Op naar Constantinopel!

ATHENE, 29 AUG. De nieuwe, in maart aangetreden aartsbisschop van Griekenland Christódoulos (59) timmert op weergaloze wijze aan de weg. Er gaat haast geen dag voorbij dat hij niet de aandacht op zich vestigt met verrassende uitspraken of opmerkelijk gedrag. Al in zijn inhuldigingsrede riep hij dat de Kerk weer een stem moest krijgen, weer van zich moest doen spreken. Hoewel hij diens naam niet noemde, was het duidelijk dat het een reactie was tegen zijn overleden voorganger Serafim, onder wie de rol van de Kerk 'werktuigelijk' was geweest.

“De Kerk was oud. Jullie moeten maken dat ze weer 'in' wordt”, riep hij in een speech voor leerlingen van een lyceum. De meisjes moesten weer kruisen gaan dragen en natuurlijk moesten alle kinderen weer op zondag naar de kerk, en niet slechts de zeventien procent die dat tot nu toe deed.

Waar hij zich vertoonde, deed hij dat met een animo die velen meesleepte. Binnen korte tijd bleek hij in opinieonderzoek de populairste persoon van het land, de burgemeester van Athene Avramópoulos ver overtreffende. Mensen van wie je dat het laatst verwachtte bleken 'aardigheid' in hem te hebben.

De Grieken houden van nieuwe fenonemen, zeker als ze goed van de tongriem zijn gesneden. Ze zien in de onvermoeibare kerkvorst ook de belichaming van een soort 'revival', al weten ze niet zo gaan waarván. In ieder geval hoor je steeds vaker dat hij gunstig afsteekt bij 'de politici'. Zelf zei hij tijdens de bosbranden van deze maand dat men zich niet op de politici moest verlaten.

Tegengeluiden bleven niet uit. Sommigen gingen nog eens lezen in de stukjes die hij, als bisschop van Volos, elke week in het zondagsblad To Vima had geschreven. Daarin ging het tegen dienstweigeraars en homoseksuelen, tegen vrouwen die hun plaats niet kenden en niet beseften dat hun sekse 'tweede' was, tegen de verwekelijkte jeugd die de hele dag ijskoffie dronk en was vergeten hoe 'wapengekletter' klonk.

En een dagblad kwam op het spoor van iets wat nog erger was: hij had verbindingen onderhouden met het extreem-rechtse weekblaadje Stóchos (Doel) en de beruchte hoofdredacteur daarvan een boodschap gestuurd waarin hij hem als 'Grieks bezield' aan iedereen ten voorbeeld stelde. “We moeten ons verzetten tegen alles wat anti-Grieks en anti-orthodox is”, heette het ook in deze tekst.

Was dit eerder gepubliceerd, dan zou hij nooit tot aartsbisschop zijn uitverkoren. Maar nu de onthulling na de inhuldiging plaatsvond, haalde ze slechts enkele kranten. Voor de anderen was het gewoon 'té erg'. Stochos heeft elke week onder zijn titel als leus: 'Hoofdstad van Griekenland is Constantinopel'. Dit is de 'megáli idea', de 'grote idee' waarmee het land na de Eerste Wereldoorlog zijn noodlottige veldtocht in Turkije is begonnen. Deze liep uit op de 'catastrofe' waarbij anderhalf miljoen Grieken Turkije moesten verlaten.

In zijn uitingen van de laatste weken komt Christódoulos met late nagalmen van 'de grote idee'. Op 15 augustus kreeg hij tijdens een feest van de Pontiërs - de voormalige Griekstalige bewoners van de Zwarte Zeekust - de sleutel van het klooster Soumelá, bij Trabzon (Trebizonde), nu een ruïne in Turkije. “Met deze sleutel zal ik het klooster openen en aan het hoofd van het hellenisme de mis opdragen”, riep hij. Hij voegde er later aan toe: “De tijd kent nu eenmaal wendingen en we moeten ons niet blindstaren op getalsverhoudingen van de bevolking.”

Een week later was hij aanwezig in het gezelschap van priesters die hem als 'ethnarchis' (nationaal leider) aanspraken en een oude hymne aanhieven 'Help ons, Heilige Maagd, dat we Polis (Constantinopel) terugwinnen en de Aya Sofia'. De aartsbisschop tikte instemmend de maat op zijn glas.

In zijn redevoeringen spreekt hij niet meer van 'verloren vaderlanden' - de tot voor kort gangbare term - maar van 'onvergetelijke vaderlanden'.

Het is duidelijk, de kerkvorst wil de 'megáli idea' weer terugbrengen uit het het onderbewuste in het bewustzijn van de Grieken. En dat betekent een hoofdbreken voor de regering, al was het alleen omdat men nu in Turkije kan zeggen: “Zie je wel, we worden bedreigd door de droom van de Grieken. Deze aartsbisschop is niet toevallig zo populair.”

Tot nu toe zijn de premier, de regeringswoordvoerder, de minister van Buitenlandse Zaken en die van Onderwijs en Geloofszaken niet rechtstreeks tegen de aartsbisschop ingegaan. Dat deed wel de grijze minister van Justitie Jannópoulos, zelf een hoogst pulaire figuur, die vorige week bekendmaakte dat de proeftijd van de aartsbisschop voorbij was. “Van nu af aan zal ik tegen hem in gaan, we hebben geen behoeften aan nieuwe uitzichtloze avonturen. Als Christódoulos over nationale kwesties wil praten, als hij in de politiek wil, laat hij dan zijn gewaad uittrekken Jannópoulos kwam ook met de beschuldiging dat de huidige kerkvorst nauwe betrekkingen heeft onderhouden met Hieronymos, de aartsbisschop ten tijde van van de kolonelsjunta die van 1967 tot 1974 regeerde.

Nikos Constandópoulos, leider van de linkse Alliantiepartij, zei: “De aartsbisschop moet eraan worden herinnerd dat we niet aan het begin maar aan het einde van de twintigste eeuw leven.”

Christódoulos zelf kwam deze week met een weerwoord tegen de 'vijanden van de kerk' waarin het heette: “Als Grieks burger heb ik het recht mij overal over uit te laten. Over de nationale kwesties ben ik overigens nog niet eens begónnen mij uit te laten.”