Rome en Athene voor doe-het-zelvers; Tentoonstelling over de oudheid in de Koninklijke Bibliotheek

Tentoonstelling: De oudheid verbeeld - Archeologische boekillustraties 1500-1900. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem-Alexanderhof 5. T/m 30 nov. Cat. ƒ 20,-

'De wetenschap heeft de plaats ingenomen van de poëzie,' klaagde eind vorige eeuw een Rome-reiziger die zich stoorde aan de opmars van de professionele archeologie. 'Het forum romanum is nu niet meer een een ruïne, maar een geraamte; (-) puinhopen hebben stoffeering noodig: hoog opgeschoten gras, wilde ranken, struikgewas, doornen, distels, bloemen, kinderen, bedelaars, wat men wil. In een ruïne is een oude, vuile bedelares een element van poëzie.'

Hoe Rome eruit zag voordat de onromantische oudheidkundigen het voor het zeggen kregen is te zien op de tentoonstelling De oudheid verbeeld - Archeologische boekillustraties 1500-1900. Tussen de honderd soms loodzware plaatwerken die de komende maanden in de Koninklijke Bibliotheek te zien zijn, liggen onder meer de schetsen die de Italiaanse architect Dosius maakte van de oudheden van Rome (1560) en de schilderachtige Reliquiae antiquae urbis Romae van B. Overbeke (1708). Welig tiert het onkruid op en tussen de zuilen, terwijl 'moderne' bouwsels het zicht op de eerbiedwaardige ruïnes ontnemen.

Meer dan eens laten de oude gravures gebouwen en kunstwerken zien die in de loop der eeuwen verloren zijn gegaan: door mensenhand (de Pausen en Mussolini in Rome), door natuurgeweld (aardbevingen in Griekenland en Zuid-Italië), door oorlog en plundering (Fransen, Engelsen, Turken, christenhonden, muzelmannen). Illustratief is een gezicht op het Erechtheion op de Atheense Acropolis, uit een luxe 'reisgids' voor Griekenland van de Franse architect Le Roy (1758): achter de tempel met de beroemde Kariatiden is een mooie, door de Turkse heersers gebouwde moskee te zien. Heel wat decoratiever en beduidend minder gevaarlijk dan het voormalige Acropolis-kruithuis, dat in 1687 was ontploft en het Parthenon in romantische brokken had verdeeld.

De oudheid verbeeld is een doe-het-zelf-tentoonstelling. De bedoeling is dat de bezoeker aan de hand van de geïllustreerde folianten de ontwikkeling ziet van de archeologie en de kunstgeschiedenis; maar afgezien van een thematische indeling ('Oudheidkundigen, geleerden en kunstenaars', 'Etrurië tussen mythe en wetenschap', 'Griekenland en Klein-Azië: onbekend en bemind', etc.) is er weinig hulp in en om de vitrines. Het terrein is te uitgestrekt (van Etrurië tot Noord-Afrika en Mesopotamië), en de uitputtende titelbeschrijving van de boeken steekt schril af tegen de minieme informatie over wat er is afgebeeld, of het nu een opvallende plattegrond van Athene is of een afwijkende reconstructietekening van de vuurtoren van Alexandrië.

Maar ach, wat geeft het? De tentoonstelling in de KB biedt genoeg spectaculairs uit het Magazijn Bijzondere Collecties om het gemis aan leidraad goed te maken. Het is het aangename zonder het nuttige, en wie iets wil leren moet de catalogus maar lezen. Zonder ballast kun je je extra goed vergapen - aan de haarscherpe slangelokken van de 'Medusa Ludovisi', aan de felgekleurde tekeningen van Pompeiaanse wandversieringen, aan de sprookjesachtige 'Palaces of Nimrod restored' van Henry Austen (1850), of aan het mysterie van de zestiende-eeuwse Urbis Romae topographia, waarop het reliëf van de stad Rome nog het meest doet denken aan een middeleeuwse weergave van de menselijke anatomie.