'Dodendans' wil publiek waarschuwen

Voorstelling: Dodendans 1 & 2, van August Strindberg, door Theater van het Oosten. Bewerking: Ger Thijs en Mark Timmer. Regie: Mark Timmer; Gezien: 28/9 Theater aan de Rijn, Arnhem. Tournee t/m 31/10; inl. 026-4437655.

Toneel heeft een waarschuwende functie. 'Word in godsnaam niet zoals wij!' lijkt het volk op de bühne het volk in de zaal toe te roepen. Hoe groter de puinhopen op het toneel, des te vrolijker gaan wij naar huis. Want de fouten van de vreselijke individuen naar wie we zaten te kijken kunnen wij mooi overslaan. Denken we zolang de goede voornemens duren.

Toneelschrijvers die puinhopen tonen zijn dus geen nihilisten maar veeleer idealisten: ze verwachten iets van hun publiek; ze geloven nog in de mensheid. Dat geloof, al was het niet meer dan een rest, gaf ook August Strindberg de kracht om zijn stukken te schrijven, die een eeuw na hun ontstaan nog altijd fonkelen van furiositeit. Theater van het Oosten speelt Strindbergs Dodendans 1 & 2 zo herkenbaar dat we ons er niet aan kunnen onttrekken. Hugo Koolschijn als Edgar en Margreet Blanken als Alice vormen een doodgewoon koppel.

Edgar is de auteur van een geflopt leerboek voor militairen; Alice treurt om een afgebroken carrière bij het theater. De schuld van hun mislukking geven zij aan elkaar en aan de wereld: die bestaat volgens de man uit louter schoften. Verbitterd slijten zij samen hun dagen, in een sombere toren op een geïsoleerd eiland. Edgar moet daar de kust bewaken, een onbeduidende job vergeleken met zijn enorme ambities. Zijn eerzucht heeft hem uitgehold; de enige mogelijkheid die hem nog rest is het manipuleren van zijn omgeving. Het slachtoffer dient zich aan in de vorm van neef Koert. Die brengt een beleefdheidsbezoekje aan zijn familie en wordt meteen misbruikt. Ook door de vrouw des huizes. Zij probeert van Kurt een bondgenoot te maken in de eeuwige oorlog tegen haar man. Zo kalft de sympathie voor dit eenzame echtpaar geleidelijk af - zowel bij Koert als bij de toeschouwer. Het leed van Edgar en Alice heeft een uitweg gevonden in het kwellen van een buitenstaander, die meer van zijn onschuld verliest naarmate hij heviger in de intriges verstrikt raakt.

In het zelden gespeelde tweede deel van Dodendans laat Strindberg de dochter van het echtpaar en de zoon van de neef verliefd op elkaar worden en deze relatie belooft meer toekomst dan die van hun ouders: terwijl haar vader al een betere partij voor haar had geregeld kiest Judith voor de onbemiddelde Allan. Dat happy end is een zwaktebod van Strindberg, want met het slecht aflopende eerste deel bereikte hij eerder wat hij beoogde: het verbeteren van het publiek door het te confronteren met intense slechtheid. Regisseur Mark Timmer heeft er dan ook goed aan gedaan beide delen samen te voegen tot één ellendig drama, met een einde dat te denken geeft.

Judith, gespeeld door Annemarie Wisse, is in zijn enscenering een berekenend kreng dat net zo gemeen met Allan speelt als haar ouders doen met Koert; als het object van haar haat zich aan haar onttrekt blijft er niets anders over dan peilloze verveling. Ook alweer net als bij haar pa en ma: zij raken Koert kwijt en tuimelen in een leegte die ze bezegelen met een Zilveren Bruiloft. Een betere waarschuwing had Timmer niet kunnen geven.

    • Anneriek de Jong