Het recht op versleuteling

Vallen computerprogramma's en de taal waarin ze geschreven zijn onder de vrijheid van meningsuiting? Over deze interessante vraag buigt zich volgende week de rechtbank in San Jose.

Charles Booher, een 39-jarige software engineer uit Californië moet volgende week voor de rechter verschijnen omdat hij via zijn website een versleutelingsprogramma beschikbaar stelt dat onder het exportverbod op sterke encryptie valt. In een hoorzitting wordt bepaald of Booher strafrechtelijk wordt vervolgd.

Toen Booher SecureOffice, een programma dat tekstdocumenten en e mails onleesbaar maakt voor derden, op zijn website zette, wist hij dat hij daarmee het risico liep voor de rechter te komen. Als hij schuldig wordt bevonden aan het overtreden van het encryptie-exportverbod zal hij zich op het First Amendment (recht op vrijheid van meningsuiting) beroepen, zegt Booher in Wired.

Encryptie is in veel landen een omstreden onderwerp. Internetgebruikers en bedrijven hebben goede redenen (privacy, bescherming tegen diefstal, concurrenten en hackers) om gegevens te versleutelen. Overheden en geheime diensten daarentegen willen het gebruik van encryptie zoveel mogelijk beperken om criminelen en terroristen te kunnen aftappen.

Booher is niet de eerste Amerikaan die zich voor de rechter moet verantwoorden voor een encryptieprogramma. Vorige maand oordeelde de federale rechtbank van Ohio dat Peter Junger, een hoogleraar rechten die de programmacode (source code) van een versleutelingsprogramma op een website had gezet voor zijn studenten, zich niet kon beroepen op het First Amendment. Volgens de rechter is programmacode niet te vergelijken met reguliere gesproken of geschreven uitingen omdat encryptiesoftware te vergelijken is met een apparaat (device).

Op een mailinglijst voor software en vrijheid van meningsuiting zegt Junger dat het oordeel van de rechtbank vooral door onkunde is ingegeven. Mensen die verstand hebben van computers hebben geen metaforen nodig om over software te praten, schrijft Junger, die niet begrijpt dat de rechter niet inziet dat een computerprogramma zowel een uiting als een soort apparaat is.

Het vonnis van de rechtbank van Ohio staat in schril contrast met de uitspraak van federale rechter Marilyn Hall Patel in San Francisco, die het eens was met de redenering van de wiskundige Daniel L. Bernstein van de universiteit van Illinois dat de distributie van programmacode wel grondwettelijke bescherming geniet omdat het onder de vrijheid van meningsuiting valt. “By the very terms of the encryption regulations, the most common expressive activities of scholars - teaching a class, publishing their ideas, speaking at conferences, or writing to colleagues over the Internet - are subject to a prior restraint by the export controls”, schrijft rechter Patel.

Hoe het met Charles Booher's zaak afloopt, is moeilijk te voorspellen. Als hij zich op het First Amendment beroept, heeft hij op grond van de jurisprudentie 50 procent kans om vrijgesproken te worden. Volgens Cindy Cohn, Daniel Bernsteins advocaat, is het ook mogelijk dat Booher de nieuwe Phil Zimmermann wordt. Zimmermann werd vijf jaar lang juridisch vervolgd voor het verspreiden van het versleutelingsprogramma Pretty Good Privacy (PGP). PGP is nu het beroemdste encryptieprogramma ter wereld en Zimmermann multimiljonair. In Wired geeft Booher eerlijk toe dat hij zijn proces niet alleen als een principezaak ziet. Publiciteit voor zijn programma zou hem goed uitkomen. Hij hoopt dat SecureOffice een commercieel succes wordt.

SecureOffice: www.filesafety.com

Peter Jungers site: samsara.law.cwru.edu

Uitspraak in Bernsteins zaak: jya.com/bernstein-III.htm

PGP: www.pgpi.com