Duistere religieuze muziek

Holland Festival Oude Muziek: trio Nidaa Abou Mrad; Ensemble van Sheikh Yassin. Gehoord: 28, 30/8 RASA Utrecht. Herhaling: Sheikh Yassin 31/8 RASA.

In een kerk mag men soms een stukje meezingen en in een kunsthuis ter ontlading in elk geval zo nu en dan klappen. Maar bij een religieus concert mag een luisteraar niks, zelfs niet pauzeren na drie kwartier zwijgen. Zo althans was het geregeld bij het Libanese trio van violist Nidaa Abou Mrad dat vrijdag het niet-westerse aandeel van het Festival Oude Muziek opende. Het drietal kwam op in het stikdonker met een kaarsje voor zich uit, zette dat op de grond, ging zitten, zweeg even voornaam en begon te spelen zonder dat het publiek meer dan hun onderbenen waar kon nemen.

Dat er na een kwartier wat meer licht op het podium kwam had een praktische reden: er moest door de zangers Saïd Chami en Sylvie Haddad veel worden gelezen. Dat dat voor Mrad in het midden niet gold, vloeide voort uit zijn rol: hij was de Gids die alles al wist, de andere twee hadden de rol van Zoeker. Ze moesten om de goddelijke liefde te bereiken zeven plaatsen passeren volgens een vastgelegd parcours: van queeste en liefde tot armoede en niets.

Dat Mrad een knappe en genuanceerd spelende violist bleek en Sylvy Haddad een levendige zangeres, kon niet voorkomen dat het laatste halfuur iedereen leek te wachten op de slotconclusie van deze oeroude soefi-poëzie: 'Het woord is van deze wereld/ Maar de stilte is een mysterie van de wereld die komt.'

Dat het Soefisme - de islamitische stroming die de mystieke eenheid tussen Allah en de mens benadrukt - niet vast zit aan één bepaald muzikaal concept, bleek gisteren bij Sheikh Yassin & Ensemble uit Egypte. De hoofdrol is voor Yassin zelf die al zijn teksten uit het hoofd zingt. De taak van de musici is het bijval te geven door alle frasen min of meer gezamelijk te herhalen, een aanpak die musicologen betitelen als heterofonie.

Als beloning mag na elke tien minuten recitatie één van hen een taksim spelen, dat wil zeggen een improvisatie. De violist haalt het niet bij Abou Mrad en dat geldt ook de bespelers van luit en fluit. Door de ruige recitatie van Yassin echter, die zich kan permitteren erbij te gaan staan en ook zijn handen mee te laten spelen blijft de spanning aardig op peil. Als tegen het eind ook de percussionisten eindelijk mee mogen doen wordt de stemming zelfs even hups.

Dat Sheikh Yassin het anders aanpakt dan Abou Mrad heeft niets te maken met verschil in devotie maar vloeit voort uit hun muzikale scholing. De Libanees volgde de academische weg, de Egyptenaar leerde het door naar platen te luisteren, onder andere die van diva Oum Khalsoum.

    • Frans van Leeuwen