Alleen een baard kan Sharif redden

Met zijn voorstel de koran boven de grondwet plaatsen, heeft de Pakistaanse premier Sharif de hoon van vriend en vijand over zich afgeroepen. Velen beschouwen zijn stap slechts als een wanhoopsdaad om zijn macht te bestendigen.

NEW DELHI, 31 AUG. Een baard is het enige dat het gezicht van Mohammed Nawaz Sharif nog kan redden. De Pakistaanse premier, die vrijdag vriend en vijand verraste met zijn voorstel de koran boven de Grondwet te plaatsen, werd de laatste maanden al beschuldigd van machtsmisbruik, corruptie, dictatoriale neigingen en een zeldzaam gebrek aan visie. In het weekeinde dook de term “fascistische heerschappij” op in Islamabad en werd hij bespot door de religieuze partijen die hij leek te willen paaien met zijn islamiseringsvoorstellen.

“De islam is de oplossing voor alle problemen in Pakistan”, zei Sharif in een toelichting op zijn plannen. Met de koran als hoogste wet, aldus Sharif, rekent Pakistan in één klap af met het geweld en wordt het land een “bakermat van vrede, rechtvaardigheid en welvaart”.

Politici hadden hun antwoord op Sharifs religieuze hervomingen razendsnel klaar. “Laat de minister-president de weg wijzen door onmiddellijk zijn baard te laten staan”, zei Maulana Abdul Hadi van de fundamentalistische partij Jamiaat Ulema-e-Islam. Ook Afzal Aizaz van de Jamaat-e-Islami adviseerde hem zijn scheermesjes weg te gooien en op te houden met het “ridiculiseren” van de islam. De Pakistaanse Volkspartij (PPP) van oud-premier Benazir Bhutto zei dat de stap van Sharif een herhaling is van de poging van de vroegere dictator generaal Zia-ul Haq die “het land ook misleidde in de naam van de islam, met het doel zijn militair-dictatoriale regime te versterken”.

In welke vorm de regering de islamisering wil gieten is nog onduidelijk, maar volgens Sharifs minister van Parlementaire Zaken, Yasin Wattoo, komt Pakistan in een “revolutionair tijdperk van sociale gelijkheid, welvaart en vrede, en worden corruptie en wetteloosheid uitgeroeid”. De regering zag zich gedwongen het weekeinde voor het grootste gedeelte te gebruiken om aan vriend en vijand uit te leggen dat “wij geen Talibaan zijn”, de ultra-religieuze studenten die met behulp van Pakistan het grootste gedeelte van Afghanistan hebben veroverd en in naam van de islam een uiterst streng regime hebben ingevoerd dat vrouwen en meisjes nagenoeg uit het openbare leven verbant. “Wij garanderen dat de rechten van minderheden en vrouwen worden beschermd”, zei Informatie-minister Mushahid Hussain.

Eén van de voorstellen van Sharif is dat de regering erop gaat toezien dat de 140 miljoen Pakistanen vijf keer per dag bidden. “Hoe wil de regering dat gaan controleren?”, zegt een politiek analist. “Bij elk huishouden een religieuze agent neerzetten?”

Waarnemers in Pakistan zien de plannen van premier Sharif als een wanhoopsdaad, een afleidingsmanoeuvre die de fenomenale interne problemen moet verdoezelen en de aandacht moet afleiden. In delen van Pakistan wordt elke dag gedemonstreerd tegen de Amerikaanse raketaanvallen op het islamitische buurland Afghanistan. “Sharif was daarvan op de hoogte”, zegt een politicus van een oppositiepartij. “Hij wil de bevolking nu de boodschap geven dat hij een oprechte moslim is.”

Sharif wordt al geplaagd door tegenslagen sinds hij in het voorjaar van 1997 premier werd met een overweldigende meerderheid in de nationale assemblée. De economie is volstrekt vastgelopen; het land wordt geteisterd door corruptie, criminaliteit en sectarisch geweld. Na een diepe constitutionele crisis eind vorig jaar leek het erop dat Sharif de absolute macht had gegrepen. President Farooq Leghari stapte op en richtte een politieke partij op; de hoogste rechter van land werd gedwongen af te treden. Beiden werden vervangen door personen van wie Sharif weinig weerstand heeft te verwachten.

Maar nadat aartsvijand India in mei vijf kernproeven had gehouden liep het opnieuw mis in Pakistan, en de binnenlandse crisis verscherpte zich. Sharif kon zijn geloofwaardigheid alleen behouden door India te volgen. De daaropvolgende internationale sancties maakten Pakistan tot een vrijwel failliete natie. Sharif zwalkt inmiddels hulpeloos tussen het broodnodige bondgenootschap met zijn voornaamste geldschieter, de Verenigde Staten, en zijn eigen bevolking, die Sharif in steeds grotere aantallen de rug toekeert wegens het dagelijkse bloedvergieten, de prijsstijgingen en de groeiende werkloosheid.

Anderhalve week geleden kwam daar de Amerikaanse aanval op Afghanistan bij - waarbij tientallen islamitische broeders, onder wie veel Pakistanen, omkwamen. “De reactie in Pakistan op de aanvallen heeft Nawaz Sharif tot zijn islamiseringsdrang gebracht”, stelt Rashed Rahman van het dagblad The Nation in Lahore, Sharifs woonplaats. “Maar de belangrijkste reden is het politieke bankroet van de regering, de totale afwezigheid van elke visie, programma of oplossing voor de crisis waarin de staat en de maatschappij verkeren.”

Maar gezien de reacties lijkt de islamiseringsdrang van Sharif zelfs door de meest radicale moslims in het land te worden doorgeprikt. De Pakistaanse Grondwet van 1973 en het (nu nog Brits georiënteerde) rechterlijk systeem worden volgens velen eenvoudig opzij gezet door de koran erboven te plaatsen en de federale regering in Islamabad als handhavende instantie te benoemen. “De federale regering betekent feitelijk de leider van de regerende partij”, stelt de onafhankelijke Commissie voor de Mensenrechten in Pakistan (HRCP). “De handhaving van de sharia komt in handen van één persoon': de minister-president.”

Doordat Pakistan een zeer verscheiden islamitische bevolking heeft vrezen sommigen een maatschappij die zal worden gekenmerkt door “toenemende intolerantie”, zoals Pakistans bekendste mensenrechtenadvocaat, Asma Jehangir, het stelt. “In de naam van de islam probeert Nawaz Sharif een fascistische heerschappij neer te zetten.”