opgaat, naar de permanente tentoonstelling over leven en werk van Remarque, komt tot de ontdekking dat de schrijver van 'het beroemdste oorlogsverhaal sinds de Ilias' meer dan alleen professionele banden met de filmwereld had. Zijn huwelijk in 1958 met Paulette Goddard, filmster en ex-vrouw van Chaplin, bedde hem stevig in in het Hollywood van het Gouden Tijdperk; paparazzofoto's van Remarque met filmsterren die ons tegenwoordig niet meer bekend voorkomen, getuigen daar van. Maar al voor de Tweede Wereldoorlog had hij een veelberoddelde relatie met Marlene Dietrich, die hij in zijn snelle Lancia met vakantie naar de Côte d'Azur meenam. Het klinkt als een sterk verhaal, maar het bewijs wordt in Osnabrück geleverd met een smalfilmpje van een seconde of twintig waarin behalve Dietrich in zwemkledij ook John F. Kennedy (!) even voorbijflitst. Remarque staat er lachend bij te kijken - alsof hij wil onderstrepen dat het oog van de camera altijd verleidelijker is dan de lokroep van de literatuur.