Pensioenfonds zit op doornen; Kapitaalmarktrente nadert snel kritische grens van 4 procent

Een dalende rente is gunstig voor de economie, maar een ramp voor de beheerders van het grote geld, de pensioenfondsen voorop. Wat te doen: pensioenen omlaag of premies omhoog?

AMSTERDAM, 29 AUG. Wie geld nodig heeft, van overheid tot koopwoningliefhebber, zit op rozen: de rente op de Nederlandse kapitaalmarkt daalt dramatisch. Wie geld te beleggen heeft zit op doornen. Zoals de Nederlandse verzekeraars (meer dan 300 miljard gulden) en pensioenfondsen met hun spaarpot van ruim 700 miljard. De kapitaalmarktrente in Nederland is al gezakt naar 4,3 procent en nadert schrikbarend snel de rekenrente van 4 procent, het rendement dat pensioenfondsen en levensverzekeraars moeten gebruiken voor de becijfering van hun pensioenverplichtingen.

“Het is een reëel gevaar dat de rente onder de vier procent komt”, zei bestuursvoorzitter G. van der Lugt van ING donderdag. ING is via onder meer Nationale-Nederlanden leider op de Nederlandse verzekeringsmarkt. “Het is ook een bedrijfstakprobleem. Als de kritische grens nadert, komt er overleg.”

Wordt het rendement van vier procent niet meer gehaald, dan ontstaat een gat in de toezeggingen en moet bijvoorbeeld een pensioenfonds uit twee kwaden kiezen: lagere pensioenen of hogere premies. “Het is geen acuut probleem”, zegt algemeen directeur drs. J. Nelissen van het pensioenfonds van Hoogovens (ruim 8 miljard gulden belegd). “Het gaat pas spelen als je als belegger 4 procent of minder krijgt op je hele portefeuille”, stelt directeur vermogensbeheer drs. M. Huibrechtse van het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid (24 miljard gulden beleggingen).

Grote pensioenfondsen nemen intussen het zekere voor het onzekere. De nieuwe, lage rendementen op effecten met een vaste rente, zoals obligaties, worden in de financiële modellen gestopt. “Er wordt zeker getest”, zegt een expert bij een pensioenfonds dat gelieerd is aan een grote Nederlandse onderneming. “Maar ik denk dat 90 procent van de fondsen nog niet heeft nagedacht over de gevolgen van deze rentedaling.”

Op het moment, zo zeggen beleggers bij grote pensioenfondsen, ligt hun rendement op de drie belangrijkste beleggingscategorieën, aandelen, effecten met een vaste rente (obligaties, leningen) en vastgoed, nog ruim boven de benodigde vier procent. Juist door de rentedaling van de laatste weken stijgt de waarde van de obligaties die zij nu in hun beleggingsportefeuille hebben. Worden deze effecten afgelost, dan begint de rentedaling pas te bijten. Als dat geld nu wordt belegd, levert het net meer dan vier procent op.

De afgelopen jaren hebben de pensioenfondsen hun positie al verbeterd door hun beleggingsactiviteiten ingrijpend te verleggen. Traditioneel waren zij trouwe kopers van effecten met een vaste rente. Nieuwe inzichten in vermogensbeheer en hoge rendementen op aandelen hebben tot een revolutionaire ommekeer geleid. Aandelen zijn razend populair geworden. Zo'n 35 procent van het pensioengeld wordt inmiddels in aandelen gestoken. De beleggingen in vastgoed en effecten met een vaste rente zijn relatief verminderd.

De hausse op de financiële markten heeft de fondsen bovendien gouden bergen opgeleverd: de rente daalde (zodat de waarde van hun effecten met een vaste rente toenam) en de aandelenkoersen gingen met fenomenale percentages omhoog. Vorig jaar verdiende het doorsnee pensioenfonds meer dan 33 procent op zijn aandelenportefeuille. De hoge rendementen zijn hoofdzakelijk gebruikt om de reserves te verhogen. Een expert: “Maar als er minder vette jaren komen voor de rendementen, smelten de gouden bergen weer weg.”

Hoe moeten de geldbeheerders de dreiging van een rentedaling tegemoettreden? “Zij moeten de verdeling van hun beleggingen opnieuw herijken”, suggereert een analist van het financiële adviesbureau FDA. Een verdere verschuiving van beleggingen naar vastgoed en aandelen ligt wat hem betreft in de rede. De jaarverslagen van de pensioenfondsen over 1997 geven aan dat de ruimte voor beleggingen in aandelen en vastgoed nog steeds wordt uitgebreid.

Shell Pensioenfonds (26 miljard beleggingen) heeft de aandelengrens verlegd van maximaal 50 procent van het vermogen naar 65 procent. ABP, bezig met een inhaalslag naar meer beleggingen in aandelen en vastgoed, mag in het jaar 2000 naar 50 procent. De grens lag bij 40 procent. Ook de pensioenfondsen van KPN, TNT en KLM hebben hun ruimte vergroot. “Wijzigingen in de verdeling van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën is een van de wapenen die de pensioenfondsen hebben”, erkent Nelissen van het Pensioenfonds Hoogovens. Zelf houdt het fonds, mede gezien de gevoeligheid van Hoogovens voor de eb en vloed van de economie, een defensieve positie aan.

De positie van het moederbedrijf speelt, met de samenstelling van het 'klantenbestand', de hoofdrol bij de bepaling van de beleggingsstrategie. Naarmate de moeder meer risico kan accepteren, kan het pensioenfonds grotere bedragen in aandelen steken.

De grootste bedreiging ligt volgens insiders bij kleinere pensioenfondsen, die de afgelopen jaren veel zijn blijven beleggen in effecten met een vaste rente en mede daardoor weinig financiële buffers hebben om schokken op te vangen. “Als de rente langere tijd zo laag blijft en de koersen van aandelen niet meer de recordhoogtes hebben, zullen zulke fondsen in problemen komen”, voorspelt een financieel adviseur van grote pensioenfondsen.