Internet maakt depressief

ROTTERDAM, 31 AUG. Gebruik van het internet maakt mensen depressiever en eenzamer. Tot deze conclusie komen onderzoekers van Carnegie Mellon University in Pittsburgh. Deze uitkomst, verkregen na een studie van twee jaar, is tegengesteld aan wat de ontwerpers hadden verwacht en de financierende instanties hadden gehoopt. De resultaten worden deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The American Psychologist.

In het Amerikaanse 'HomeNet'-onderzoek werden onder leiding van de sociaal psycholoog Robert Kraut 169 proefpersonen, onder wie een aantal scholieren, uit de omgeving van Pittsburgh gevolgd. Aan het begin en het eind van de studie werd hun psychologisch welbevinden gemeten via een gebruikelijke vragenlijst. Ook gaven de deelnemers aan hoeveel minuten per dag ze met hun gezinsleden doorbrachten en kwantificeerden ze hun sociale omgeving. Daarnaast werd vastgelegd hoeveel tijd ze on line waren.

Het resultaat was dat een uur per week doorbrengen op het internet, thuis, ertoe leidde dat de depressiescore met 0,03 toenam op een schaal van 0-3, en de eenzaamheidsscore met 0,02 op een schaal van 1-5. Tegelijk daalde de omvang van hun sociale omgeving met 2,7 personen op een gemiddelde van 66. Hoewel de gemeten effecten niet bijzonder groot zijn, en er per proefpersoon grote variaties optreden, zijn de uitkomsten volgens Kraut wel degelijk statistisch significant.

Het Amerikaanse onderzoek betekent een onaangename verrassing voor degenen die het interactieve internet sociaal superieur achten aan passieve media als televisie en video. De onderzoekers uit Pittsburgh opperen dat elektronisch contact op grote afstand niet het gevoel van veiligheid en welbevinden kan bewerkstelligen dat inherent is aan rechtstreeks persoonlijk contact. Een kop koffie van een vriend aanpakken, of inspringen als babysit voor een collega, aldus Kraut in de International Herald Tribune, zijn zaken waarin het virtuele internet nu eenmaal niet voorziet.

Hoewel het 'HomeNet'-onderzoek normale proefpersonen betrof, was hun selectie niet willekeurig. Nadere studie zal moeten uitwijzen in hoeverre de uitkomsten algemene geldigheid bezitten, of afhangen van persoonskenmerken en het soort gebruik van het internet.