Preis der Freiheit

Er is een gebied waar Nederland geleidelijk ophoudt en waar Duitsland aarzelend begint. Wie van Loppersum naar Loppersum reist, via Oostwold, Nieuweschans, Ditzumerverlaat, Oldersum en Riepe, passeert ergens een grens. Het landschap verraadt geen lijn op de landkaart: rechte sloten, groene weiden, bonte koeien en windmolens. Maar schijn bedriegt, zo bleek tijdens een treinreis van Groningen naar Emden in Oost-Friesland.

In Leer, het eerste oord aan gene zijde, was het direct mis. Op het perron komen van vier kanten kerels op me af: 'Papiere bitte.' Mijn paspoort verdwijnt in het borstzakje van een groen uniform: 'Mitkommen bitte.' Goed, ik heb me niet geschoren die ochtend, maar dat lijkt me nog geen aanleiding om iemand zonder opgaaf van reden het station uit te commanderen. Zou ik mogen weten wat dit te betekenen heeft? 'Einfach Routine.' Binnen een oogwenk staan we voor een groot kazerne-achtig gebouw. Een groot bord Bundesgrenzschutz op de gevel.

Er is iets met uniformen dat de bedenkers ervan niet hebben voorzien. Bij niemand springen persoonlijke trekjes zo in het oog als bij de geüniformeerde medemens. Mijn medemens had een dikke buik, een schreeuwend gebrek aan humor en blafte achter elk bevel een keurig bitte.

Hij wilde weten waar ik vandaan kwam, wat ik kwam doen in zijn land en vooral wat ik bij me had. Fouilleren dus, terwijl zijn collega mijn rugzakje in de kamer ernaast doorzocht. Toen ik na dit onderzoek toch niet de gevaarlijke boef bleek die ze die dag verwachtten, kreeg ik m'n bordeauxrode euroticket terug en werd mij zonder verdere plichtplegingen de deur gewezen. Of dit het nieuwe verenigde Europa is, vroeg ik meneer agent. 'Nein, dies ist der Preis der Freiheit.'

Het antwoord verraste me. Het had er niets mee te maken dat deze geüniformeerde Duits sprak. Ik twijfel er niet aan dat de marechaussee dezelfde tol heft aan de poorten van ons koninkrijk. Gelijke Europeanen, gelijke petten.

Op de stoep van de bakstenen kazerne zaten een paar meisjes die met een Gronings 'moi' groetten, de oude mannetjes op het bankje in de winkelstraat keuvelden in het Gronings, alle winkeliers in Leer bleken Nederlandse achternamen te hebben - en toch voelde ik me ver van huis. Na lang sjouwen kwam ik erachter dat tien kilometer over de grens geen flappentap berekend was op een Nederlandse giromaatpas. De internationale elektronische kanalen bleken te smal voor mijn bescheiden kapitaalstroompje. Mijn persoon kon niet vrij naar Emden reizen: der Preis der Freiheit... Ik voelde een acute tegenzin om nog verder te reizen. Toen het boemeltje Groningen binnenreed spookte der Preis der Freiheit nog steeds door m'n hoofd en leek Emden verder weg dan ooit.