Jorritsma

Hoewel het dagboek van mevr. Jorritsma (Z 8 augustus) een pijnlijk gebrek aan inhoud tentoonstelt, heeft zij daarin toch iets voor mij weten op te helderen. Ik meende namelijk dat mevr. Jorritsma ook tot de categorie mensen behoorde voor wie stilte een secundair begrip is geworden; iets waarvoor zeker geen economische of andere opofferingen getroost hoeven worden, getuige het door haar, als voormalig minister van Verkeer en Waterstaat, herhaaldelijke gedogen van het overschrijden van de geluidsgrenzen rond Schiphol.

Maar wat blijkt: mevr. Jorritsma kan maar al te zeer van stilte genieten ('Dan is het heerlijk stil... Het werkt echt verfrissend, ik kan het iedereen aanraden').

Stilte is zo langzamerhand een ongrijpbaar goed geworden voor de meeste Randstedelingen, die dan ook met huiver kennisnamen van haar pleidooi voor Schiphol als Mainport. Daarbij liet ze terloops vallen dat het vervoer van het aantal passagiers aldaar nog wel met een factor drie vermenigvuldigd zou kunnen worden. Een huiveringwekkend scenario: velen zouden de hele dag, non-stop-vliegtuigen horen. Onbegrijpelijk, en beledigend voor de duizenden - geregistreerde - klagers van de Commissie Geluidhinder Schiphol.

Maar na lezing van het gezellige, meisjesachtige relaas van mevrouw Jorritsma is het niet zo onbegrijpelijk meer. Het is niet voor iedereen weggelegd in de Randstad te werken en elders te wonen. Meer en meer hoor ik geluiden om mij heen van mensen die, zodra ze de kans krijgen, de Randstad zouden verruilen voor Friesland. Om de rust, de stilte die daar nog heerst. Dat kan nog een gezellige drukte worden, mevrouw Jorritsma!