Historische hits

De kennis van de geschiedenis holt achteruit. Hoogste tijd om daar iets aan te doen met een cursus wereldgeschiedenis in hitsingles. Les 11: Afrika en apartheid

Na Amerika is Afrika het meest bezongen continent in de popmuziek. Vooral zwarte soul-, funk- en reggaemuzikanten verwijzen in hun muziek vaak naar Afrika als het continent waar de (pop)beschaving begon. Maar grote hits haalden ze met hun positieve Afrika-muziek nummers nooit. Een harde Top 40-wet bepaalt dat alleen nummers die een somber beeld schetsen van Afrika de bovenste plaatsen van de hitparade bereiken.

Vooral de jaren tachtig leverden een wonderlijke reeks Afrika-hits op. Wat Vietnam was voor de popmuziek van de jaren zestig en zeventig, was Afrika voor die van de jaren tachtig. Bijna elke popmusicus die zich inzette voor Afrika, kon rekenen op algemene bijval en commercieel succes.

De stroom begon met 'Nelson Mandela' dat in april van 1984 de zesde plaats van de Top 40 haalde. Dit nummer van de door de Britse ska-groep The Specials bijeengebrachte muzikale gezelschap was een eenvoudige oproep aan de Zuid-Afrikaanse regering om de zwarte politieke gevangene Nelson Mandela vrij te laten.

Acht maanden later bereikte 'Do They Know It's Christmas?' van de gelegenheidsgroep Band Aid de eerste plaats van de Top 100. Geschokt door een documentaire over de hongersnood in Ethiopië had de nu tot Sir verheven Bob Geldof, leider van de kwijnende groep The Boomtown Rats, besloten dat hij met bekende Britse popmuzikanten een plaat moest maken waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de bestrijding van de Ethiopische hongersnood. Veel had het door hemzelf en Midge Ure van Ultravox geschreven nummer niet om het lijf, maar de op Afrikaanse hongersnood toegepaste kerstgedachte leidde tot de best verkochte single uit de Britse popgschiedenis.

Een paar maanden later namen ook Amerikaanse popsterren op instigatie van Harry Belafonte een plaat op voor de hongerende Ethiopische bevolking. 'We are the World' heette het door Michael Jackson en Lionel Richie in tweeëneenhalf uur geschreven nummer, dat in april 1985 de eerste plaats van de Top 40 haalde. Dat het publiek 'We are the World' alleen uit liefdadigheid kocht kan niet worden beweerd, want vier maanden later flopte het Nederlandse equivalent 'Samen / Together' van Artiesten voor Afrika op grootse wijze.

Maar een half jaar later was het voorzichtig weer raak toen de groep Latin Quarter een kleine hit haalde met 'Radio Africa'. “I'm hearing only bad news from Radio Africa”, luidt het refrein van dit nummer, waarvan het eerste couplet bestaat uit een quasi-poëtische tekst over de apartheid. 'Radio Africa' was het begin van een ongeëvenaarde reeks historische hits. In november 1985 haalde Artists United Against Apartheid een eervolle derde plaats met 'Sun City', een nummer waarin gitarist Steve van Zandt samen met onder anderen Bob Dylan, Bono Vox en Miles Davis duidelijk maakte dat zij, anders dan bijvoorbeeld Rod Stewart, niet in de Zuid-Afrikaanse vermaaksstad Sun City wilden optreden.

In augustus 1986 bezette de Britse reggae-groep UB 40, die al in het begin van haar loopbaan blijk had gegeven van engagement, vier weken lang de eerste plaats van de Nederlandse hitparade met hun aanklacht tegen het apartheidsregime, 'Sing Our Own Song'. Twee maanden haalde Labi Siffre, die sinds 1972 geen hit meer had gehad in Nederland, een hoge plaats in de Top 40 met '(Something inside) So strong', waarin een paar regels waren gewijd aan Zuid-Afrika.

Maar de allergrootste anti-apartheidshit kwam een half jaar na die van UB 40. In 1988 stond de Brits-Guyaanse muzikant Eddy Grant vijf weken bovenaan de Top 40 met 'Gimme Hope Jo'Anna'. Grant combineerde zijn oproep aan Jo'Anna (Johannesburg) om een einde te maken aan de apartheid met vrolijke dansmuziek. Bovendien kan het refrein op het eerste gehoor ook gericht zijn aan een aanbedene. “Gimme hope, Jo'Anna, hope, Jo'Anna, hope before the morning comes.” Maar in coupletten stelt Grant verschillende aspecten van de apartheid aan de kaak: de onderdrukking van de zwarten ('a brother in subjection'), de artiesten die spelen in Sun City ('Jo'Anna gives them fancy money') en de macht van het apartheidsregime over de media ('She even knows how to swing opinion').

Toch is het apartheidsregime tot ondergang gedoemd, zingt Grant in het laatste couplet: “I wanna know if you're blind, Jo'Anna / Can't you see that the tide is turning / Don't let me wait till the morning comes.”