Identiteit verrader Anne Frank vermoed

WENEN, 29 AUG. De politie heeft na de oorlog bij het onderzoek naar het verraad van Anne Frank en de andere zeven joodse onderduikers van Het Achterhuis belangrijke aanwijzingen over het hoofd gezien. Dat zegt de Oostenrijkse schrijfster Melissa Müller in een gesprek met deze krant.

Müller schreef een biografie van Anne Frank die over tien dagen verschijnt. De Weense auteur suggereert dat de onderduikers zijn verraden door de werkster in het pand Prinsengracht 263. Deze vrouw, Lena Hartog-van Bladeren, heeft na de oorlog tegenover de politie verzwegen dat ze in het pand had gewerkt. Ook loog ze volgens Müller dat ze pas over de onderduikers vernam nadat ze al waren weggehaald.

De vermoedens over het verraad worden ondersteund door Miep Gies, de vrouw die de onderduikers ruim twee jaar samen met drie anderen hielp. Zij schrijft ook een nawoord bij de biografie.

Müller: “Er zijn aanwijzingen die voor de politie ten minste voldoende hadden moeten zijn om Lena Hartog voor de rechter te brengen en nauwkeuriger te onderzoeken. Ze heeft de waarheid verdoezeld en haar man heeft evenmin helemaal de waarheid gesproken.”

De Oostenrijkse biografe heeft onlangs haar vermoeden besproken met een nicht van de familie Hartog-Van Bladeren. Zij achtte het volgens Müller niet onmogelijk dat haar tante de onderduikers inderdaad uit bitterheid over het lot van haar zoon heeft verraden. Haar enige zoon Klaas had zich, vermoedelijk uit wanhoop na een verbroken verloving, vrijwillig aangemeld voor de arbeidsdienst en later voor de Kriegsmarine. De familie Hartog zou geen nazi-sympathieën hebben gehad.

Lammert Hartog en Lena van Bladeren waren “heel gewone, eenvoudige mensen die de draagwijdte van een verraad niet konden overzien. Dat maakt het voor mij des te tragischer”, aldus Müller.

Kort voor de arrestatie door de Gestapo vertelde Lena aan ten minste twee personen dat ze zich grote zorgen maakte over het verbergen van de joodse mensen. Ze was bang, aldus Müller, dat hierdoor ook haar man en zoon gevaar liepen. Haar man Lammert Hartog werkte als knecht in het magazijn van het bedrijf in geleermiddel Opekta van Otto Frank. Lange tijd werd vermoed dat de dader Willem van Maaren was. Hij werkte eveneens in het magazijn en heeft vermoedelijk zijn assistent Lammert Hartog over de joodse onderduikers verteld, zegt Müller.