Een beminnelijke Fransman die Huizinga citeert

Zijn vrienden spreken louter in superlatieven over hem. Christophe de Voogd, Fransman, treedt morgen aan als nieuwe directeur van Maison Descartes in Amsterdam.

Zijn naam verraadt het een beetje: Christophe de Voogd (40) heeft iets met Nederland. Dat is lange tijd anders geweest. Hij groeide op in Rouen, Normandië. Een typisch Franse jeugd, met Charles de Gaulle en twee warme maaltijden per dag. Een Franse jongen in Frankrijk, niets Nederlands aan. Behalve dan die naam. “Daar werd ik ook mee geplaagd op school”, zegt hij nu, in bijna foutloos Nederlands.

De Voogd schreef 'Histoire des Pays Bas', de enige Franse studie naar de geschiedenis van Nederland, van de prehistorie tot en met Lubbers. Hij woonde en werkte zeven jaar in Nederland en promoveert binnenkort op een proefschrift over de historicus Johan Huizinga. Opmerkelijk, een Fransman die bij voorkeur Huizinga citeert.

“Een Fransman met een zéér grondige kennis van Nederland, de Nederlandse cultuur en de Nederlandse geschiedenis”, zegt historicus H. Wesseling. “Een groot Nederland-kenner”, vindt socioloog A. de Swaan. “Hij is een unicum wat dat betreft”, zegt schrijfster Hella Haasse.

Als directeur van het Maison Descartes in Amsterdam is hij vanaf morgen belast met de verpreiding van 'la francophonie' en met het bevorderen van de Frans-Nederlandse culturele dialoog. Voorwaar geen gemakkelijke opgave. De Swaan: “Het geeft aan dat Frankrijk deze benoeming heel serieus neemt. Ze hebben vanuit de Nederlandse behoefte gedacht en iemand gekozen die als geen ander een brug kan slaan tussen Nederland en Frankrijk. Hij kan een belangrijke rol spelen in de discussies tussen Nederland en Frankrijk.”

De Voogd wil die brug wel slaan. Wat hem betreft wordt Maison Descartes een plaats voor de “directe aanraking”, zoals Huizinga dat heeft genoemd. Een ontmoetingsplek, een plek ook om te praten over politiek, over Europese integratie en culturele verschillen. En, hoe kan het anders, over de soms stroeve relatie tussen de twee landen.

Zelf bekijkt hij de verhouding Nederland-Frankrijk het liefst door de bril van de historicus. Al die kortstondige ruzietjes zijn immers maar symptomen van een historisch verschil in politieke cultuur. De oorzaak van die verschillende politieke cultuur? Abraham Kuyper, de voorman van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). De Voogd: “Antirevolutionair staat voor anti-Franse revolutie. Dat is de wortel van het misverstand.”

Volgens De Voogd legde Kuyper de grondslag voor de verzuiling van Nederland. De ARP-voorman wilde een direct contact tussen de zuilen en de staat. De regering moest fungeren als bemiddelaar tussen verschillende groepen. Het maakte Nederland tot een collectieve samenleving. De Voogd: “En dat is een cruciaal verschil met Frankrijk. De staat is machtig en gecentraliseerd. Tussen de staat en de burgers is niets. Frankrijk is hiërarchischer dan Nederland.” Of, om het samen te vatten: “Frankrijk is een republiek met een koninklijke traditie. Nederland is een monarchie met een republikeinse traditie.”

Niet dat er niets verandert. “Ik denk dat de stijlen convergeren. In Frankrijk staan nieuwe politici op die minder formeel zijn, minder stijf. Premier Jospin is een voorbeeld. Nederland onderschat die veranderingen in Frankrijk. Alsof het nog het land van Lodewijk XIV zou zijn. En trouwens, Nederland wordt op sommige punten ook wat Franser.”

Op welk punt? “Opkomen voor het nationaal belang, Duisenberg. Jullie wilden toch ook een landgenoot aan het hoofd van de Europese Centrale Bank en waren ook niet bereid tot een compromis?”

Het is een terugkerend onderwerp voor De Voogd. Nederlanders beweren dat ze niet nationalistisch zijn, maar ondertussen. Voor Frankrijk is wellicht het aanzien in de wereld van belang, het gevoel een 'player' te zijn. Dat is het gevolg van het gaullisme. Maar kom bij Nederlanders niet aan de waarden waarop hun maatschappij berust, daar zijn ze te trots op. “Kritiek valt in zeer slechte aarde. Ik moet bijvoorbeeld niet beweren dat Nederland niet zo tolerant is als hier vaak wordt beweerd. Of het drugsbeleid aan de orde stellen, natuurlijk.” Het drugsbeleid, een overmijdelijk onderwerp van gesprek. De Voogd wil er niet al te veel over zeggen, beducht als hij is dat de Franse ambassade meeleest. Maar in eerdere publicaties schreef hij al dat het Franse beleid te repressief is, en dat hij op de langere termijn meer heil verwacht van de Nederlandse aanpak. “Dat is waar, maar als ik Nederlanders wijs op de negatieve gevolgen van hun beleid voor de omringende landen die er echt last van hebben, dan wil niemand dat horen.”

Nederlanders hebben, volgens De Voogd, een tweeslachtige houding ten aanzien van Frankrijk. “Huizinga is zelf het beste voorbeeld van die ambiguïteit. Vol bewondering voor de Franse cultuur, maar zeer kritisch over het Franse nationalisme. Huizinga noemde dat ooit de 'ongetemperde gallomanie'.” Fransen, denkt hij, weten weinig van Nederland. De moeizame verhouding wordt ook veroorzaakt door een gebrek aan kennis en door een overmaat aan vooroordelen. En als hij ervoor zou kunnen zorgen dat Nederlanders en Fransen elkaar beter kennen en begrijpen, heel graag.

Het netwerk heeft hij. De Voogd was bevriend met politicus Maarten van Traa (PvdA). Hij is bevriend met schrijfster Hella Haasse en met socioloog Abraham de Swaan. “Hij kent veel mensen in verschillende kringen: wetenschappers, musici, auteurs, politici”, zegt Philip Noble, zijn goede vriend en alom geprezen voorganger bij Maison Descartes. Hella Haasse: “Hij kent Nederland en begrijpt Nederland.”

Maar hoe kwam dat Franse jongetje uit Rouen terecht in “dat land van tulpenbollen”? Toen zijn vader zes maanden oud was, verhuisden zijn Nederlandse opa en oma naar Frankrijk. Thuis werd Frans gesproken. “Mijn moedertaal is Frans, maar mijn vadertaal ook.” Hij studeerde in Parijs aan de Sorbonne en aan een van de prestigieuze Grandes Écoles. De klassieke opleiding voor Franse intellectuelen. Een eigen appartement, een salaris van de staat en veel vrienden.

Pas na zijn studie in Parijs begon les Pays Bas meer te betekenen dan 'lang zal hij leven in de gloria', pindakaas, en dropjes. “Dat waren zo'n beetje de enige woorden die ik kende, omdat mijn opa en oma dat zongen als ik jarig was en omdat ze pindakaas en drop meenamen als ze in Nederland waren geweest.”

In 1981 komt de omslag. De Voogd verhuist naar Nederland en zal er vanaf dat moment een overbrekelijke band mee houden. Als coopérant - vervangende dienstplicht in het buitenland - geeft hij twee jaar geschiedenisles op een Franse school in Den Haag. Het leek hem een goede manier zijn wortels te leren kennen. Hij woonde bij zijn oud-tante, Irmgard. “Hij was een beetje eenzaam in die tijd”, zegt ze. En dan volgt een lawine van positieve eigenschappen en grote kwaliteiten, want Irmgard en Christophe hebben nog steeds “een hele speciale band”.

De Voogd: “Het was geen leuke tijd, ik voelde mij geïsoleerd. Leiden is leuk als je 23 bent, Delft ook. Maar Den Haag niet.” In 1983 keert hij terug naar Parijs, om leraar te worden aan een middelbare school. Hij blijft niet lang in Frankrijk, want twee jaar later wordt hij gevraagd directeur te worden van het Institut Français. De officiële reden om weer terug te keren: een prachtige baan. De minstens zo belangrijke reden: een Nederlandse liefde, opgedaan een maand voor zijn vertrek uit Den Haag. Vanaf dat moment wordt hij een beetje Nederlander. Hij leert de taal, begint aan zijn Histoire des Pays Bas en verkeert door zijn relatie veel met Nederlanders. Hij blijft vijf jaar in Den Haag. In 1990 gaat hij terug naar Parijs, de politiek in. Eerst als rechterhand van Thierry de Beaucé, de staatssecretaris voor Internationale Culturele Betrekkingen. Later als internationaal adviseur van minister van Cultuur Jack Lang. Ondertussen maakt hij zijn geschiedenis van Nederland af. Achteraf realiseert hij zich dat hij niet voor de politiek is geschapen. “Je hebt geen tijd om te denken, geen tijd om te lezen, geen tijd voor zelfreflectie, geen privé-leven. En ik hou niet van de machtsspelletjes.”

“Hij is een echte intellectueel”, zegt Haasse. Nederlanders storen zich soms aan de hardheid en arrogantie van Franse politici. De Voogd mist juist die eigenschappen. “Hij is bescheiden”, zegt zijn tante. “Hij is beminnelijk”, zegt De Swaan. Hoewel zijn opleiding en ervaring hem klaarstoomden voor een carrière in de politiek, kiest hij voor iets heel anders. Promoveren op de relatie van Johan Huizinga met Frankrijk. “Ik ben een beetje een atypische Fransman.” Het werken aan zijn dissertatie brengt rust in een periode waarin dat hard nodig is. Zijn relatie gaat uit, hij verliest enkele vrienden en gaat in psychoanalyse. Om zichzelf te leren kennen en te beschermen. “Het is geen geheim, maar ik wil er kort over zijn. In de politiek heb ik geleerd dat zwakheden door anderen kunnen worden misbruikt, dat te aardig zijn soms een nadeel is.”

Het tekent De Voogd. Lange tijd heeft hij geprobeerd door iedereen aardig gevonden te worden. Het maakte hem geliefd en populair. Maar het maakte hem ook kwetsbaar en dat was soms pijnlijk voelbaar. Nu gedraagt hij zich - “in mijn werk, privé ben ik een ander mens” - gereserveerder. Haasse citeert Nietsche om de ontwikkeling van De Voogd te duiden: Was mich nicht umbringt, macht mich stärker. “Vandaar ook dat hij soms koel over kan komen”, zegt Noble. “Terwijl hij veel warmte en vriendschap nodig heeft. Zeker als het even moeilijker gaat”, zegt een vriend. De Voogd is, zo zeggen zijn vrienden en bekenden, een zeer gevoelige man.

In februari 1993 werd zijn allerbeste vriend Michel Vassallucci benoemd tot Chevalier dans l'ordre des Arts et des Lettres (ridderorde) door het Franse ministerie van Cultuur. Vassallucci was toen al ongeneeslijk ziek. De Voogd kwam speciaal naar Nederland. Noble: “Het was een uitbundig Amsterdams feest. Christophe was zwaar geëmotioneerd. Het geeft aan hoeveel hij om vrienden geeft. Hij verwacht hetzelfde terug. Begin dit jaar bijvoorbeeld, ik kon niet naar zijn verjaardagsfeest in Parijs. Dat vond hij heel erg. Dan zie je hem denken: 'ik ben toch minder belangrijk voor hem dan ik had gedacht'. Hij kan heel erg geraakt worden door kleine dingen.”

Zijn vrienden spreken vooral over hem in superlatieven. Natuurlijk, hij is soms eigenwijs, maar dat komt dan omdat hij zo intelligent is. Of hij is ambitieus, maar dan wel “in de goede zin van het woord”. Veeleisend en ongeduldig, dat kan hij wel af en toe zijn, zegt zijn tante. Slordig en verstrooid, heel beminnelijk toch? “En hij provoceert graag, hij houdt van ironie”, zegt Noble. Maar ook dat is goed bedoeld.

De Voogd ziet zichzelf als “een idealist, een dromer.” Hij vindt bijvoorbeeld dat Nederland en Frankrijk gezamelijk problemen in de wereld moeten aanpakken. “Azië bijvoorbeeld. Nederland kent Indonesië, en Frankrijk kent Vietnam.” Hij gelooft heilig in de Europese integratie. “Europa is de constructie van vrijheid.” Als directeur van Maison Descartes wil hij de wetenschappelijke contacten tussen Nederland en Frankrijk bevorderen. “De wetenschap is nu zo Anglosaksisch georiënteerd.” Maar hij is en blijft een Franse historicus in Amsterdam. Want schreef Huizinga niet ooit: “Ons besef van eigen land bloeit in de sfeer van kinderherinneringen en terugverlangen, nostalgia.”

De Voogd: “Mooi, hè. Dat is precies waarom ik historicus ben geworden. Ik kan mij nog herinneren dat mijn overgrootoma tachtig was, ik was vijf. Ze vertelde dat er in haar jeugd geen auto's waren en dat ze geen elektriciteit hadden. Dat vond ik ongelooflijk, echt. Volgens mij wist ik toen al dat ik geschiedenis wilde studeren. En door dat soort kinderherinneringen blijf je voor altijd verbonden aan het land waarin je bent opgegroeid.”