Groomy springt altijd mee op de rug van het paard

Paard en verzorger vormen een onafscheidelijk duo. Bij het springconcours tijdens het CHIO in Rotterdam week Tonny Kreubel (34) de afgelopen dagen geen moment van de zijde van V&L De Sjiem.

ROTTERDAM, 31 AUG. Twee keer moet het Corps Mariniers uitrukken tijdens de rondgang van Jeroen Dubbeldam en V&L De Sjiem. Halverwege de omloop kegelt de witte ruin de bovenste balk van hindernis vier omver, even later gevolgd door een botsing met de laatste oxer. Paard en ruiter blijven ongedeerd, de schade komt voor rekening van de mariniers die in een sukkeldraf de zompige weide betreden voor hun herstelwerkzaamheden.

Tonny Kreubel volgt de verrichtingen van Dubbeldam en De Sjiem vanachter de slagboom die toegang verschaft tot de hoofdpiste in het Kralingse Bos. Het gezicht van de verzorger verraadt spanning. Af en toe slaakt hij een zucht van verlichting, dan weer klikt hij met zijn tong. “Ook al sta ik zelf niet in de ring, langs de kant spring ik mijn eigen wedstrijd.”

Kreubels inspanningen kunnen niet voorkomen dat Dubbeldam en De Sjiem, na een voorbeeldige eerste omloop, in de barrage genoegen moeten nemen met een bijrol temidden van de internationale springelite in Rotterdam. Dankzij acht strafpunten eindigt de combinatie op een bescheiden twaalfde plaats. Kreubel weigert na afloop al te lang stil te staan bij de eindklassering. Liefdevol begeleidt hij de schimmel op weg naar de stal. “Maar naar dat suikerklontje kan-ie fluiten.”

Kreubel (34), werkzaam op de erven van bondscoach Hans Horn in Oud Ootmarsum, maakte jarenlang deel uit van staf van Jos Lansink, al sinds jaar en dag een van Nederlands meest succesvolle springruiters. Zo begeleidde hij onder meer Egano en Libero, paarden waarmee Lansink de laatste jaren internationaal furore maakte. Sinds een jaar heeft Kreubel De Sjiem - Utrechts voor De Schimmel - onder zijn hoede. “Een mannetje dat altijd in de schijnwerpers wil staan.”

Paard en verzorger onderhouden een relatie die voor veel buitenstaanders nauwelijks te bevatten is. Kreubel reageert licht geërgerd als hem de term vriendschap wordt voorgehouden. “Het gaat veel verder dan dat. Mensen hebben woorden nodig om elkaars vertrouwen te winnen. Wij niet, om de simpele reden dat hij niet kan praten en ik wel. En toch verstaan en begrijpen wij elkaar als geen ander.”

Bovendien, zo beweert Kreubel, een paard beschaamt nooit het vertrouwen. Eens een vriend, altijd een vriend. Kreubel, met sarcastische ondertoon: “Daar kunnen veel mensen nog een hoop van leren. Want hoe groter de vriendschap tussen twee mensen, hoe groter de kans op vijandschap. Zo zitten ze helaas in elkaar.”

Nee, dan paarden. “Libero kom ik nog regelmatig tegen. Samen hebben we in de loop der jaren heel veel meegemaakt. Ook al is het al weer een tijd geleden, nog steeds hebben we aan één aai of één oogopslag genoeg om elkaars warmte te voelen.” Het onvermijdelijke afscheid kwam voor Kreubel een paar jaar geleden dan ook als een mokerslag aan. “Je kan nog zo'n stoere kerel wezen, op zo'n moment heb je een klein hartje.”

Paard en verzorger vormen een onafscheidelijk duo. Ze communiceren in een taal die op de argeloze bezoeker tamelijk onwezenlijk overkomt. Zo blijkt het geklik met de tong veel meer te zijn dan een aanmoediging of een bevel. Elke klank herbergt een schat aan informatie, beweert Kreubel die zich evenwel niet laat verleiden tot onthullingen over de inhoud van de conversaties. “Kom zeg! De bakker op de hoek vertelt ook niet hoe hij zijn brood bakt.”

Zelf droomde Kreubel ooit ook van een carrière als gevierd springruiter. Zover kwam het niet. “Rond m'n twaalde, dertiende kreeg ik te horen dat het nooit wat zou worden. Toen was de keuze snel gemaakt.” Sindsdien bekwaamde Kreubel zich in het vak van groomy, de Engelse term voor stalknecht zoals de paardenverzorgers worden genoemd.

Hoewel zijn werkzaamheden zich grotendeels achter de schermen voltrekken, voelt Kreubel zich niet ondergewaardeerd. Integendeel zelfs. “Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond. Waardering krijg ik van wel van mijn paard en dat telt.”

Niettemin zijn de prestaties in de ring van groot belang, verzekert Kreubel. “Als de balken je om de oren vliegen, ben je geen goede groom.”