Schoolcijfer

ZO, JONGENS en meisjes, opgelet, we gaan het vandaag hebben over toetsen, over cijfers geven en nu eens niet over cijfers voor jullie leerlingen, maar over cijfers voor de school. Een school beoordelen, hoe zou je, denken jullie, dat kunnen doen? Om het niet al te moeilijk te maken zo aan het begin van het nieuwe schooljaar, zal ik je een eindje op weg helpen: hoe wordt bekeken wat jullie straks aan het eind van deze school geleerd hebben? Toe nou, niet allemaal tegelijk.

Inderdaad, met de Citotoets. Nu dan de vraag: hoe beoordeel je de kwaliteit van een basisschool? Kalm, niet weer allemaal tegelijk. Wat zei jij, Liesbeth? Met alle Citotoetsen samen? Inderdaad. Zo zou je dat kunnen doen. Je telt de Citoscores van alle leerlingen bij elkaar op en berekent het gemiddelde. Laten we nu eens kijken hoe anderen over deze oplossing denken.

Meneer Jan Rijpstra (VVD), mevrouw Marleen Barth (PvdA) en meneer Wim van de Camp (CDA), alle drie lid van de Tweede Kamer, gaven een tijdje geleden in 'Het Onderwijsblad'hun mening over het beoordelen van basisscholen. Wat zeggen nu die twee meneren en die mevrouw? Die vinden onze oplossing niet eerlijk.

Meneer Rijpstra niet omdat het daarbij gaat om “alleen maar kille resultaten van de Citoscore”. Jullie, leerlingen, krijgen al jaar en dag aan het eind van de school Citotoetsscores, maar voor de school, voor de leraren en leraressen dus, vindt die meneer ze ineens te kil. Mevrouw Barth heeft een andere reden om hetzelfde te vinden. De PvdA is tegen, zegt ze, want die wil niet “een organisatie vol hoogopgeleide werknemers aan de schandpaal nagelen omdat op een willekeurige voorjaarsochtend de zenuwen van een groep twaalfjarigen niet roestvrijstaal genoeg bleken”. Jullie mogen van mevrouw Barth allemaal afzonderlijk aan de schandpaal, maar één schandpaal voor mij en mijn collega's samen, dat wil zij mij niet aandoen. Omdat ik hoogopgeleid ben en jullie zenuwen niet van staal.

Die mevrouw Barth vertelt verder dat haar opvatting te maken heeft met wat zij tijdens haar studie over “dat vreselijke methoden en technieken” moest leren. “Methoden en technieken” is een soort rekenen, waar die mevrouw blijkbaar een hekel aan had. Als zij tijdens die rekenlessen beter had opgelet, had ze nu niet iets zo doms geschreven. De score voor een school is namelijk veel en veel eerlijker dan die voor elke leerling afzonderlijk. Voor een leerling afzonderlijk kan zo'n toets de plank weleens flink misslaan, maar voor de groep als geheel is hij behoorlijk eerlijk, “betrouwbaar”, zo noemen ze dat bij methoden en technieken.

Ten slotte meneer Van de Camp. Die noemt de toets “maar een beperkte parameter in de discussie over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs”. Daarmee zegt hij op een geleerde manier hetzelfde als die andere twee.

Meneer Van de Camp zegt verder het maar raar te vinden dat de VVD en D66 menen dat de verplichte toets een goed beeld geeft van de school. Ik snap dat eerlijk gezegd niet, want meneer Rijpstra is toch van de VVD en die vindt, hebben we zojuist gezien, hetzelfde als meneer Van de Camp. Ik denk, eerlijk gezegd, dat meneer Rijpstra niet goed weet wat hij zelf vindt. Wat D66 betreft, jokt meneer Van de Camp een beetje. D66 meent namelijk helemaal niet dat zo'n toets 'een goed beeld' geeft van de school. D66 meent wel dat, net zoals jullie Citoscore iets, zij het lang niet alles, zegt over jullie, de gemiddelde score van onze school iets zegt of over onze school; en D66 vindt ook dat er geen enkele reden is om ouders die informatie te onthouden.