Acht mooie vrouwen bij een bouwlift

Bij de kermis in Purmerend had je vroeger ook touwtrekwedstrijden. Plaatselijke teams werden dan geformeerd. Ik was een jaar of 18 en zat na afloop van een avondje kermis in de kroeg. Eén van de teams had nog iemand nodig, hoorde ik. Zo ben ik gaan touwtrekken.

Die eerste keer ging meteen goed. We moesten vijf wedstrijden tegen andere teams. We wonnen ze allemaal. De dag na die wedstrijden dacht ik: dit doe ik nooit meer. M'n hele lichaam deed pijn. Bij touwtrekken gebruik je namelijk alle spieren. Maar we hadden een leuke groep - allemaal poldermeiden, meiden van de boerderij. Dus ging ik toch door.

Met ons clubje deden we steeds vaker aan wedstrijden mee, ook het NK. Toen in 1986 het eerste WK werd gehouden, waren we ook van de partij. En wat denk je? We wonnen!

Touwtrekken doe je met z'n achten. Je hebt twee gewichtsklassen, de één tot 520 kilo, de ander tot 560 kilo. Daar moet je met het hele team onder blijven. Het mooiste is dat je een enorme krachtsinspanning moet leveren, maar dat niemand van ons eruit ziet als zo'n krachthonktype. Wij zijn mooie, getrainde vrouwen. We komen ook nauwelijks in het krachthonk. Ons team traint meestal met een bouwlift. Op het plateau leggen we stukken ijzer. Met z'n achten trekken we de lift dan omhoog.

Mijn man touwtrekt ook. Bij het WK van 1996 in Nederland vroeg hij me ten huwelijk toen ik op het podium stond om de gouden medaille in ontvangst te nemen. Dat was ook op Studio Sport. Dat hij dat op dat moment durfde, vond ik schitterend. Nee, ik heb hem niet door de sport leren kennen. Ik kende hem al van vroeger. Van de kermis, ja, hahaha.