Moskou permitteert zich veel te veel

Economisch is Rusland van het Westen afhankelijk. Maar in de internationale politiek permitteert Moskou zich nog veel vrijheid. Shlomo Avineri vindt dat het Westen de economische hefboom moet gebruiken om het land politiek onder druk te zetten.

De betrekkingen tussen het Westen, in de eerste plaats de Verenigde Staten, en Rusland lopen op het ogenblik over twee parallelle, volledig gescheiden sporen: het ene economisch, het andere politiek. Dat is absurd, zowel vanuit Rusland als vanuit het Westen bezien.

Op het economische spoor staan de structurele crisis en de beoogde hervorming van de Russische economie in het middelpunt van de westerse belangstelling. De afgelopen jaren hebben westerse regeringen en instellingen als het IMF miljarden dollars aan bijstand en kredieten verleend als stimulans voor de moeizame hervormingen in Rusland en ter ondersteuning van het politieke systeem - in feite Boris Jeltsins semi-autoritaire regime.

Dat Jeltsins regering tanks heeft ingezet om de oppositie de kop in te drukken van een ondanks alle tekortkomingen legitieme Doema en dat ze betrokken is geweest in wat onder andere omstandigheden door het Westen zou zijn beschouwd als een aan volkerenmoord grenzende oorlog in Tsjetsjenië werd in feite door de vingers gezien. Het werken aan economische hervormingen en relatieve politieke stabiliteit ging voor - want het is zeker niet in het belang van het Westen Rusland in chaos te zien ondergaan.

De recente financiële en politieke crisis in Moskou duidt erop dat Rusland nog jarenlang afhankelijk zal blijven van westerse economische steun. In de internationale politiek gedraagt Rusland zich daar echter niet naar. Keer op keer ondermijnt Moskou het voornemen en het vermogen van de Verenigde Staten om effectieve druk uit te oefenen op autoritaire, tirannieke regimes die zich schuldig hebben gemaakt aan agressie, etnische zuiveringen, genocide en onderdrukking van minderheden in eigen land.

Tijdens de oorlog in Bosnië werden de Serviërs door Moskou effectief afgeschermd en wist Rusland de Amerikaanse dreiging met geweld drastisch af te zwakken. Hetzelfde gebeurt nu weer in Kosovo, waar Rusland het de NAVO eigenlijk onmogelijk maakt humanitair in te grijpen ter bescherming van een door Belgrado bruut onderdrukte bevolking.

Gedurende de reeks crises met Irak heeft Rusland keer op keer met diplomatieke manoeuvres verhinderd dat de VN de overeengekomen controle op Saddam Hoesseins pogingen om niet-conventionele wapens te ontwikkelen daadwerkelijk kon uitoefenen. En recent veroordeelde president Jeltsin in heftige bewoordingen Amerika's vergeldingsacties tegen de aartsterrorist Osama bin Laden en zijn terroristenkampen in Afghanistan.

Langzamerhand begint de tweesporenpolitiek trekken van het absurdistisch theater te vertonen. Een land dat in een diepe economische crisis verkeert en niet in staat is zijn ambtenaren, arbeiders en militairen te betalen, dicteert zo maar het beleid van de enig overgebleven grote mogendheid, van wier vrijgevigheid het zelf afhankelijk is. De oorzaak hiervan is dat twee sporen elkaar nergens raken: op het ene zitten financiers en economen, op het andere deskundigen in buitenlands beleid.

Dat kan zo niet langer. Er is behoefte aan duidelijke leiding vanuit Washington en de ontwikkeling van een integraal strategisch concept voor het beleid ten aanzien van de economische en politieke problemen waarvoor Rusland de wereld stelt. De economische malaise van het Kremlin moet als hefboom worden gebruikt om het Russische buitenlandse beleid minder obstinaat te maken.

Dat moet gebeuren met zachte, maar stevige hand. Openlijke vernedering van Rusland is niet nodig. Het Russische volk heeft de afgelopen jaren al genoeg vernederingen ondergaan. Maar vóór wat hoort wat, dat moet duidelijk zijn.

Het is evident in het belang van het Westen om Russische pogingen tot economische hervorming en democratisering te steunen. Maar daar moet van Russische zijde wel iets tegenover staan. De Russische leiders moet te verstaan worden gegeven - nogmaals: vriendelijk en zonder triomfalisme of ultimatums - dat Moskou in ruil voor ruimhartige financiële bijstand moet afzien van zijn impliciete vetorecht op Amerikaanse pogingen de etnische Albanezen in Kosovo te helpen of Irak economisch te straffen, met als stok achter de deur een gematigde dreiging met geweld. Het Iraakse bewind vormt een bedreiging voor al zijn buren en het kan en mag niet zo zijn dat Rusland het de hand boven het hoofd houdt.

Als enige supermacht moet Amerika zich van zijn verantwoordelijkheid bewust zijn. De Koude Oorlog is voorbij en mag niet worden hervat. Rusland is ondanks zijn zwakten nog steeds een grote mogendheid en moet dienovereenkomstig behandeld worden. De financiële afhankelijkheid biedt het Westen, onder leiding van de Verenigde Staten, een goede gelegenheid om zeker te stellen dat etnische zuivering en onverantwoordelijke verspreiding van niet-conventionele wapens niet wordt gedoogd. Bovendien kan een moderner, verantwoordelijker buitenlands beleid in Moskou ook voordelig zijn voor de Russische economie, daar beleggers zo'n verantwoordelijk beleid zullen opvatten als een teken dat de Russische democratie bezig is volwassen te worden.

    • Shlomo Avineri