'Spel is oorlog'

Dertig jaar lang bedachten ze spelletjes als Babbelonië, Tien voor Taal, en Herexamen. Nu hebben Jan Meulendijks en Bart Schuil hun zaak verkocht. De twee zeer gefortuneerde heren gaan in antiek.

Scrabble, dat is eigenlijk het enige spel dat Jan Meulendijks en Bart Schuil nog wel hadden willen uitvinden. Verder kunnen ze niets bedenken. Vrijwel alle quizzen, spelletjes, cryptogrammen en kruiswoordpuzzels in Nederland staan al op hun naam. Ze bedachten succesformules als Puzzeluur en Tien voor Taal voor televisie, leverden puzzels en woordraadsels aan kranten en tijdschriften; en brachten puzzelboeken op de markt - op 1 oktober hebben ze er precies dertig jaar in de branche op zitten. Het ging hen goed.

'Het kamertje aan de Utrechtsedwarsstraat' waar ze begonnen, ligt ver achter hen. Tegenwoordig zijn ze de kasteelheren van een classisistisch paleisje aan de Amsterdamse Herengracht.

Binnen is alles in empire-stijl. Het vergulde brons en mahoniehout, de spiegels, de olieverfschilderijen; de pendules en cherubijntjes: alles is authentiek uit de tijd van Napoleon I. De marmeren gangen, gestucte plafonds en kroonluchters dienen als decor. Zelfs de tuin is 'Versailles'. Met symmetrische figuren in de hagen.

'De finishing touch' noemt Meulendijks dit huis waar zij drie jaar geleden kwamen wonen. Deze week achtte het tweetal de tijd rijp zich terug te trekken uit de spellen. Win TV werd verkocht aan Endemol, de uitgeverij Win Productions aan VNU. De heren beginnen een antiekwinkel.

“De mens wil spelen, dat is van alle tijden”, probeert Meulendijks de niet aflatende belangstelling van de mens voor spelletjes te verklaren. Hij is het zakelijk talent van de twee, een kleine, vriendelijke vijftiger, zorgvuldig gesoigneerd in pak met stropdas. “De mens wil winnen. Het is oorlog. De mens wil oorlog. Spel is oorlog.” Zijn partner Schuil is brutaler, waarvan niet alleen zijn lossere outfit getuigt, maar ook zijn tongue in cheek teksten voor programma's als Babbelonië.

Het tweetal, Gerard Cox noemde ze ooit het gelukkigste huwelijk van Hilversum, rolde per ongeluk in het vak. Beiden waren oorspronkelijk journalist. Ze ontmoetten elkaar in de zomer van 1969. Meulendijks was toen al voor zichzelf begonnen en maakte puzzels voor de krant. Schuil voelde er ook wel wat voor zijn baan op te zeggen. Ze besloten samen verder te gaan. Het duo was de eerste onafhankelijke televisieproducent in Hilversum.

Ze hadden de tijd mee, verontschuldigt Meulendijks zich voor het succes. Het was eind jaren zestig, en de publieke omroep zocht nog naar vorm. De TROS was nog niet eens begonnen, goede televisieprogramma's waren schaars, niemand had nog verstand van televisiemaken en er was geld te over.

“Televisiespellen waren nauwelijks voorhanden, we hadden absoluut geen concurrentie”, zegt Meulendijks. Schuil: “Als we een leuk idee hadden, gingen we naar een omroep en die zei dan: leuk, dát gaan we doen. Als je niet oppaste, werd je nog meteen in dienst genomen ook.”

De grote doorbraak kwam met Puzzeluur, gepresenteerd door Jos Brink in het begin van de jaren zeventig. Het spelletje won meteen de Televizierring. “Het waren gewoon vier mensen die zaten te puzzelen, meer was het niet”, lacht Meulendijks. “Maar zoiets was nog nooit op de Nederlandse televisie vertoond. Ik denk dat de meeste mensen keken omdat er niks anders was op tv.”

Puzzeluur plaveide de weg voor succesformules als AVRO's WiekentKwis, de Sterrenshows met Willem Ruis en Babbelonië (met Pim Jacobs, Lous Haasdijk, Jos Brink en Willem Duys).

Maar het grote geld kwam pas echt met de exploitatie van de rechten van shows uit het buitenland. Het tweetal werd representant van onder andere Talbott Television in Nederland, en bracht klassiekers als Prijs je Rijk, Wie van de Drie, Op Goed Geluk, Dinges, en Vijf tegen Vijf naar Nederland. Daarmee dwarsboomden ze diegenen in Hilversum die hadden gehoopt de formules kosteloos te kopiëren.

Hoe goed ze de ideeën van anderen ook wisten te beschermen, met hun eigen geesteskinderen ging dat minder goed. Babbelonië bijvoorbeeld, werd door RTL4 genadeloos geplagieerd in Wie Ben Ik.

“Ik weet nog goed waar ik Babbelonië bedacht, namelijk in de wachtkamer bij de tandarts”, zegt Meulendijks. “Ik hoorde mensen met elkaar praten, maar had geen flauw idee waar het over ging. Ik dacht: dat is leuk, raden waar ze het over hebben! Toen zei Bart: dan moet je het door bekende Nederlanders laten spelen.”

Het deed pijn RTL4 met dat concept aan de haal te zien gaan, maar Meulendijks en Schuil hebben nooit iets tegen de omroep ondernomen. Omdat ze weten hoe moeilijk het is te bewijzen dat iemand je idee op tv gekopieerd heeft. Meulendijks: “Het heeft ons veel, heel veel chagrijn bezorgd, maar ik heb eigenlijk geen zin meer om er over te praten. Ik wil positief op onze carrière terugkijken. Ik wil geen rancune.”

Het zal moeilijk worden af te kicken van de spelletjes, na dertig jaar dienst, dat willen ze beiden best geloven. “Het is een tweede natuur geworden. In alles zien wij een spelletje”, zegt Meuldendijks. “Het kan een gedachte zijn op de wc, een klok die je hoort tikken, je bent altijd alert.”

Maar rouwig zijn ze niet, het vak de rug toe te keren. De heren signaleren de laatste jaren vervlakking op tv. “Televisie is behang geworden”, zo constateren zij. “Ik vind dat er veel te weinig spellen op de televisie zijn zoals Twee voor twaalf, Herexamen, Per seconde wijzer, programma's waar je wat van op steekt”, zegt Meulendijks. “Dat is raar, want mensen kijken er graag naar. Over het algemeen zie ik een hoop shit op tv. Misschien dat het beter wordt nu Bert van der Veer, programmadirecteur bij RTL4 heeft aangekondigd de programma's wat te willen upmarkten.”

Ook in het zakelijk klimaat in Hilversum konden ze zich de laatste jaren steeds moeilijker vinden. “Als ik nu moest beginnen, had ik een ander vak gekozen. De markt is veel te versnipperd”, zegt Schuil. “Wij zijn antiek”, zegt Meulendijks. “Wij zijn van de generatie die een week deed over een spel. Nu moeten er vier op een dag gemaakt worden. Het wordt steeds oppervlakkiger, er is steeds minder geld. En als je dan ouder wordt, zoals wij, denk je wel eens: Waar ben ik nog mee bezig.”

“Gelukkig zijn er nog zoveel andere dingen. Reizen, lezen, antiek. Daar gaan we nu mee verder. De spanning in een veilinghuis is ook weer enig. Ook dat is weer een spel, opbieden tegen een ander. Het juiste moment weten te kiezen. Ik denk dat de heimwee pas volgend jaar augustus toeslaat.”