MASADA

Masada: Tet (DIW Records, DIW-933) Distr. Disk Union.

De levensgrote Davidsster op de hoes, het Hebreeuwse schrift en de titel van John Zorns in 1993 uitgebrachte cd Kristallnacht benadrukten dat het hier een persoonlijk Holocaust-monument betrof. De oorverdovende tandartsboren van het nummer Never Again moesten de luisteraar letterlijk doordringen van het leed en onrecht dat de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan.

Niet lang na het uitbrengen van Kristallnacht startte Zorn samen met drie andere muzikanten uit de New-Yorkse East Village het project Masada. Het is vernoemd naar het fort ten zuid-oosten van Jeruzalem, waar de joodse opstandelingen in de eerste eeuw na Christus zich verschansten tegen de Romeinse overheerser en in het jaar 73 collectieve zelfmoord verkozen boven capitulatie. Masada is Zorns poging de joodse identiteit te hervinden en mede vorm te geven.

Wie traditionele klezmermuziek verwacht komt er echter bekaaid vanaf. Zorn heeft in zjin muzikale loopbaan altijd een eigenzinnige interpretatie boven een perfecte vertolking verkozen. Op Tet, het negende en nieuwste deel van het Masada-project, vormen traditionele thema's de basis van de composities, maar ze worden vermengd en aangevuld met flarden free jazz, bebop en andere stijlen. Het openingsnummer Chayah begint zelfs met een conventioneel jazzy swingdeuntje, waar zich terloops een oosterse melodie doorheen kronkelt. In het abrupt daarop volgende Karet zetten de muzikanten een woest, slordig thema in, vliegen daarna in explosieve free jazz stijl alle kanten uit om weer te eindigen bij het oorspronkelijke thema. Het derde nummer is bijzonder ingetogen. De afwisseling tussen energieke chaos en bedeesde breekbaarheid wordt gedurende tien nummers strikt volgehouden. Dit komt misschien planmatig over, maar maakt van de cd een zeer afwisselend geheel.