Lastig en druk kind kan al vroeg aan de amfetamine

Kinderen die niet zijn af te remmen zijn er altijd al geweest. Dit gedrag wordt nu vaak geweten aan ADHD, een hersenafwijking.

AMSTERDAM, 29 AUG. Robin (10) kan niet stilzitten of zijn aandacht ergens bij houden. Alles wat hij aanraakt, gaat stuk. Reparatie-pogingen geeft hij al snel op. Robin wordt woedend als hij onrecht voelt, als iemand hem voor de gek houdt of voor schut zet. Zoals leraar Paul op de speciale basisschool die hij vorig jaar bezocht. “Heb jij je pilletjes al geslikt Robin”, vroeg Paul in een volle klas. “Dat zeg je niet”, schreeuwde Robin. “Ik vraag toch ook niet of jij vannacht hebt geneukt.”

De meeste kinderen van tien jaar weten veel emoties en impulsen al te beheersen. Robin niet.

Robin is ook lief, open en hartelijk. Als hij je vertrouwt, zegt zijn moeder Olga Meijer, gaat hij zo met je mee, ook al kent hij je niet. Hij praat met buschauffeurs en met zwervers. Hij voelt haarfijn aan of iemand het beste met hem voor heeft. Zo ja, dan stort hij al zijn liefde en respect over ze uit. Het liefst zit hij gezellig aan tafel te risken met Olga, met zijn zus, zijn broer en diens vriendin.

Vanaf maandag wordt Robin voor zes maanden opgenomen in de dagkliniek voor kinderen van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Hij heeft ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder, volgens de kinderpsychiater die hem gaat behandelen, R. Breuk. Wat vroeger hyperactief en concentratieproblemen heette en later werd aangeduid als Minimal Brain Damage, heet tegenwoordig ADHD. Steeds vaker stuiten scholen en kinderpsychiaters op ADHD, waar drie tot vijf procent van de kinderen - vijftigduizend kinderen in de basisschoolleeftijd - aan zou lijden. Vier op de vijf patiënten zijn jongens. De meesten gebruiken het medicijn Ritalin, een amfetamine.

ADHD is één van de belangrijkste psychiatrische ziektes waar kinderpsychiaters mee te maken hebben. Het berust op een combinatie van oorzaken: de factoren zijn voor driekwart genetisch en voor een kwart 'omgeving', vertelt kinderpsychiater J. Buitelaar, van het Academisch Ziekenhuis Utrecht. De delen van de hersenen die gedrag remmen en sturen functioneren niet goed. Dat zijn de zogeheten dopamine-banen, die nodig zijn voor signaaloverdacht in de hersenen. ADHD-kinderen hebben dus buitengewoon sterke prikkels nodig om plezier te beleven. De impuls om die sterke prikkels op te zoeken, kunnen ze niet onderdrukken. Ze reageren op alles, proberen alles uit. Ze lijken, zegt Buitelaar, op een stuurloze auto: ze kunnen niet remmen, niet schakelen en niet sturen.

Robin zal ook Ritalin slikken én therapie krijgen opdat hij zijn gedrag kan veranderen. Overdag zal hij de Bets Frijling School van het AMC bezoeken, waar hij per taxi wordt gebracht, om te voorkomen dat hij wegloopt. Hij is betrokken bij psychiatrisch onderzoek.

Pagina 2: 'Moet ik Robin volstoppen met medicijnen?'

De meeste ADHD kinderen gaan echter naar een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Dit schooljaar heeft Robin al Ritalin geprobeerd tijdens schooluren.

Ritalin-pillen vergroten het vermogen van ADHD-kinderen om impulsen te onderdrukken. Het middel beïnvloedt de signaal-overdracht in de hersenen en de werking van dopamine. Buitelaar en collega's onderzoeken nu welke genen de gebrekkige overdracht van dopamine bepalen.

Olga heeft zo haar bedenkingen. “Moet ik Robin volstoppen met medicijnen, omdat hij zich onaangepast gedraagt? Hij is pas tien.” Zij denkt dat hij over zijn gedrag heengroeit. Ze heeft zich sinds de diagnose verdiept in ADHD en Ritalin. Websites op het Internet leren dat vier miljoen kinderen in Amerika Ritalin gebruiken, maar de Parents Against Ritalin waarschuwen voor verslaving aan het middel. Groeistoornissen zijn ook een risico, weet Olga. Ondanks pogingen van artsen om haar gerust te stellen - ook Buitelaar zegt dat Ritalin niet verslavend is of tot groeistoornissen leidt - gruwelt Olga alleen al bij het idee.

Maar ze had weinig keus. De speciale school (voor leer- en opvoedings moeilijkheden) die hij bezocht liet na één schooljaar weten dat ze Robin niet aankon. In een verslag schrijft de school: “Hij voelt zich snel tekort gedaan (..) overdrijft enorm (..) koestert wraakgevoelens, en neemt ook wraak. Hij is niet in alle opzichten gewetenloos, maar toch..?” Leraar Paul had veertien lastige kinderen in de klas, van wie Robin één van de moeilijkste was, zegt hij desgevraagd. “We hoopten op vooruitgang, maar die kwam niet.” Volgens hem is “Robins weergave van incidenten gekleurd door zijn emotionele beleving. Hij begon zelf ook vaak in de klas over zijn pilletjes.”

Robin kwam al jaren bij het RIAGG, wegens ernstige dyslexie. Maar toen de school het RIAGG opnieuw vroeg om een onderzoek, rolde ADHD eruit. Robin moest óf naar een zmok-school, óf aan de Ritalin. “Ik ben bang dat hij op het verkeerde pad raakt als hij alleen nog met zmok-kinderen omgaat”, zegt Olga. Het werd dus een derde optie: de Bets Frijling School, die in elk geval een beschermde omgeving biedt. Olga kiest tussen twee kwaden: “Medicijnen versus Robins achterstand. De tweede weegt zwaarder.”

Eenmaal volwassen komen ADHD-kinderen gemiddeld vier keer zo vaak in aanraking met de politie als anderen. Slechts eenderde van de patiëntjes leert door behandeling zijn gedrag te beheersen. Gewelddadig hoeven ze niet te worden, zegt Buitelaar. “Ze kunnen ook tien keer door rood rijden.” Gevaarlijker is de behoefte die veel ADHD-patiënten later hebben aan drugs. “Ze gebruiken die om rustig te worden, maar drugs zijn natuurlijk verslavend.”

Op de nieuwe school wil Robin zijn schrijfachterstand inlopen. Bij leraar Paul liep hij met schrijven al twee maanden achter op de klas, vertelt Robin, omdat hij vaak ziek was. Hij had oorontsteking en een allergie. Op een dag nam hij de oefenboekjes mee naar huis om alles in te halen. Urenlang had hij in het weekend zitten schrijven. Toen hij maandag op school kwam, toonde hij zijn volle schrift aan Paul, die boos werd: “Jij weet dat je de boekjes niet mee mag nemen, Robin. Regels zijn regels.” Diep gekwetst, vloog Robin hem aan.