Oase in Oostenrijk

De Oostenrijkse staatsomroep ORF is stevig in de greep van de politiek. Partijen benoemen, in verhouding tot hun omvang, de afgevaardigden die hun belangen in het bestuur behartigen. In de praktijk komt dit erop neer dat de drie grote - de sociaal-democraten, de conservatieven en de extreem-rechtse Freiheitlichen - de toon aangeven. En dat is tot in de nieuwsuitzendingen te merken.

Daarnaast voelt de ORF zich verplicht alle lagen van de bevolking aan te spreken. Dat heeft tot een interessante tijdsindeling geleid. Zo is het tv-nieuws van 19.30 uur voor de wat minder ontwikkelde landgenoten, het intelligentere deel van de natie kijkt om 22.00 uur en voor de jeugd is er nu vlot en kort nieuws om 24.00 uur.

In Oostenrijk zijn nog steeds geen commerciële tv-zenders toegelaten, hoewel de Duitse zenders natuurlijk via schotels en kabels te ontvangen zijn. Sinds april zijn er wel commerciële radiozenders in de lucht, maar voorlopig zijn deze nog geen concurrentie voor de staatsradio.

Ondanks deze wat anachronistisch aandoende toestanden beschikt de ORF over één roemrijke uitzondering wat kwaliteit betreft: Radio Ö1. Uitgebreide nieuwsvoorziening - 's morgens ook in het Engels en het Frans - en reportages vormen de basis. Daarnaast worden de toehoorders geïnformeerd over literatuur, wetenschap, godsdienst, kunst en eten. Ö1 heeft dan ook een kleine - het marktaandeel is drie procent - maar zeer toegewijde fanclub. Voor de echte fan bestaat zelfs de mogelijkheid tot lidmaatschap van de Ö1-Club. De leden krijgen een maandelijks programmablad toegestuurd waarin de highlights nader worden toegelicht.

De programma's zijn zonder uitzondering interessant. Historisch besef en Vergangenheitsbewältigung spelen een belangrijke rol. Kritische historici worden geïnterviewd, hun boeken besproken, maar ook door middel van reportages wordt het verleden belicht. “Natuurlijk was Eichmann een ramp voor ons nationaal-socialisten”, vertelt een naar Paraguay gevluchte oud-nazi aan een Ö1-journaliste. “Hij was van joodse afkomst, dat weten we nu en daarom heeft hij de uitroeiing van de joden belemmerd.” Het beeld van een ongelooflijk gezelschap daar in Zuid-Amerika dringt zich aan de luisteraar op; achtergrondinformatie en interviews houden het informatief én spannend.

Na het journaal van 13.00 uur komt de klassieke muziek aan bod, gevolgd door een kunstprogramma waarin ook luisteraars hun mening kunnen geven. Daarbij lukt het de journaliste steeds weer om het gezonde Volksempfinden beleefd maar beslist binnen de perken te houden.

De culinaire programma's zijn breed van opzet. De beheerder van het parlementsrestaurant mag uitgebreid klagen over de slechts smaak van de Kamerleden - ze eten het liefst Weense worstjes, die hier Frankfurter heten - én hun krenterigheid aan de kaak stellen. De balans tussen intellectuele en hedonistische bijdragen is in goed evenwicht - kortom, aan Ö1 beleeft een luisteraar veel genoegen.

Eigenlijk heeft de club mij maar één keer teleurgesteld: toen Oostenrijk op 1 juli het voorzitterschap van de Europese Unie overnam, werd de nieuwsploeg kennelijk door patriottische gevoelens overmand. Al aan de avond van het meer dan gênante feest op de Heldenplatz - geen cliché werd overgeslagen: een sprekende Lipizzaner, een zingende Sisi en een jodelende koetsier - hijgde een Ö1-reporter in de microfoon: “Er zijn allemaal buitenlandse correspondenten hier en die zullen in de hele wereld over de Oostenrijkse cultuur berichten.” Toen de volgende ochtend om zeven uur een andere journalist trots meldde dat Oostenrijk het voorzitterschap van de EU met een belangwekkende culturele vertoning had overgenomen, heb ik de radio uitgedaan en die dag niet meer aangezet.

    • Karin Jusek