MANNELIJK DEELTJE 5

In de brief 'Mannelijk deeltje 4' (W&O, 25 juli) stelt prof. H.S. van der Baan dat 'het succes en het gezag' van de natuurkunde berusten op het feit dat deze, net als alle andere exacte natuurwetenschappen, een experimentele discipline is. De door mij in W&O (brief 'Mannelijk deeltje 1', 4 juli, een reactie op Vincent Icke's 'Mannelijke deeltjes', 27 juni) genoemde andere invalshoeken van waaruit de 'natuur' kan worden benaderd, missen volgens Van der Baan de experimentele basis van de natuurwetenschappen en daarmee ook de voorspellende waarde van dit stelsel van experimenteel getoetste relaties.

Van der Baan vindt het goed als experimenten de menselijke fantasie breidelen, ter voorkoming van 'niet goed doordachte bedenksels' ofwel 'sprookjes'. In deze klassieke stellingname gaat Van der Baan aan een aantal zaken voorbij. Er bestaan ook andere 'stelsels van succesvolle onderlinge relaties' die eveneens 'met goed gevolg experimenteel getoetst zijn', maar dan onder hantering van andere dan natuurwetenschappelijke methoden en criteria. Dit gaat op voor allerlei traditionele, vaak deels religieuze kennisvormen, en voor kennis zoals die soms in moderne literaire en therapeutische stromingen tot uiting komt. Wie het vooroordeel loslaat dat natuurweten-schappelijke methoden en criteria altijd de voorkeur verdienen, wordt bij onderzoek telkens teruggeworpen op de vraag welke benadering in deze of gene situatie het beste gevolgd kan worden. Zonder de waarde van de natuurwetenschappen te willen onderschatten, vind ik dat hun huidige hoge status niet misbruikt moet worden om schijnzekerheid te verspreiden over onze relatie met onze omgeving. Voorspellende waarde (voorspelbaarheid) van relaties komt buiten de natuurwetenschappen eveneens voor. Ik heb in verschillende situaties versteld gestaan van de kwaliteit van niet-wetenschappelijke voorspellende uitspraken en de trefzekerheid van menselijk handelen zonder wetenschappelijke onderbouwing. Het inzicht dat ik inmiddels heb gekregen in de cognitieve en emotionele processen die zulk succes mogelijk maakten, heb ik vooral kunnen opdoen dankzij niet-wetenschappelijke en deels non-verbale benaderingen. Mijn leraren waren, niet toevalligerwijs, bijna allemaal vrouwen. Zij hebben zich bij mij groot gezag verworven.