Japanse dirigent wint het Kondrasjin Concours

Kondrasjin Concours m.m.v. Radio Filharmonisch Orkest. Gehoord: 28/8 Concertgebouw Amsterdam. Tv-reportage: 2/9 20.35 uur NPS Ned.3.

Het vierde Kirill Kondrasjin Concours is gisteravond in Amsterdam gewonnen door de Japanner Daisuke Soga (1965). De jury (Sir Edward Downes, Viktor Liberman, Jorma Panula, Jasper Parrot, Edo de Waart, Jan Zekveld en Kurt Sanderling onder voorzitterschap van prof. Joop Doorman) prees Soga's uitzonderlijke volwassenheid, grote professionaliteit en heldere techniek. Ook was er bewondering voor zijn vermogen om dramatische kracht en karakter te verlenen aan de Finale van Tsjaikovski's Zesde symfonie. Naast de prijs van 75.000 gulden ontving Soga de EBU-prijs voor de beste uitvoering van Vuurdoop van Micha Hamel, het in opdracht van het concours gecomponeerde verplichte werk.

Evenals de beide andere finalisten, de Nederlander Hans Leenders (1971) en de Italiaan Carlo Rizzari (1964), dirigeerde Soga ook het eerste deel uit de Symfonie nr. 39 van Mozart, resulterend in een met extra cello's en contrabassen versterkte uitvoering in de romantische traditie. Soga's Mozart klonk warm, sterk en uitbundig, maar de authentieke muziekpraktijk is vooralsnog aan hem voorbijgegaan.

Alleen in de met opzet intiem en transparant gehouden Mozart-interpretatie van Rizzari, had Harnoncourt zijn sporen nagelaten. Vanuit het oogpunt van retoriek en articulatie was zijn Mozart dan ook het meest up to date, maar de klank die Rizzari uit het Radio Filharmonisch Orkest haalde neigde naar iel, en in spanningsopbouw en timing was hij niet niet altijd even overtuigend. Moedig, doordacht, genuanceerd maar nog te voorzichtig klonk Rizarri's uitvoering van het Adagietto uit de Vijfde symfonie van Mahler.

Hans Leenders, onlangs benoemd tot assistent-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, profileerde zich in Hamel, Mozart en Tsjaikovski als de man van het gulle gebaar. Overtuigend waren zijn gevoel voor ritme, structuur en balans. Maar in de spanningsopbouw en frasering was Leenders, verreweg de jongste onder de finalisten, nog niet evenwichtig en vrij genoeg om muzikaal echt te kunnen overtuigen.

De Orkestprijs, bestemd voor de favoriete kandidaat van het Radio Filharmonisch Orkest, ging naar Yaron Taub (1964). Deze uit Israel afkomstige assistent van Daniel Barenboim bij het Chicago Symphony Orchestra, had de orkestleden het meest weten te inspireren. Niet alleen de orkestmusici hadden onder Taub 'magische momenten' beleefd, ook de jury betreurde het dat er slechts drie finalisten mochten worden gekozen, omdat Taub in de derde ronde met zijn interpretatie van een deel uit de Derde symfonie van Mahler 'diepe indruk' maakte.