Rebellen Congo: de tijd werkt in ons voordeel

De Congolese rebellen reageren schijnbaar onaangedaan op de zware nederlagen die zij in het weekeinde moesten incasseren aan het westelijke front. Hun opmars naar het zuiden gaat door.

GOMA, 31 AUG. “De oorlog is nog lang niet voorbij”, voorspelt de militaire leider Jean-Pierre Ondekane in de oostelijke rebellenstad Goma. “Het staat er slecht voor in het westen maar we zullen Kinshasa innemen”, verklaart Lunda Bululu, voorzitter van de uitvoerende raad van de rebellenbeweging, de Congolese Alliantie voor Democratie (RDC).

De Angolese en Zimbabweaanse interventietroepen die meevechten aan de kant van president Kabila namen de strategische havenstad Matadi in evenals de stuwdam bij Inga die de hoofdstad van elektriciteit voorziet. Honderden rebellen zijn naar verluidt de rivier de Congo over gevlucht naar het naburige Congo-Brazzaville. Volgens onafhankelijke bronnen raakten de rebellen de afgelopen dagen uiterst gedemoraliseerd na bombardementen op hun stellingen door Angolese gevechtsvliegtuigen en hebben commandanten moeite om de discipline te bewaren. Rond Kinshasa verloren ze vermoedelijk honderden soldaten door lynchpartijen van door de regering opgehitste stadsbewoners.

De vice-president van de RDC, Arthur Z'ahidi Ngoma, gelooft dat de tijd in het voordeel van de rebellen zal werken. “Denkt u werkelijk dat de Angolezen lang in Congo zullen blijven? Ze hebben hun eigen binnenlandse problemen met hun verzetsbeweging UNITA en bevinden zich alleen in Congo om hun eigen belangen te beschermen, niet die van Kabila. Ze zullen binnenkort weer moeten opstappen en dan grijpen we onze kans.” Angola zou volgens hem slechts hebben ingegrepen om een veiligheidszone langs de westgrens te creëren om zo te voorkomen dat UNITA daar een uitvalsbasis kan vestigen. De rebellenleiders zweren bij hoog en bij laag nooit een verbond te zullen sluiten met UNITA tegen Kabila en de Angolezen.

De Angolezen hoefden geen strijd te voeren voor de inname van Matadi en de Inga-dam. Ze hielden twee dagen stil voor Matadi om de rebellen de kans te geven te ontsnappen. Dat werpt opnieuw de vraag op wat de werkelijke intenties van de Angolezen zijn.

De indruk bestaat dat ze alleen in het westen voor Kabila willen vechten en niet in het door de rebellen gecontroleerde oosten van het land. Ze nemen in de oostelijke provincies Noord- en Zuid-Kivu het risico slaags te raken met reguliere Rwandese en Oegandese soldaten, die daar hun eigen veiligheidszone wensen. Vanuit Oost-Congo opereren Hutu- en andere rebellen tegen Rwanda en Oeganda.

Een luchtvaartbron in Goma wijst er op dat zonder enige tegenwerking van de Angolezen de rebellen eerder deze maand een luchtbrug naar het westelijke Kitona konden opzetten. “De vliegtuigen van de rebellen vlogen vlak langs de Angolese grens en de Angolezen deden daar niets aan”, aldus deze bron. “Ze hadden de toestellen gemakkelijk kunnen neerschieten maar verkozen niets te doen. Zeker in het begin tolereerden de Angolezen de opstand.”

De veiligheidsbelangen van Rwanda en Oeganda in het oosten en die van de Angolezen in het westen kunnen gemakkelijk tot een de facto opdeling van Congo leiden, erkennen de rebellen. “Maar zo'n opdeling zal tijdelijk zijn”, aldus Lunda Bululu, “we streven naar het behoud van de eenheidsstaat Congo.”

Er bestaan intussen aanwijzingen dat de rebellen zich gaan concentreren op veroveringen in het zuiden. Ze zeggen op te rukken naar de provincie Katanga en namen enkele dagen geleden Kalemie aan het Tanganyikameer in. Kabila is afkomstig uit Noord-Katanga en kan daar vermoedelijk op steun rekenen. In Zuid-Katanga daarentegen geniet hij weinig populariteit.

De verdeeldheid van de Katangezen vindt haar oorzaak in de jaren zestig, toen de koperrijke provincie zich onder leiding van Moïse Tshombe probeerde af te scheiden. De Zuid-Katangezen vochten met Tshombe terwijl de toen nog jeugdige guerrillastrijder Kabila zich aansloot bij premier Patrice Lumumba, die streed voor eenheid van Congo.

“De Katangezen zijn verdeeld”, zegt Bululu, die zelf uit de provincie komt. “Ik hoop dat ons rebellenleger er arriveert voordat de Katangezen onderling met elkaar op de vuist gaan.”