Gietelink roept verleden van VOC tot leven

Voorstelling: De Heeren Zeventien. Tekst, regie en vormgeving: Ab Gietelink; spel: Ab Gietelink, Hans Daalder, Eva van Heijningen. Gezien: 29/8 Oost-Indisch Huis Amsterdam, aldaar t/m 11/9. Reserveren: 020-5251930.

De bezoekers worden uitgenodigd in de voorname bewindhebberskamer in het Amsterdamse Oost-Indisch Huis. Bij binnenkomst krijgt ieder het verzoek het register te tekenen. De zaal is gerestaureerd en gedeeltelijk teruggebracht in de staat waarin hij verkeerde toen de leden van de Vereenigde Oostindische Compagnie hier in de zeventiende eeuw bijeen kwamen om hun vloot uit te sturen naar de Oost. Ruim twee eeuwen later roept theatermaker Ab Gietelink in zijn voorstelling De Heeren Zeventien het roemruchte verleden van de VOC tot leven aan de hand van een nagespeelde reis naar Batavia waar in 1727 een poging gedaan werd de koffiehandel op Java op te voeren.

Bij wijze van inleiding tot die historische reis houden Gietelink en zijn compagnon Hans Daalder echter een praatje dat de toeschouwer aanvankelijk op het verkeerde been zet. De heren, gestoken in smoking, heten ons met geaffecteerde stem welkom op een 'exclusieve aandeelhoudersvergadering' van de twintigste-eeuwse Hollandsche VOC Groep. Naar blijkt hebben wij zojuist ingetekend op aandelen van deze HVOC Groep en zodoende zullen wij participeren in een lucratief initiatief dat is opgezet om het wijdverbreide Nederlandse culturele erfgoed overzee te exploiteren.

Het verkooppraatje van de twee gelikte handelaren is amusant maar het blijft een poos onduidelijk waar het naartoe zal leiden. Door een handige draai en met behulp van groot geprojecteerde dia's weten ze het verhaal echter om te buigen naar het verleden en dan ontrolt zich voor onze ogen een historisch schouwspel waarin bewindhebber Brandaris door de VOC met zijn schip op handelsmissie naar Batavia wordt gezonden. De reis voert via Kaap de Goede Hoop naar het Arabische Mocha waar vandaan een koffieplantstekje wordt meegenomen om daarmee op Javaanse bodem een koffiecultuur te beginnen.

In een reeks scènes waarin muziek en mime van tijd tot tijd de tekst vervangen, speelt Ab Gietelink met pruik en zwart fluwelen pak naast Hans Daalder en actrice Eva van Heijningen. Gietelink is een stijf en weinig behendig acteur; zijn medespelers redden zich beter en daarbij heeft Eva van Heijningen een belangrijk aandeel dankzij de vele gedaantewisselingen die zij ondergaat, van Afrikaanse hottentot tot Chinese geisha.

De ontmoetingen van de VOC-handelaren met al die exotische culturen tonen hun vaak clichématige visie daarop. De taferelen, waarin de acteurs met behulp van kleine voorwerpen als wajangpoppen en maskers de vreemde werelden tastbaar proberen te maken, zijn weinig uitgewerkt en wekken soms de indruk te zijn gekopieerd uit een ouderwets schoolboek. Ondanks deze tamelijk schoolse uitwerking was op sommige momenten iets voelbaar van de magie van zo'n reis naar verre onbekende oorden. Maar belangrijker is dat Gietelink een hoofdstuk uit onze vaderlandse geschiedenis tot onderwerp van zijn voorstelling maakt en daarmee iets doet wat in het theater weinig gebeurt.