Hollands Dagboek

Judith Belinfante (55) studeerde geschiedenis en was bijna 29 jaar medewerker en later directeur van het Joods Historisch Museum. Tussen 1987 en 1991 was ze voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ze woont samen met Herman Bunjes, advocaat. Ze hebben ieder een zoon, die elkaar als broers beschouwen, Joost en Alexander. Dit was haar eerste week als lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid.

Woensdag 19 augustus

Niet naar Den Haag gegaan. Bellen en lezen kan ik hier ook en ik wil graag mijn rede afmaken voor de opening van het academisch jaar van de Universiteit van Amsterdam. Het moet het begin zijn van een nieuwe traditie: 'een alumnus/alumna vertelt...'. Ik denk dat Jankarel Gevers niet voor niets aan mij gevraagd heeft de spits af te bijten. Ik kwam in 1962 aan en heb de roerige jaren zestig ten volle meegemaakt. Dus ook de tijd dat mijn vader als rector met de Maagdenhuisbezetting te maken had. Een voor de universiteit, voor mijn vader en voor ons gezin moeilijke periode. Ik voel het dan ook als een eer om de overgang van geëmotioneerd verleden naar geschiedenis te mogen markeren. Een ongelukkig gevoel dat Jankarel niet glunderend op de eerste rij zal zitten. De samenhang tussen cultuur en wetenschap, tussen intellect en sociale intelligentie, tussen de stad en zijn cultuuruitingen als maatschappelijke actoren, zou hem zeer aangesproken hebben. Wie had gedacht dat ik die rede aan zijn nagedachtenis moet opdragen? Ik zal hem missen 7 september.

Donderdag

Een voorbereidend gesprek met Ab Pilgram voor een uitzending in Radio 1 Journaal a.s. zondag. Opnieuw houdt de paradoxale positie van de politicus me bezig. Met inzet van je hele persoon vervul je een met onmiddellijke ingang vervangbare functie. Een functie die omringd wordt door de mythe van de volmaaktheid. Een politicus wordt gestraft om zijn fouten, een mens maakt fouten omdat hij niet volmaakt is. Gaat het in de politiek niet net als in de werkelijkheid, om de grens waarbinnen die fouten aanvaardbaar zijn?

Machtsposities binnen een coalitie maken soms dat de mythe van de volmaaktheid gehandhaafd moet worden, ook al bestaat die niet. Doen we de burger daarmee niet te kort, en breken we de positie van de politicus niet af? Waarom zouden politiek en werkelijkheid, met alle feilen van dien, elkaar niet verdragen?

Vanavond worden de kids gebracht, Manouk (7) en Robin (11) uit Zeeland. Ze zijn de kleinkinderen van mijn onderduikmoeder. Voor hen is de grote stad een avontuurlijk deel van hun vakantie. Alexander, die sinds 1 augustus op kamers woont, komt ook eten. Uit Zeeland zijn verse mosselen meegekomen. Wat een verschil met wat je hier in de winkel koopt. Alexander, die als kok in een restaurant werkt, kookt voor wie niet van mosselen houdt. De kinderen kijken ademloos toe hoe hij met zijn vlijmscherpe Japanse mes vlees en groenten snijdt.

Vrijdag

We gaan naar het Rijksmuseum omdat het weer te wisselvallig is om buiten iets te doen. We ontmoeten Teunis uit Waterland met zijn vlieger in de hand in het poppenhuis en de huilende jongen met de roe in zijn schoen op het Sint-Nicolaasfeest van Jan Steen. Onderweg zien we 83 honden op de schilderijen, zoeken naar vorken die er niet zijn op de 'ontbijtjes', kijken of we een Manouk-meisje en een Robin-jongen kunnen vinden. Meisjes geen probleem, alleen al de Nachtwacht voorziet in een beeldig meisje met een haan aan haar jurk, maar jongens van elf zijn minder simpel. Het is toch goed dat er zoveel tijd, geld en aandacht aan kinderen en cultuur is besteed en nog besteed zal worden. Ze amuseren zich kostelijk en maken al spelend kennis met de zeventiende eeuw.

Zaterdag

Het weer is beter en we gaan naar Schiphol. Het is voor hen de eerste keer. Als ik met ze op het panoramaterras naar het platform kijk en, o geluk, de vliegtuigen voor onze neus landen en opstijgen, raak ik zoals altijd in de ban van dit hoogstandje logistiek. Vanuit een historisch perspectief is Schiphol de directe opvolger van de Amsterdamse haven. Essentieel voor de economie van ons land, een ecologisch probleem, een dilemma.

Terwijl we een container met levende dieren het vliegtuig in zien rollen, realiseer ik me dat ik voor mijn plezier naar het grootste politieke probleem van de komende periode sta te kijken.

's Avonds begin ik me voor te bereiden op de komende week: fractiebestuur, fractievergadering en regeringsverklaring. Het reces loopt ten einde.

Zondag

De kinderen gaan met mijn broer en schoonzus mee naar Artis en het Chinese circus. De radio-uitzending is minder diepgaand dan ik gewild zou hebben. Ik houd van analyse en afwegingen. In de politiek worden vaak gecompliceerde maatschappelijke problemen met twee woorden aangeduid, waardoor veel nuances verdwijnen. Ik moet daar erg aan wennen. Voor mij is de politiek er voor de burger, die heeft er recht op om te weten of wij de verkiezingsdoelen ook realiseren. Met dat hij zijn stem uitbrengt gaat hij een maatschappelijk contract met ons aan.

Wij zijn in Den Haag niet alleen medewetgever en controleur van de regering, maar we moeten er ook op toezien dat die wetten en regelingen ook goed worden uitgevoerd. Zeker als die uitvoering wordt gedelegeerd aan derden. Want als een wet aangenomen wordt, is dat weliswaar het einde van het wetgevingsproces, maar het begin van de implementatie. En dat is waar het voor de burgers om gaat.

Zitten lezen in een stuk van Tjeenk Willink uit 1989 over de kwaliteit van de overheid. Er is nog veel herkenbaar van de beschreven problemen, dat maakt niet vrolijk. Het beurt op dat iemand helder kan maken wat die kwaliteit zou moeten zijn. Of zij ook bereikbaar is? Gezien de complexiteit van de onderlinge samenhangen van politiek, regering, overheden, ambtenaren, en maatschappelijke groeperingen is dat de vraag. Maar streven naar kwaliteit heb ik altijd gedaan en zal ik, hoe gebrekkig misschien ook, blijven doen.

Als ik terugkom uit Hilversum staat er een grote tas in de gang en draait de wasmachine. Joost loopt de rest van de dag in en uit en eet 's avonds mee. Na een vrolijke maaltijd met zijn negenen, gaan de kinderen weer naar huis. En terwijl ik hun driejarige broertje van de trap wil pakken omdat ik bang ben dat hij er af valt, duikelt hij al naar beneden. Hij heeft een blauwe plek, verder niks, maar ik ben ontzettend geschrokken.

Maandag

Het reces is voorbij. Het Kamergebouw gonst weer van activiteit. Fractievergadering over de regeringsverklaring die - behalve Ad Melkert - niemand heeft gelezen. Zij schijnt niet af te wijken van het regeerakkoord. We zijn blij elkaar na de vakantie weer te zien. Er wordt gezoend, de zes nieuwe collegae worden verwelkomd. We vergaderen van 1 tot half vijf, iedereen krijgt de gelegenheid zijn punten aan te dragen. Ad overweegt, bespreekt, luistert.

Voor het eerst heb ik het gevoel dat ik op de goede plek zit. Tot de formatie was ik in alle opzichten een nieuwkomer. In het fractiebestuur is dat extra voelbaar. Ik had uiteraard een grote kennisachterstand. Maar nog belangrijker misschien was dat ik geen deel had uitgemaakt van het proces van de vorige periode. Het regeerakkoord is weliswaar een stuk voor de toekomst, maar gebaseerd op de politieke ervaring van de afgelopen vier jaar. Nu het kabinet gevormd is, breekt er een nieuwe periode aan waarin deze nieuwe fractie haar eigen stijl, haar eigen strategie, haar eigen politieke hoofdpunten kan formuleren.

's Avonds kunnen Herman en ik gewoon samen eten. Dat zal de rest van de week er niet meer van komen.

Dinsdag

Het debat over de regeringsverklaring. Eerst de beëdiging van de nieuwe collegae. Het blijft wonderlijk hoe rituelen kunnen ontroeren. 'Dat verklaar en beloof ik' was ook voor mij een moment met een brok in mijn keel, en ik ben toch een behoorlijk rationeel mens.

We zitten in de Kamer op alfabet. Belinfante zit naast De Boer. Als de minister-president de uitgebreide tekst over milieu voorleest is Margreet merkbaar geëmotioneerd. 'Vier jaar drammen heeft toch zin': een kortere samenvatting van het politiek bedrijf zou ik niet kunnen geven.

Na de regeringsverklaring wordt er geschorst tot drie uur. Het CDA, de grootste oppositiepartij, begint het debat. Daarna de grootste regeringspartij. Iedereen is benieuwd naar de nieuwe fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid. Er ontstaat een stilte als hij naar het katheder loopt. Het is al snel duidelijk dat er een nieuwe toon wordt gezet. De Partij van de Arbeid vraagt de regering om duidelijkheid naar de burgers, het maatschappelijk contract. Ik ben blij met de suggestie van een monument voor de slavernij. Zoveel inwoners van ons land zijn afstammelingen van slaven, en behalve hun eigen bijeenkomsten op 1 juli is er in Nederland niets wat deze achtergrond van hun identiteit erkent in het openbare leven.

En dan begint het stukken lezen, wandelgangen, wat drinken in het ledenrestaurant, praten en in mijn geval ook kennismaken met collegae van andere partijen. Het is net als de fractievergadering, een voelbaar nieuw begin van de parlementaire periode.

Woensdag 26 augustus

Deze twee dagen, van 10 tot 10, de eerste dag tot half twaalf, in één ruimte, scheppen ook een gevoel dat wij er voor zijn om in de komende vier jaar dit beleid ten uitvoer te brengen. Er ontstaat een begin van een gevoel van gemeenschappelijkheid.

Het interview van Hans Hillen in Opzij en zijn reactie de volgende dag in de Volkskrant geeft aanvankelijk alleen onder de vrouwelijke collegae, maar later ook bij de mannen, beroering. Treurig dat iemand zo gefrustreerd kan zijn. In een andere omgeving zou dat de constatering zijn en zouden we overgaan tot de orde van de dag. Maar wij beloven trouw aan de Grondwet, waar in artikel één het gelijkheidsprincipe als basis voor onze samenleving wordt gegeven. Als uitwerking daarvan stellen wij wetgeving vast over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Wij Kamerleden horen ons hiernaar te gedragen. Binnen het CDA moeten ze zelf vaststellen hoe zij, vanuit hun christelijke politiek, hiermee om willen gaan.

Tegen tien uur woensdagavond heb ik diep respect voor de minister-president en de fractievoorzitters, de echte spelers in dit debat. Zij zijn de enigen die geen moment de zaal verlaten. Uren en urenlang staan zij op scherp, met eindeloos geduld en wordt telkens weer, vaak op dezelfde punten, gedebatteerd. De oppositie probeert voortdurend een bres te slaan in de coalitie, de standpunten van het regeerakkoord naar eigen politieke inzichten te verleggen, onverantwoorde antwoorden uit te lokken. Mijn felicitaties aan het eind van het debat zijn dan ook oprecht gemeend.