Reactie beleggers in opkomende markten valt mee

De roebel op het dieptepunt, aanhoudende malaise in het Verre Oosten en een dreigende monetaire crisis in Latijns Amerika. Voor de eens zo succesvolle belegger in de zogeheten emerging markets zijn het harde tijden. En ook voor de fondsmanagers, de brengers van het slechte nieuws.

“Als fondsmanager is er in de huidige tijd weinig eer aan te behalen”, bevestigt R. van der Zeeuw, lid van het team 'emerging markets' van vermogensbeheerder Robeco. “Je kan bij een zondvloed wel achter een boom gaan staan, maar die wordt op een gegeven moment ook meegespoeld.”

Van der Zeeuw ziet nauwelijks nog vluchtroutes voor de belegger die in de opkomende markten wil beleggen. “In bijna elke markt spelen er problemen. Op dit moment bestaat er maar één alternatief dat zijn Duitse staatsobligaties, maar voor ons fonds Emerging Markets is dat nogal ver van het bed”, schertst hij. “Het enige wat wij kunnen doen is het kiezen van markten die zoveel mogelijk overeind blijven, zoals Israel, Egypte en Portugal.”

Beheerder H. Vaandrager van de emerging markets fondsen van ABN Amro is minder sceptisch over de opkomende markten. “Ik zie nog genoeg mooie gebieden, zoals bijvoorbeeld enkele Centraal-Europese landen en de Baltische staten. Natuurlijk is het in Azië moelijker zoeken naar lichtpunten, maar een land als India heeft zeker potentie. Volgens mij zijn er nog genoeg mogelijkheden in deze markten om goede beleggingen te doen, hoewel we als fonds vanzelfsprekend afhankelijk zijn van de inleg van de belegger.

Het Robeco-fonds voor de opkomende markten, 300 miljoen gulden groot, heeft nooit van de fraaie tijden in de verre oorden geprofiteerd. De belegger kon in november 1994 voor 100 gulden een aandeel kopen en de koers staat nu op ruim 70 gulden. “Ik vind de schrikreacties bij de klanten erg meevallen. Veel mensen beschouwen de huidige situatie als een gok: zo is Maleisië het grootste landenfonds van Robeco geworden, terwijl de koers momenteel minder dan 17 gulden (afkomstig van 100) bedraagt.” Het meer gespreide fonds Emerging Markets kent helemaal geen instroom meer.

Ook voor Jan Wim Derks, hoofd 'emerging markets' bij ING Investment Management, valt de reactie van de teleurgestelde belegger mee. Van een grootscheepse uitstroom van de gespecialiseerde fondsen is volgens hem geen sprake. “De belegger in aandelen kijkt toch vooral naar de lange termijn. En wat de emerging markets betreft is de groeipotentie op de langere termijn nog altijd groter dan op de westerse markten. Probleem is alleen dat we zo weinig over die toekomst kunnen zeggen.”

Een grote uitstroom van beleggers is nog uitgebleven, maar ook een lichte terugloop van de beleggingen van enkele procenten kan al problemen geven. Zeker in de huidige marktsituatie van dalende koersen. “Je moet in zo'n geval aandelen verkopen en dat kan slecht uitkomen. Neem ons Oost-Europafonds bijvoorbeeld. Als je nu aandelen moet verkopen, zijn dat - door de slechte situatie in Rusland - noodgedwongen aandelen uit Oost-Europese landen. Dat is vervelend want die aandelen hebben juist de grootste potentie”, aldus Vaandrager van ABN Amro.

ABN Amro heeft met zijn Asian Tiger Fund, goed voor bijna 700 miljoen, al een traditie van elf jaar in de emerging markets. De laatste vijf jaar heeft het vanuit Hongkong beheerde fonds 3 procent moeten inleveren. In vergelijking met een jaar geleden is er echter van een halvering sprake. Ook het vorig jaar juli gelanceerde Global Emerging Markets Fund heeft bijna de helft aan waarde moeten inleveren. “Toch hebben we het ten opzichte van de markt en de concurrentie uitstekend gedaan”, aldus Vaandrager.

Volgens Derks moet de paniek op de emerging markets niet overdreven worden. “De negatieve situatie van de afgelopen dagen trekt in de media nu eenmaal meer de aandacht dan de stijgingen in de afgelopen zes jaar. Ik denk dat als je tien jaar geleden aandelen hebt gekocht in Maleisië dat je ondanks de recente dalingen toch nog op een plus zit”.

De ING Bank heeft twee in Luxemburg genoteerde fondsen die zich specifiek op Latijns Amerika en op Zuidoost Azië richten. Vooral het Aziatische fonds heeft een koersduikeling gemaakt, van 500 naar 227 dollar. De schade voor de belegger in Latijns Amerika blijft vooralsnog tot zo'n 25 procent beperkt. Het Oost-Europafonds zag de koers sinds zijn intrede eind vorig jaar van 50 tot 35 gulden zakken.

“De situatie op de emerging markets is zonder meer moeilijk”, stelt Derks van ING, “maar toch is het fout om de problemen zomaar op een hoop te gooien. Helaas doet de belegger dat wel. In Azië is bijvoorbeeld sprake van een private schuldencrisis, waarin het onroerend goed een belangrijke rol speelt. De problemen in Latijns-Amerika hebben weer helemaal niets te maken met onroerend goed. Daar spelen de grondstoffen een belangrijke rol. De problemen in Rusland zijn veel meer het gevolg van een politieke crisis.”

Door de problemen op één hoop te vegen ontstaat kortom een negatief sentiment, waarvoor lang niet altijd een goede reden is. Juist dat sentiment maakt het voorspellen van de nabije toekomst lastig, vindt ook Van der Zeeuw van Robeco. “Ik wil geen opgetogen verhaal gaan houden, maar de situatie wordt door de negatieve sentimenten wel erg overschaduwd. Er spelen zo ontzettend veel verschillende factoren. Wanneer de munt in Venezuela daadwerkelijk devalueert kan dat in die regio gemakkelijk tot verdere paniek leiden. In Azië heb je te maken met regeringen die, heel onnatuurlijk, steunaankopen doen. Daardoor houdt de markt alle reden om wantrouwend te zijn. Zeker met een dreigende devaluatie van de Chinese yuan.”

Ook Derks van ING is voorzichtig over de toekomst. “Ik acht de kans niet groot dat we in de emerging markets binnen vijf jaar weer op de waarderingen van enkele jaren geleden zitten. Ik hoop dat de belegger wel op de risico's is gewezen.”