'Ze was een gewoon meisje, dat is het tragische'; De Oostenrijkse Melissa Müller over haar biografie van Anne Frank:

De afgelopen week was een meisje dat meer dan vijftig jaar geleden stierf dagelijks voor- paginanieuws. Aanleiding: de naderende verschijning van de biografie Anne Frank, met de onthulling van ontbrekende dagboekpagina's en de naam van de verrader van Het Achterhuis. Het eerste vraaggesprek met de Oostenrijkse schrijfster Melissa Müller. 'Voor mij was Anne Frank nooit een cultfiguur.'

Het was de werkster. De werkster van Prinsengracht 263 in Amsterdam heeft Anne Frank verraden, zo luidt de conclusie die zich bijna onontkoombaar aandient bij het lezen van de biografie die de Oostenrijkse Melissa Müller volgende week publiceert en die tegelijkertijd in Nederland, Duitsland en Amerika verschijnt. Müller beschuldigt de vrouw nergens expliciet, wel maakt ze duidelijk dat er tot op heden geen aanwijzingen zijn dat een ander de bewoners van Het Achterhuis aan de nazi's heeft overgeleverd. Bovendien heeft deze vrouw tijdens de verhoren na de oorlog door de politie in elk geval leugenachtige verklaringen afgelegd en waarheden verdoezeld.

Müller: “Ik zeg niet dat ik zeker weet dat mevrouw Lena Hartog-Van Bladeren het gedaan heeft. Niemand kan dat zeker weten want de betrokkenen zijn allemaal dood. Het zou aanmatigend zijn om te zeggen dat ik de verrader gevonden heb. Ik zeg wel dat er zoveel aanwijzingen zijn dat die voor de politie ten minste voldoende hadden moeten zijn om Lena Hartog voor de rechter te brengen en nauwkeuriger te onderzoeken. Ze heeft de waarheid verdoezeld en haar man heeft evenmin helemaal de waarheid gesproken.”

Melissa Müller (1967) is een jonge Weense schrijfster die met Anne Frank haar eerste biografie aflevert. Ze heeft er drie jaar aan gewerkt. Ze heeft veel gereisd om archieven te raadplegen, correspondentie met familie en vrienden in te zien, en vooral om overlevenden op te sporen. Ze wilde de geschiedenis van Anne Frank in kaart brengen voordat overlevenden uit de oorlog hun eventuele geheimen in het graf zouden hebben meegenomen.

Het is een gemakkelijk leesbaar boek, allerminst een dorre studie, waarin de verklaringen van de getuigen zijn verweven tot een verhaal. De vele details in de vertellende stijl wekken bovendien de indruk alsof de auteur er zelf bij is geweest, met name in het eerste hoofdstuk waarin de arrestatie van de acht onderduikers wordt beschreven.

Ze was allang gefascineerd door Anne Frank, vertelt Melissa Müller in haar appartement in Wenen. Eén verdieping hoger in het gebouw aan de rand van het centrum is de uitgeverij van kunstboeken van haar man gevestigd. Ze werkt beurtelings in Wenen en München, waar ze ook een huis heeft. De jonge biografe studeerde Duitse letterkunde in Wenen. Hiervóór schreef ze een sociologisch boek over kinderen in het tijdperk van commercie en reclame.

Müller: “Ik kon me als meisje van dertien tot vijftien jaar met Anne Frank identificeren. In haar strijd met haar moeder, in haar eerste verlangens naar een vriend - waarbij ik me altijd de vraag stelde waarom dit meisje uiteindelijk moest sterven. Hoe kon een landgenoot van mij als Hitler de mensen zo tot meeloper maken? Het verhaal heeft me eigenlijk nooit meer losgelaten.”

Een doorslaggevende reden om zich intensief met Anne Frank bezig te houden was de 'verkitsching' van Anne Frank op het toneel en in de film. Müller: “Voor mij was Anne Frank nooit een cultfiguur of een mythische heldin, maar gewoon een meisje zoals ontelbaren. Natuurlijk schrijft ze waarschijnlijk beter dan leeftijdgenoten, maar in principe was zij voor mij een eenvoudig meisje met wie eigenlijk niets bijzonders aan de hand is. Dat is het tragische aan de hele geschiedenis. Want het is veel gemakkelijker je voor te stellen dat een heldin of martelaar vermoord wordt dan dat een eenvoudig, onschuldig en onbetekenend meisje dat overkomt.”

Het ging er de Weense schrijfster vooral om de waanzin van de Holocaust aan de hand van Anne en haar omgeving te reconstrueren. “Ik heb het beeld van haar als heilige willen corrigeren, overigens zonder daarbij het beeld te vernietigen of iets negatiefs over haar te zeggen. Ik wilde haar levend maken, van vlees en bloed. Ik wilde Anne Frank laten zien, maar ook haar omgeving, haar tijd. De vernietigde joden worden vaak gezien als een groep slachtoffers, zoals 'de' Duitsers als groep het kwaad vertegenwoordigen. Ik heb willen laten zien dat zij net als ieder slachtoffer een persoonlijk noodlot ondergaat. Ik geloof namelijk dat het daardoor nog veel schokkender is.”

Ontbrekende pagina's

Cor Suijk, de voormalige medewerker en ex-mededirecteur van de Anne Frank Stichting in Amsterdam over wie onlangs bekend werd dat hij vijf onbekende dagboekbladen van Anne Frank al bijna twintig jaar in zijn bezit heeft, heeft verklaard dat Melissa Müller hem ertoe heeft aangezet met de pagina's naar buiten te treden. Müller: “Cor Suijk ken ik twee jaar. Ik heb hem meermaals geïnterviewd en daaruit ontstond een intensieve werkverhouding. Hij heeft mij veel verteld en heeft mij ook tips gegeven waar ik verder kon onderzoeken.

“Maanden nadat ik hem had leren kennen, zo ongeveer vorig jaar oktober, heeft hij laten merken dat hij nog iets wist. Omdat hij me kennelijk vertrouwde, heeft hij besloten mij erover te vertellen. Ik was natuurlijk zeer verrast en opgewonden toen ik die pagina's zag. Hij heeft me meteen gezegd: ik zou willen dat u dat publiceert, omdat ik het in een boek beter tot zijn recht vind komen dan zomaar in de krant. Maar, zei hij erbij, hij wilde dat doen in overleg met de Anne Frank Stichting, het Anne Frank Fonds in Basel en met het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

“In oktober of november vorig jaar is hij naar David Barnouw van het RIOD gegaan om hem dat allemaal te vertellen en te zeggen dat hij de papieren graag zou willen publiceren. Het RIOD was eerst helemaal niet zo geïnteresseerd. Dat was erg komisch. In het begin was het van: o ja, nog een paar bladzijden, o mijn god, dan moeten we de hele wetenschappelijke uitgave nog eens maken, o nee, vreselijk. Pas daarna heeft het RIOD gemerkt dat het toch iets bijzonders is.”

Müller zegt heel lang met Cor Suijk te hebben overlegd of ze de brieven wel zouden moeten publiceren. Voor haar was een doorslaggevende reden om het te doen dat deze bladzijden zo duidelijk laten zien dat Anne heeft nagedacht over haar moeder. “Dat is voor mij het verrassende.” Dat het Anne Frank Fonds die publicatie niet aan haar wilde overlaten, vindt ze jammer. Deze vijf bladzijden heeft zij niet mogen gebruiken. Ze heeft geprobeerd om wat Anne daarin schrijft, duidelijk te vertellen zonder te citeren. Ze is in elk geval blij dat onder druk van haar boek het Zwitserse Anne Frank Fonds, dat de auteursrechten bezit, alsnog besloot toestemming te geven voor publicatie door het RIOD. Dat de Nederlandse krant Het Parool de pagina's deze week al publiceerde, noemt ze “onbeschoft” en “schokkend”.

Het gaat om twee fragmenten: het ene is een inleiding op het dagboek. Müller: “Anne Frank heeft duidelijk gezegd dat ze haar dagboek alleen als basis wilde gebruiken voor een roman. Desondanks vind ik dat Otto Frank juist heeft gehandeld door het dagboek te publiceren. Ze heeft in dit onbekende fragment geschreven dat niemand anders haar dagboek zou mogen lezen. Maar dat gold dan toch vooral haar naaste omgeving: haar zus, haar ouders, de bewoners van Het Achterhuis. Ze wilde gewoon niet dat deze mensen haar intiemste sfeer zouden binnendringen. Ze leefde van dag tot dag en maakte zich geen voorstelling van de tijd nadat zij mogelijk gestorven zou zijn. Ze schreef deze zin zoals u en ik op dertienjarige leeftijd zo'n zin zouden schrijven: wee degene die mijn dagboek leest, want dan word ik heel kwaad. Voor mijzelf was het bijvoorbeeld heel belangrijk dat mijn moeder mijn dagboek niet zou lezen. Ik verstopte het voor haar. Ach, dat doen meisjes op die leeftijd.”

Het tweede nu opgedoken fragment is een passage van 8 februari 1944, waarin Anne Frank “zeer invoelend” schrijft over het huwelijk van haar ouders. De eerste versie van deze dagboekbrief werd door vader Otto Frank al weggelaten, de tweede versie gaf hij aan zijn goede bekende Cor Suijk. Müller: “Ik begrijp heel goed dat Otto Frank dat niet wilde publiceren omdat wie het dagboek van Anne Frank leest, geen details over het huwelijk van haar ouders nodig heeft. Ik begrijp alleen niet, en daar heb ik ook kritiek op, dat hij daarmee de enige passage heeft verwijderd waarin Anne met medegevoel, positief en met begrip over haar moeder spreekt. Wie het dagboek leest, heeft steeds de indruk dat Anne haar moeder niet kan uitstaan en helemaal geen begrip voor haar heeft. Dat wordt in deze passage herzien. Daarom is voor mij deze passage zo belangrijk. Het is een zeer ontroerende passage.”

Müller beschouwt Edith Frank als een heel wat intelligentere vrouw dan waarvoor ze vaak is gehouden. Een meisje uit Aken dat het gymnasium had gevolgd, vreemde talen had geleerd en open stond voor de moderne samenleving, maar later geworden tot een vrouw die door bittere tegenslagen stil was geworden. Na haar emigratie naar Nederland werd Edith Frank volgens Müller steeds ongelukkiger, steeds wanhopiger, iemand ook die haar ongeluk voor zichzelf hield. Het huwelijk met Otto maakte het er volgens Müller niet veel beter op. Overigens veranderde ze in het concentratiekamp volkomen, zegt Müller. Mensen die de moeder samen met Anne en Margot daar hebben meegemaakt bevestigen dat ze in het kamp een soort 'roofdiermoeder' werd, iemand die alles deed om haar kinderen eten te kunnen geven en hen te beschermen.

“Het huwelijk tussen Edith en Otto was volgens de normen van de negentiende eeuw een perfect huwelijk, maar naar moderne maatstaven was het voor haar een extreme teleurstelling. Otto gedroeg zich altijd correct, maar zoiets als liefde en hartstocht deden zich niet voor. Anne schrijft in haar brief van 8 februari 1944 dat Otto zijn vrouw behandelt zoals zijn kinderen. Dat is op zichzelf positief, maar het is voor een vrouw te weinig. Dat is het probleem. Anne zegt dus niet dat haar vader haar moeder slecht behandelt, maar alleen te correct. Ze schrijft dat hij haar kust zoals hij zijn kinderen kust. Andere mensen bevestigen dat. Anne zegt duidelijk dat de aard van haar moeder een reactie is op het ontbreken van hartstochtelijke liefde.”

Schrijverschap

Müller ziet het dagboek van Anne Frank niet als het werk van een wonderkind, niet als de kiem van een onvermijdelijk groot schrijverschap. Müller: “Wij vredeskinderen vinden dat Anne Frank vroegrijp was, en vooral valt op dat ze tijdens de onderduikperiode zo'n extreem snelle ontwikkeling doormaakte. Zo'n ontwikkeling zouden wij die van een wonderkind noemen. Maar vriendinnen van Anne Frank hebben me gezegd dat zij allemaal zo waren, ze waren allemaal vroegrijp als gevolg van de verschrikkelijke gebeurtenissen in hun leven. Anne Frank was dus geen uitzondering, ze heeft zich hooguit iets beter kunnen uitdrukken.

“Ik zie in de tweede versie van haar dagboek aanzetten om een groot schrijfster te worden, maar het heeft weinig zin om je af te vragen of ze dat geworden zou zijn. Mijn beste vriendin op school schreef op haar vijftiende zulke prachtige dingen, zo veel beter dan wat de andere kinderen schreven, dat iedereen dacht dat zij wel schrijfster zou worden. Maar ze heeft wiskunde en scheikunde gestudeerd en doet nu iets totaal anders. Anne Frank wilde dan wel schrijfster worden, maar misschien was ze toch iets heel anders gaan doen, medicijnen studeren of zo, ik heb geen idee.”

Een fout die veel psychologen en psychiaters hebben gemaakt is volgens de biografe dat ze de persoon Anne Frank hebben geïnterpreteerd alsof zij een afgerond leven zou hebben geleefd. Müller: “Het gaat hier om een meisje in de puberteit dat op haar vijfentwintigste over heel wat dingen volledig anders gedacht zou hebben dan toen. Ik heb dus niet een soort afgeronde biografie kunnen schrijven zoals bijvoorbeeld over koningin Wilhelmina, een vrouw die jong was, opgroeide en oud was en wier karakter men psychologisch kan duiden. Ze was als mens niet af.

“Ikzelf had tussen mijn dertiende en zeventiende jaar een zeer slechte relatie met mijn moeder. Ze was streng, zei steeds dat ik moest opruimen en niet zo slordig moest zijn en moest leren, ze werkte verschrikkelijk op mijn zenuwen. Nu heb ik een zeer goede verstandhouding met mijn moeder. Ik dacht steeds: laat ik niet interpreteren, want een jaar later zou alles misschien weer anders zijn geweest.”

De Nederlanders, zegt Melissa Müller - het klinkt bijna jaloers uit de mond van de Oostenrijkse - kunnen zich gelukkig prijzen het dagboek van Anne Frank te bezitten. Het dagboek is naar haar oordeel de belangrijkste oorzaak van het wijdverbreide idee dat Hollanders in de oorlog onderduikers hielpen. “Weinig mensen weten dat juist in Nederland de vernietigingsmachine beter heeft gefunctioneerd dan in vrijwel alle andere landen”, zegt Müller.

Ze hoopt dat haar boek een tegenwicht kan bieden aan de “merkwaardige wens” onder veel mensen, vooral uit de generatie voor de hare, om de geschiedenis van de oorlog “eindelijk eens van tafel te vegen”. Die wens blijkt volgens haar ook weer uit de kwestie van het nazigoud en de eventuele schadeloosstellingen door Duitse en Oostenrijkse bedrijven aan voormalige dwangarbeiders.

Als Müllers reconstructie van de gebeurtenissen in 1944 aan de Amsterdamse Prinsengracht klopt, dan zijn de acht beroemdste onderduikers ter wereld verraden door een vrouw die uit domme angst gehandeld heeft, niet uit sympathie met de nazi's. Lena Hartog werkte bij het schoonmaakbedrijf Cimax van de broer van een van de helpers van de onderduikers, Kleiman. Haar man Lammert Hartog had door haar bemiddeling een baan gekregen in het magazijn op Prinsengracht 263.

Zowel Lena als Lammert Hartog waren dus regelmatig in het pand aanwezig. Lammert Hartog had al van zijn nieuwsgierige magazijnchef, Willem van Maaren, begrepen dat er ergens in huis joden verstopt zaten. Lammert had het weer aan Lena doorverteld en die maakte zich daar grote zorgen over; niet alleen liep volgens haar daardoor haar man gevaar om opgepakt te worden voor de arbeidsdienst in Duitsland, ook vreesde ze voor het leven van haar enige zoon Klaas, bakker van beroep, die zichzelf na een verbroken verloving uit wanhoop had aangemeld voor de arbeidsdienst en aansluitend voor de Kriegsmarine. Hij geldt tot op heden als vermist.

In juli 1944 sprak Lena Hartog ten minste twee mensen aan over haar bezorgdheid, zo schrijft Müller in haar biografie. De eerste keer vroeg ze de vrouw van de bedrijfsleider van het schoonmaakbedrijf, Anna Genot, of die wel wist dat er joden verstopt zaten aan de Prinsengracht.

De tweede keer sprak ze Bep Voskuijl erover aan, een van de helpers van de onderduikers die regelmatig loon uitbetaalde voor schoonmaakwerkzaamheden in het pand. Ze zei dat ze de aanwezigheid van joodse onderduikers niet langer kon aanzien omdat iedereen die daarvan wist in levensgevaar verkeerde.

Müller: “Het staat vast dat deze werkster in de verhoren na de oorlog niet de waarheid heeft gesproken. Ze heeft verzwegen dat ze in het huis aan de Prinsengracht had gewerkt. Ze heeft onwaarheid gesproken toen ze zei dat ze pas na de arrestatie over de joden te weten kwam. Dat is gelogen.”

Toen SS-Oberscharführer Karl Silberbauer met drie Nederlandse medewerkers namens de Gestapo op de zonnige 4 augustus 1944 na een telefonische tip het pand binnenviel om de onderduikers te halen, was volgens Melissa Müller de magazijnknecht Lammert Hartog de enige persoon die niet verbouwereerd leek, maar onmiddellijk zijn jasje aantrok en zich uit de voeten maakte. Müller ziet daarin een van de aanwijzingen dat niemand anders dan het echtpaar Hartog-Van Bladeren de onderduikers kan hebben verraden. Beide zijn overigens allang overleden, Lammert in 1959 en Lena in 1963. Het was in elk geval niet de magazijnchef Van Maaren, zegt M¨üller, want die leek door de inval overrompeld, zo heeft de Oostenrijkse SS'er Silberbauer later tegenover de politie verklaard.

Aantekeningen

Melissa Müller leunt bij haar reconstructie sterk op verklaringen van Miep Gies, ook een Oostenrijkse van geboorte trouwens, de steun en toeverlaat van de acht onderduikers die hen ruim twee jaar lang dagelijks van levensmiddelen voorzag, alsmede van de nieuwtjes uit de buitenwereld. Miep Gies, die ook een nawoord in de biografie schrijft, heeft Müller op het spoor gezet.

Müller: “Het uitgangspunt voor mijn onderzoekingen naar het verraad was het exemplaar van Miep Gies van de wetenschappelijke editie van het dagboek van Anne Frank. Dat exemplaar was haar persoonlijk door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie overhandigd. Ze had daarin aantekeningen gemaakt zoals 'wat een fout van de politie', 'helemaal verkeerd', 'waarom werd Bep Voskuijl niet ondervraagd door de politie', 'zo was het helemaal niet' enzovoorts.

“Toen heb ik haar natuurlijk gevraagd wat haar vermoeden was, of ze geloofde te weten wie het was geweest. Zij was heel voorzichtig, ook al omdat ze de vraag zou kunnen krijgen waarom ze dat dan niet eerder had gezegd. Maar ze heeft wel gezegd dat Lena Hartog na de oorlog in elk geval niet de waarheid heeft gesproken. Het irriteerde haar dat Lena had verzwegen dat ze op de Prinsengracht had gewerkt. Dat alles was voor Miep Gies een aanwijzing dat er met die vrouw iets niet klopte.”

Müller vertelt dat toen de helpers van de acht onderduikers hoorden dat Lena Hartog zo bezorgd was, ze niet goed wisten wat ze moesten doen. “Dat was tragisch voor mij: Miep Gies die tegenover mij zit en vraagt wat ze hadden kunnen doen.” Müller vertelt dat er geen nieuw onderduikadres voor acht mensen te vinden was in juli 1944, toen het tot tien uur 's avonds licht was en er vanaf acht uur een uitgaansverbod gold. Dat ze wel hebben overwogen om althans de beide meisjes Margot en Anne ergens anders onder te brengen, maar dat het niet mogelijk was geweest. Dat ze op het gezonde verstand van de magazijnmedewerkers en van Lena Hartog moesten hopen, dat deze vrouw zou begrijpen dat ze deze arme mensen toch niet kon verraden als ze wist wat er dan met hen zou gebeuren.

Melissa Müller schrijft in haar boek met zoveel woorden dat het eigenlijk al een wonder was dat de acht onderduikers niet al veel eerder waren verraden. Acht mensen op één plaats veroorzaken lawaai. Wie de onderduikers horen wilde, kon ze horen, kon weten dat achter dat raam mensen zaten. Otto Frank heeft na de oorlog verklaard dat de hele buurt het wist en dat de nette mensen er niet over hebben gesproken.

Of het verstandig was zo'n onderduikadres te kiezen? Müller: “Het was een uitzonderlijke situatie. De bewoners van Het Achterhuis hadden vier helpers van wie ze wisten dat die hun altijd trouw zouden blijven. Dat hadden maar weinig mensen. Veel joden moesten een onderduikadres bij wildvreemde mensen zoeken, moesten daarvoor betalen. Ook dat ze woonden in een ruimte die Otto zelf had gehuurd, was eigenlijk een luxe vergeleken met de situatie van andere joden.”

Müller herinnert eraan dat de meeste gezinnen zich bij het onderduiken hadden gescheiden, vaak twee aan twee. Zeer vaak liet men de kinderen alleen onderduiken, dat was ook gemakkelijker omdat die als kinderen van Nederlanders konden gelden. Müller: “Ik heb weliswaar zelf geen kinderen, maar ik kan me goed voorstellen dat ouders niet van hun kinderen willen scheiden. Dat is een legitiem, persoonlijk besluit dat in het geval van Otto Frank dateert van het begin van de oorlog, toen hij en Edith een voorstel van een nicht uit Londen afsloegen om in elk geval de kinderen daarheen te sturen. Je kunt als ouders ook zeggen: als het slecht afloopt, ben ik tenminste bij mijn kind. Nooit van mijn leven zou ik Otto en Edith Frank verwijten dat ze hun kinderen niet op de trein hebben gezet om vervolgens maar te hopen dat het goed afloopt. Het was zoals het was.”

Als Lena Hartog de verrader van Anne Frank is, dan is zij zich volgens Müller zeker niet van de consequenties van haar daad bewust geweest. Müller: “Het waren heel eenvoudige, gewone mensen die de draagwijdte van een verraad niet konden overzien. Dat maakt het voor mij des te tragischer, des te droeviger ook.”

Müller heeft nog familie van Lena Hartog-Van Bladeren kunnen opsporen, een dochter van een broer van Lena. Vervolgens vroeg ze of Cor Suijk die wilde bellen, “ten eerste om zijn leeftijd en ten tweede omdat hij Nederlander is”. Müller: “De vrouw wist van van niets, maar ze was ook niet verrast. Ik had gedacht dat ze heel boos zou worden dat iemand ook op maar zo'n gedachte kon komen dat haar tante dat zou hebben gedaan. Maar ze was helemaal niet overdonderd, ze zei eenvoudigweg dat ze zich dat wel kon voorstellen. De nicht kon er verder niets over zeggen omdat ze haar tante niet erg goed had gekend. Maar ze heeft niet gezegd dat het onmogelijk was. Ik vond dat schokkend.”

Het boek van Melissa Müller, Anne Frank, de biografie, verschijnt 7 sept. bij uitg. Bert Bakker / Prometheus, 324 blz. ƒ 45,-, ISBN 9035119.894 (gebonden) of f 34,50, ISBN 9035119.908 (paperback)