HOOGVLAKTE TIBET IS GEEN EENHEID EN NIET OVERAL EVEN OUD

Dat de meer dan 8.000 m hoge pieken in de Himalaya kunnen worden beklommen zonder extreem lange aanpassingsperioden voor de bergbeklimmers, is te danken aan de al hoge positie van het gebied rondom. De Tibetaanse Hoogvlakte is daarvan het bekendste voorbeeld. Dit gebied van meer dan een miljoen vierkante kilometer ligt geheel boven de 5.000 meter. Geologisch gezien is dit gebied echter geen echte eenheid. Daarvoor bestonden al diverse aanwijzingen (hoewel de geologische gesteldheid vanwege de extreme omstandigheden nog slecht bekend is), maar een opmerkelijk team van onderzoekers - een groep geologen uit zowel Taiwan als de Chinese Volksrepubliek - heeft nu ook bewijzen voor een gecompliceerde opheffingsgeschiedenis (Nature, 20 augustus). Zij zijn tot die conclusie gekomen op basis van radiometrische ouderdomsbepalingen van gesteenten die een cruciale rol spelen bij de reconstructie van de opheffing.

De Himalaya's zijn een gevolg van de botsing van India tegen het grote continent van Azië en Europa. Daarbij ontstonden 'rimpels', maar ook werden grote gebieden min of meer in hun geheel opgeheven. Van de Tibetaanse Hoogvlakte blijkt nu dat er geen sprake was van een gelijktijdige opheffing van het hele gebied. Tot nu toe werd, op basis van gegevens over het relatief goed bekende zuidwestelijke deel, aangenomen dat de opheffing van de hoogvlakte ongeveer 35 miljoen jaar geleden begon. Dat is eigenlijk nog een vrij trage reactie op de botsing van de continenten, die al zo'n 55 miljoen jaar geleden plaatsvond. Daarom mag ook niet worden uitgesloten dat voortgaand onderzoek zal uitwijzen dat bepaalde delen van de hoogvlakte zelfs nog eerder werden opgeheven. Omstreeks 20 miljoen jaar geleden zou de huidige hoogte zijn bereikt, waarbij opheffing en erosie elkaar niet veel ontlopen.

Het nieuwe beeld is veel gecompliceerder: het noordoostelijk deel van het gebied begon veel eerder aan zijn opheffing en had 37-33 miljoen jaar geleden - dus toen de opheffing in het zuidwesten net begon - algeleid tot een zeer hoge ligging. De onderzoekers concluderen dit uit de eigenschappen van lava's, die aangeven dat het magma een uitzonderlijklange weg omhoog moest afleggen uit het bovenste deel van de aardmantel.

De nieuwe bevindingen zijn uitermate interessant doordat ongeveer 36 miljoen jaar geleden Antarctica met ijs werd bedekt. Dat zou een gevolg kunnen zijn van het feit dat de opheffing van (een deel van) de Tibetaanse Hoogvlakte de Zuid-Aziatische moessons in kracht deed toenemen. De verhevigde regenval spoelde veel rotsen bloot, waardoor - ook al onder invloed van het overvloedig aanwezige water - een sterke verwering kon ontstaan. Bij verwering wordt CO aan de atmosfeer onttrokken, waardoor een soort omgekeerd broeikas-effect ontstaat.

Gebeurtenissen in Tibet konden zo het klimaat op Antarctica - en daarmee wereldwijd - sterk beïnvloeden.