Diana's vlam brandt bij Parijse Pont de l'Alma

Bij het monument boven paal dertien van de Parijse verkeerstunnel, waar prinses Diana een jaar geleden verongelukte, betuigen veel mensen hun aanhankelijkheid.

PARIJS, 31 AUG. Calder (21) arriveerde zaterdag op de Place de l'Alma, met een thermosfles als bagage. Morgen vliegt hij met zijn airmiles terug naar Londen; dinsdag gaat hij in Aberdeen politieke wetenschappen studeren. De sluik-blonde, niet al te recent geschoren jongeman is fervent lid van de Scottish National Party. Twee keer schudde hij de prinses de hand. Hij waakt drie dagen en nachten bij Diana's vlam: “Zij had geen macht, maar des te meer kracht, good power.”

Zijn keel en zijn ogen zitten half-dicht. Calder is niet de enige die deze bedevaart moest maken. Twee zusters uit The Midlands hebben hun jaarlijkse Spanje-vakantie er voor laten lopen. Willie en Kath zijn Ieren uit Londen. Zij kijken met wat meer afstand naar de Diana-rite: “Achteraf gezien was die uitbarsting van rouw een jaar geleden misschien wat veel van het goede. Het was ook hartverwarmend. De Britten kwamen eindelijk op temperatuur, een verrassing na zoveel eeuwen vorst.”

Het monument met de glanzende, gouden vlam boven paal dertien van de Parijse verkeerstunnel, waar prinses Diana een jaar geleden verongelukte, is zonder officieel ingrijpen één van de plaatsen geworden waar mensen uit de hele wereld hun aanhankelijkheid betuigen. In twaalf maanden groeide hier een databank van spontane gevoelens. Gedichten, foto's, T-shirts, boeketten, zelfs een haarborstel zitten op de marmeren sokkel geplakt. Op de brug zijn altijd weer nieuwe plekjes te vinden om een hart te luchten: 'Diana, het was geen ongeluk' of, van een Mexicaan: 'I will not forget you never'.

De monumentale vlam is als een kruising tussen Diana's kapsel en een candle in the wind, naar de titel van het lied dat Elton John aan haar nagedachtenis opdroeg. In 1987, toen het monument in gebruik werd genomen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de International Herald Tribune, wilde men er de Frans-Amerikaanse vriendschap mee herdenken. Het is een kopie van de vlam die het vrijheidsbeeld in New York torst. Eén anonieme boodschapper weet dat het haar beeld niet is. Met zijn printer schreef hij: 'Komt er dan nooit een herdenkingssteen voor Diana?'

Vannacht bleven enige tientallen waken voorbij het uur, één jaar later, waarop de Mercedes met de prinses en Dodi Al Fayed de noodlottige botsing in de tunnel maakte. Volgens een affichant zullen 'de moordenaars betalen voor hun daad. De Britse troon zal vallen!'. Die overtuiging lijkt op die van vader Al Fayed, de eigenaar van het Harrods-warenhuis in Londen en het Ritz-hotel in Parijs, die dezer dagen in tal van media laat weten dat hij nu zeker weet dat het geen ongeluk was. 'Het Britse establishment duldt geen buitenlandse stief-grootvader voor de kroonprins'. Volgens een Engelse zondagskrant heeft hij 45 miljoen gulden uitgeloofd voor het bewijs.

Het Franse justitiële onderzoek is intussen niet veel verder gekomen dan wat men een jaar geleden kon vermoeden: een verkeersongeluk. Tenzij men grote geheimen bewaart, of het technisch rapport over de auto des onheils verassend nieuws brengt - het wordt in oktober verwacht. De witte Fiat Uno, waar de Merecedes in de tunnel tegen aan zou zijn gebotst, is nooit gevonden, al zijn 3000 bezitters van zo'n auto verhoord. Vrijdag getuigde een ex-agent van de Britse geheime dienst die aanwijzingen zou hebben dat MI-6 meer weet van het drama. Henri Paul, de chauffeur van de Mercedes, die te veel alcohol, koolmonoxide en Prozac in zijn bloed had, zou ook voor de Britse geheime dienst hebben gewerkt. Enzovoort. Lady Di en John F. Kennedy zullen voorlopig nog wel collega's blijven.