Amsterdamse Uitmarkt trekt half miljoen mensen; Rillen op Berlage's Beurs

Kennismaken met kunst is als het drinken van een biertje, zei de nieuwe staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg, zaterdag tijdens de Uitmarkt in Amsterdam. “Je moet het een paar keer geproefd hebben.”

AMSTERDAM, 31 AUG. Polo de Haas draagt een winterjas over zijn smoking en de organisatie heeft voor Kees Wieringa een oude trui weten te bemachtigen. Toch zitten de pianisten nog te rillen onder het plastic zeiltje op het dak van de beurs van Berlage, van waar zij Simeon ten Holts Canto Ostinato ten gehore brengen. De geluidsweergave van het twintig jaar oude stuk, dat bestaat uit een telkens herhaald thema onderbroken door dissonanten, is afwisselend mat en blikkerig. Dit weerhoudt de honderden toehoorders beneden op het Beursplein er niet van zich aan te sluiten bij de rij voor de toren van waaruit de verrichtingen van de twee musici te zien zijn.

Het piano dubbelconcert is het eerste optreden van de eenentwintigste Amsterdamse Uitmarkt, die tussen vrijdagavond en zondagavond het Amsterdamse centrum onderdompelt in een Koninginnedagsfeer. Tussen de Dam en de Munt kunnen de ruim een half miljoen bezoekers kiezen uit meer dan 300 optredens verspreid over 28 podia. Naast een uitgebreid aanbod van klassieke muziek, cabaret, toneel, popmuziek, dans en theater, zijn er een boekenmarkt en 250 informatiekraampjes.

Gehuld in een uitbundige blauw-witte wolkenjurk geeft Karin Bloemen vrijdagavond om negen uur het officiële startschot voor het nieuwe culturele seizoen. De vele duizenden aanwezigen, die soms al vanaf drie uur 's middags een plaatsje op een van de tribunes bezet hebben gehouden, klappen en zwaaien enthousiast mee met de diva. Ze overstemt het Hilversumse Metropole Orkest bijkans.

Ook dit jaar kunnen bezoekers kiezen uit een breed aanbod dat varieert van de Afrikaanse high-life muziek van Salimata Diabaté en de Surinaamse volksopera Na Gowtu Du tot klassieke saxofoonkwartetten, moderne dans van Scapino en het gooi-en-smijt cabaret van Rooijackers, Kamps en Kamps. Het publiek lijkt weinig onderscheid te maken tussen de voorstellingen; vrijwel overal is het druk en staan lange rijen wachtenden. Voor veel bezoekers is de Uitmarkt een doelloos zwerven van de ene rij naar de volgende.

Bij Toomler's Comedy Cruise blijkt pas bij aankomst van de boot dat toegang alleen mogelijk is met een kaartje. De dertig gelukkigen die zich een weg door de massa weten te banen om plaats te nemen op de boot van rederij Noord-Zuid, krijgen behalve een nachtelijke rondvaart door de grachten ook een uur lang grappen over Clinton en sigaren, daklozen, doven en Russische Roebels op zich afgevuurd. Op de wal vermengen de doelgroepen van de verschillende cultuuruitingen zich op harmonieuze wijze. Als de operaliefhebbers na afloop van Händels Apollo e Daphne het Rokin oplopen, gaan zij geruisloos op in een massa skaters en housefanatici, die langzaam op gang komen op de dreunende beats van dance-act Chemistry.

Tussen het Realitytheater van de Brakke Grond, de reuzenxylofoon van Martien Groeneveld en de dampende Raï van Noujoum Raï door, grazen zondagmiddag bierdrinkende dagjesmensen de informatiestands van theaters, organisaties en gezelschappen af. Bij de kraam van Toneelgroep Amsterdam, waar acteur Pierre Bokma probeert voorbijgangers over te halen met een tijgerpython op de foto te gaan, is het vele malen drukker dan verderop bij de voorlichtingstent van het ministerie van OCW. Een handjevol leraren en ouders met jengelende kinderen bladert door de folders waarin wordt uitgelegd wat het nieuwe vak Culturele en Kunstzinnige Vorming is, dat dit jaar wordt geïntroduceerd in de bovenbouw van HAVO en VWO. De kersverse staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg legde de dag daarvoor in de kunstsociëteit Arti et Amicitiae uit dat jongeren voortaan vanuit school gestimuleerd moeten worden zich cultureel te vormen. Van der Ploeg trok een vergelijking met zijn eerste kennismaking met zijn favoriete bier Guinness: “Een acquired taste, heet zoiets. Je moet het een paar keer hebben geproefd om het lekker te vinden. Zo is het ook met kunst.”

Deze woorden gaan voorbij aan de twee meisjes die zondagavond hun vriendjes proberen weg te trekken bij de finale van het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev. “Kom op joh, je gaat toch niet zitten kijken naar die baardaap die hysterisch staat te wapperen met z'n stokje!?”