Srebrenica

Elsbeth Etty beschrijft (Z 15 augustus) de nasleep van 'Srebrenica' in de Nederlandse politiek. Ik vind met name haar beschrijving van het begin van deze affaire wel wat simpel en rooskleurig. Hoe kwam Dutchbat ook alweer in Srebrenica terecht?

André Beaufre definieert oorlog kernachtig als 'the dialectic of two opposing political wills using force'. De dialectiek in de Joegoslavische burgeroorlog was buitengewoon ingewikkeld, maar het zenden van een bataljon naar een betwist bergdorp was, in de zin van bovengenoemde, definitief, onbetwistbaar een oorlogsdaad, ook al noemt men het een vredesoperatie. Onze VN-partners begrepen dat heel goed, gezien hun onwil om troepen te leveren.

Nederland echter, geïnspireerd door mooie gevoelens en met solide steun van het parlement, zond Dutchbat naar zijn noodlottige bestemming en raakte in steeds toenemende problemen die culmineerden in het bekende drama. Kortzichtigheid bleek in deze situatie onherstelbaar; mede omdat het werd ingegeven door grootmoedigheid.

In de chaos en paniek in Srebrenica blijken achteraf gezien dingen te zijn gebeurd die niet door de beugel kunnen. Dit is inherent aan chaos en paniek. Dit heeft volgens Elsbeth Etty mede geleid tot een vertrouwensbreuk die zou moeten worden hersteld door het parlement.

Hier rijst opnieuw twijfel. Bedoeld wordt vermoedelijk een parlementaire enquête. Parlementaire enquêtes zijn populair bij politici wegens de publiciteit en de kansen zich te profileren. Men kan slechts hopen dat de dames en heren Kamerleden die in een comfortabele vergaderzaal aan het Binnenhof bijeen zullen komen, teneinde hun licht te laten schijnen over de onverkwikkelijkheden van Srebrenica, beseffen dat ze daar zitten met ponden boter op hun hoofd.