Jan Pen legt uit waarom hij Wim Kok niet vertrouwt

Hollands Maandblad, uitg. Stichting Hollands Maandblad i.s.m. met uitg. Veen. Prijs ƒ 13,50

Sommige literaire tijdschriften bevallen goed omdat ze enorm thuis zijn in de literatuur, omdat ze voor lezers schrijvers ontdekken en vertalen, omdat ze zulke goede onderwerpen kiezen.

Andere tijdschriften spreken juist aan omdat ze zich níet uitsluitend in het literaire domein ophouden maar ook andere werelden in hun blad toelaten, in de vorm van goedgeschreven essays over politiek, economie, de medische wereld of wat dan ook. Van de laatste soort is Hollands Maandblad een voorbeeld. Wegens het te geringe literaire gehalte werd het blad enkele jaren geleden door de subsidiegever in een twijfel-categorie geplaatst, wat betekende dat het weinig geld kreeg. Op een dag gooide Hollands Maandblad het hoofd in de nek, verklaarde niets meer met de subsidies te maken te willen hebben en ging op eigen kracht verder. 'Het meest vrije en meest ongesubsidieerde literair-culturele tijdschrift van Nederland' vermeldt het fier in het colofon.

Wat daar ook van zij, van dat vrije, een feit is dat Hollands Maandblad van oudsher een brede belangstelling heeft vertoond voor wat er om ons heen gebeurt en daar altijd graag in polemische zin op heeft gereageerd. Zo ook nu. Jan Pen, oud-hoogleraar economie, legt uit waarom hij, sociaal-democraat, spijt heeft van zijn stem voor de PvdA. Hij legt ook uit wat hem tegenhield om linkser dan de PvdA te stemmen, wat in allerlei opzichten voor de hand gelegen zou hebben. Zijn afkeer van het communisme is groot, en het CPN-deel van GroenLinks verhindert hem om voor die partij te kiezen. “Gooi een vingerhoed inkt in de wasmachine en kijk dan eens hoe de was eruit ziet.”

Het werd dus de PvdA. Pen heeft zich grondig in onze belastingen verdiept, allereerst in het werk van de commissie Oort, mmaar ook in de bij de PvdA heersende opvattingen ten aanzien van rechtvaardige inkomensverdeling. Wat hem ongunstig opvalt is dat PvdA onbekommerd meegaat in de “contemporaine opstapeling van hoge winsten, topsalarissen, opgezwollen beurskoersen, herhaalde berichten over belastingontduiking”. En de maat was vol toen overheidsdienaren als Dik van de Post en Nordholt van de politie ook gretig in de ruif bleken te tasten.

Pen zet uiteen dat zijn drijfveren geen jaloezie zijn: “Zelf heb ik een royaal pensioen en een aangenaam vermogen.” Hij is ook niet tegen hoge inkomens, integendeel, dat zijn beloningen voor bijzondere talenten en die zijn nodig voor het maken van winst want zonder winsten gaat het niet. En zolang de fiscus “hen in staat stelt om bij te dragen tot de BV Nederland” is er dan ook niets aan de hand. Maar nu zakt de belasting voor de hoogste inkomens van 60 naar 52 procent. En “belasting die bij de een wegvalt moet door de ander worden opgebracht. En het is strijdig met wat er beloofd is.” Miljonairs kunnen fantastische inkomensverbeteringen tegemoet zien. Dankzij Wim Kok (“Ik vertrouw de man maar half.”). En daarom heeft Pen dus spijt.

Staat er dan helemaal geen literatuur in dit literaire tijdschrift? Jawel. Ook. En ook nog meer essays met politieke strekking. En een mooi stuk van Jaap van Heerden over zijn vaders boeken en sigaren. Dat is niet na te vertellen en kan iedereen dus beter zelf lezen - om eens met een kromme zin te eindigen.