MOUNT EVEREST VAN DE FORMULE I

Nergens stroomt de adrenaline van autocoureurs zo snel als in de bocht die Eau Rouge heet. Maar het circuit van Spa-Francorchamps dreigt van de racekalender te verdwijnen, en daarmee de mooiste bocht in de Formule I.

Alle coureurs in de Formule I zijn het erover eens. De Eau Rouge is de meest uitdagende bocht die ze voorgeschoteld krijgen. De eerste bocht na de start, La Source, wordt in de eerste versnelling met 60 kilometer per uur genomen. Na een lang recht stuk volgt de slagroom op de taart: Eau Rouge, een tractatie die wordt verorberd in de zesde versnelling met een snelheid van bijna 300 kilometer per uur. “Je vliegt naar beneden en voor je zie je een grote berg”, zei Michael Schumacher in het blad F1 Racing. “Je hebt even het gevoel alsof de wagen zich in de weg gaat begraven. De baan buigt eerst naar links en als je beneden bent naar rechts. Voor de weg weer omhoog gaat, rijd je al voluit. De sensatie in het midden van de bocht is de grootste bevrediging die je kunt ervaren als coureur.”

Eau Rouge is meer dan een adembenemende bocht. Het is ook een ondiep riviertje dat er tussen de tribunes onder de weg doorloopt, tot ongeveer zeven meter breed. Als er niet wordt geraced, stopt vlak voor het bruggetje bus 395 ('stopt op verzoek') naar Malmédy. Een deel van het circuit dat vooral door Moeder Natuur werd vormgegeven, is namelijk openbare weg. De bocht ontleent zijn naam dus niet aan Spa Rood dat een paar kilometer verderop wordt geproduceerd en evenmin met het vele soldatenbloed dat tijdens de Slag om de Ardennen in 1944 het water een rode kleur gaf. De naam bestond al veel langer dan de Tweede Wereldoorlog, zo blijkt uit oude landkaarten, en komt van de kleur die het water ooit had omdat er zoveel ijzer in de grond zit. Het zal de toeschouwers die ter plekke voor 450 of 550 gulden een plaats op de tribune hebben bemachtigd, een zorg zijn. Voor hen is Eau Rouge synoniem met een jaarlijks hoogtepunt.

Waar ooit bomen en telegraafpalen langs het circuit stonden, ligt nu grind en staan stapels rode en witte autobanden om crashende wagens op te vangen. Onvoorstelbaar dat vanaf de eerste autorace in 1922, ruim 600 kilometer op een onverhard circuit, tot en met de Grote Prijs van België in 1970 mensen op het bruggetje naar de race mochten kijken. Ze moeten levensmoe zijn geweest. In het begin vormde een houten reclamebord de enige bescherming.

De Braziliaan Ayrton Senna, die in mei 1994 verongelukte in Imola, won vijf keer op het circuit dat zich bijna zeven kilometer door de Ardennen slingert. Senna won op Spa-Francorchamps voor het laatst in 1991, op de dag dat Schumacher met een verrassende zevende startplaats in de Formule I debuteerde. Een jaar later won Schumacher er zijn eerste Grand Prix.

Een van de veiligheidsmaatregelen na de dood van Senna werd genomen in Eau Rouge. De bochten naar links en rechts werden scherper gemaakt, zodat de coureurs flink moesten afremmen. Maar sinds een paar jaar is de Eau Rouge weer net zo gevaarlijk als weleer. “Eau Rouge motiveert je voor de rest van de ronde”, zegt coureur Johnny Herbert. “Als je Eau Rouge niet goed doorkomt, kom je op het lange stuk naar Les Combes snelheid tekort.”

“Het is een van de opwindendste bochten”, zei Mika Hakkinen vorige week toen hij op het circuit arriveerde, “maar als gevolg van de nieuwe reglementen zal het dit jaar lastiger zijn om er volgas doorheen te gaan.” De Finse koploper in de stand om de wereldtitel doelde op het verbod op profielloze droogweerbanden dat dit seizoen van kracht werd. Met deze slicks bleven de bolides in Eau Rouge beter aan het wegdek kleven dan met de droogweerbanden met groeven - drie per band voor en vier achter.

Regerend wereldkampioen Jacques Villeneuve, die in 1996 voor zijn eerste race ooit op dit circuit Eau Rouge had 'gereden' op een racesimulator, en Hakkinens landgenoot Mika Salo ondervonden in de afgelopen dagen de gevolgen. Waar ze in voorgaande jaren nooit problemen hadden, reden ze respectievelijk vrijdag en zaterdag in de vrije training hun wagens total loss, bij ongeveer 280 kilometer per uur. Villeneuve hield aan de crash in zijn lievelingsbocht er een stijve schouder over, Salo een lichte hersenschudding. Alsof hij er trots op was, sprak de Canadees van “de mooiste crash” uit zijn driejarige carrière in de Formule I.

Wat de Mount Everest voor bergbeklimmers betekent, is Eau Rouge voor autocoureurs, zegt Jan Lammers, al 25 jaar actief in de autosport en gisteren in België co-commentator van de race bij Canal+. “Ik heb daar gelukkig nooit gekke dingen gedaan en de meeste coureurs die daar in de fout zijn gegaan, kunnen het niet meer navertellen. Als het daar fout ging, ging het ook goed fout. De laatste jaren zijn de auto's zo verbeterd dat de meeste coureurs het er met licht letsel van afbrengen.”

Stefan Bellof is zo'n coureur die niet meer kan navertellen hoe bijzonder Eau Rouge is. Bij een onmogelijke poging op die plaats tijdens de '1000 kilometer van Francorchamps' de Belg Jackie Ickx in te halen, buitenom nog wel, ging het die dag in 1985 mis met de 27-jarige Duitser. “Hij ging zij-aan-zij die bocht in, een bocht voor echte kerels, en wilde zijn voet niet van het gas halen”, zei Bellofs collega Martin Brundle onlangs in het blad Motorsport. Brundle stond in de pitstraat te wachten tot hij het circuit op kon en was getuige van het ongeluk met de twee Porsches. “Er zou nu nog over worden gepraat als hij Ickx in de Eau Rouge buitenom had gepasseerd.”

Jackie Stewart, drievoudig wereldkampioen in de Formule I en baas van het gelijknamige team in de Formule I, maakt een kantekening bij de lofzang op de bocht. “Eau Rouge is alleen maar belangrijk geworden omdat de andere bochten steeds onbelangrijker zijn geworden. Eau Rouge was gewoon een van de bochten op het circuit van Spa. De mooiste bocht daar was Masta, een S-bocht, waar de echte mannen zich lieten zien. Daar gingen we met 300 doorheen, in topgear. Het was een bocht tussen twee grote stenen gebouwen, met geen enkele ruimte voor een fout. Dat was de grootste uitdaging.”

Volgens Stewart is Eau Rouge een mooie bocht, maar hij betwijfelt of zij een lang leven beschoren is. “Eén ernstig ongeluk kan er een einde aan maken. Ik denk niet dat de bocht een plaats heeft in het moderne Grand Prix-racen.” Het is ook de vraag of er op de racekalender nog plaats is voor Spa-Francorchamps, als gevolg van het verbod op tabaksreclame dat in 1999 in België van kracht wordt. Formule I-baas Bernie Eccestone heeft de toezegging van de premier van Wallonië dat het circus in 1999 weer welkom is, maar onzeker is of dat volstaat. Daarbij zou er na de incidentrijke race van gisteren weer een discussie kunnen ontstaan over de gevaren van het circuit.

In de tijd dat Stewart nog in de Formule I reed, was niet een enkele bocht maar het gehele circuit omstreden. “Als het morgen regent, vertrekken we niet”, zeiden de F1-coureurs de dag voor de Grote Prijs van België in 1968. Maar op zondag scheen de zon en werd er een van de mooiste races uit de geschiedenis gereden, gewonnen door Bruce McLaren.

In maart 1969 stelde Stewart er als vertegenwoordiger van de coureurs vast dat geen van de eisen van de rijders om het circuit veiliger te maken was gehonoreerd. Spa-Francorchamps was nog steeds het gevaarlijkste circuit ter wereld, bij nat én droog weer. Hoewel nog snel kilometers vangrail werd aangebracht, zou de Formule I het 14,08 kilometer lange circuit dat jaar links laten liggen. In 1970 kwamen ze nog één keer terug, de Masta-bocht was inmiddels voorzien van een chicane. Na een ingrijpende vernieuwing staat Spa-Francorchamps sinds 1983 weer op de racekalender, met één onderbreking, in 1984.

Al 77 jaar is de veiligheid van het circuit onderwerp van discussie. De eerste veiligheidsmaatregel bij Eau Rouge dateert al van 12 augustus 1921, de dag dat de eerste race werd gehouden, voor motoren. Om ongelukken te voorkomen moesten de deelnemers van de wedstrijdorganisatie in colonne over het bruggetje. Pas aan de voet van de heuvel, even verderop, werd de start gegeven, in een bocht die voor veel coureurs het einde was.