HANDIG EN ONGEZELLIG; College via Internet legt kundigheid docent genadeloos bloot

De nieuwste trend: college via Internet. Leuk! Behalve dat het sociale aspect van leren toch ook wel erg belangrijk is. Niettemin is de Open Universiteit al bevreesd voor concurrentie.

HET OP DE MEESTE universiteiten ingeburgerde 'academisch kwartiertje' - de vijftien minuten tussen twee opeenvolgende colleges - wordt door veel studenten niet alleen gebruikt om vlug een kop koffie naar binnen te werken of naar een andere collegezaal te komen, maar ook om nog snel even die ene vraag te stellen. Die vraag waaraan je tijdens college niet dacht of die je in de collegezaal niet durfde te stellen. Elke student heeft er immers wel eens last van: de angst om een domme vraag te stellen en vervolgens te boek te staan als het sufferdje van de klas.

Bij het college 'business to business marketing' van prof.mr.dr.ir. Sicco Santema van de subfaculteit Industrieel Ontwerpen van de TU in Delft ligt dat anders. Hij heeft zijn colleges eenmalig op video opgenomen en vervolgens op Internet gezet. Studenten kunnen inloggen wanneer ze willen en luisteren naar de voordracht van Santema. Wie er niets van snapt, kan schaamteloos een vraag stellen per email. Hij krijgt antwoord per kerende mail, zonder dat een medestudent daar weet van heeft.

De informatie- en communicatietechnologie schrijdt steeds verder voort en ook in het hoger onderwijs worden de nieuwe media op steeds grotere schaal ingezet bij de overdracht van kennis. De Universiteit van Amsterdam start nog dit jaar een Engelstalige Mastersopleiding via Internet, de Universiteit Twente (UT) laat studenten in Enschede met behulp van video-conferencing live communiceren met studenten van haar Friese filiaal in Leeuwarden, in Delft is het experiment met de eerste Internetcolleges succesvol afgerond en ook andere universiteiten en hogescholen zijn bezig met de voorbereiding en vormgeving van digitaal onderwijs, dat veelal gewoon thuis kan worden gevolgd, op het moment dat het uitkomt.

Het lijkt er daardoor op dat digitaal college lopen vergelijkbaar wordt met het afstandsonderwijs zoals gedoceerd aan de Open Universiteit (OU) of via het particulier (schriftelijk) onderwijs. Studenten en cursisten studeren dan thuis - steeds meer met behulp van telecommunicatieapparatuur - en zien slechts af en toe een mentor om vragen te stellen of de voortgang van de studie te bespreken. Maar de concurrentie met de OU wordt niet aangegaan. Die richt zich op een andere (volwassen) doelgroep, veelal met een werkkring, aldus een mederwerker van de UT in Enschede.

RECHTEN

Op de OU wordt daar genuanceerder over gedacht. De acht wetenschappelijke opleidingen die de universiteit aanbiedt - naast schriftelijk, alle ook via Internet - kunnen nu nog gemakkelijk het hoofd bieden aan het relatief gering aantal studenten dat virtueel college volgt op de reguliere universiteiten. Maar volgens de woordvoerder van de OU zou dat in de toekomst wel eens kunnen veranderen. “Als de reguliere universiteiten voldoende ervaring hebben opgedaan, zouden ze Internet kunnen inzetten op de studies die wij ook aanbieden. Zo zijn wij nu nog de enige die Rechten aanbiedt via Internet, maar in de toekomst zouden de andere universiteiten dat ook kunnen doen.”

“Als de colleges eerder op Internet waren gezet, was ik nu niet zevendejaars geweest', zegt Peter Verhoef (26), student werktuigbouwkunde in Delft. Peter heeft naast zijn studie een eigen zaak en was om die reden de afgelopen jaren veelvuldig aan de andere kant van de wereld, waardoor hij vaak geen colleges kon volgen. Wat zou het niet handig zijn geweest als hij in Zuid-Afrika had kunnen inloggen, zegt hij achteraf. Peter probeert zijn studie nu zo snel mogelijk af te ronden, wat door het nieuwe systeem aanzienlijk wordt vergemakkelijkt. “Normaal moet ik na twee uur college een week wachten, nu doe ik alle colleges achter elkaar.”

NADELEN

Maar er kleven ook veel nadelen aan deze manier van lesgeven, menen Peter en ook zijn medestudenten David Knops (25) en Bob Hofstede (24), eveneens student werktuigbouwkunde. Ze kunnen er genoeg opsommen. Het gaat te veel om het absorberen van kennis en te weinig over het fantaseren over kennis. Een uur college wordt al snel gereduceerd tot een kwartier, want langer geconcentreerd naar een en hetzelfde punt (het beeldscherm) kijken houdt geen mens vol. Er is geen interactie met medestudenten zoals in een collegezaal, de charme van de erudiete professor die zijn kennis frontaal etaleert valt weg, je wordt nog meer een nummer dan je toch al bent, je kunt niet voortborduren op een vraag die een ander stelt.

Kortom: virtueel college lopen via Internet fungeert vooral als een naslagwerk, maar kan nooit een substituut zijn voor de echte colleges, vinden de Delftse studenten. Daarvoor is deze wijze van kennisoverdacht ook te weinig socialiserend. Samen een kop koffie drinken in het 'academisch kwartiertje' is er niet meer bij, werkstukken worden digitaal ingeleverd en niet langer via het postvakje van de docent op het secretariaat, en stencils worden niet meer uitgereikt, maar op het net gezet. Handig, maar weinig vormend en ongezellig. “I want to see my students”, zegt prof.dr. Betty Collis met de nadruk op 'see'. Collis is hoogleraar Teleleren aan de faculteit Toegepaste Onderwijskunde van de UT in Enschede en doet al enige jaren onderzoek naar de mogelijkheden en kansen die de nieuwe media aan studenten bieden. De Canadese hoogleraar vindt het belangrijk dat studenten en docenten elkaar zien, in levenden lijve. Het college opnemen en vervolgens op Internet zetten, vindt ze niet ideaal: “Docenten en studenten willen interactie met elkaar en niet met een beeldscherm of een camera.” Dat betekent niet dat de nieuwe media niet een belangrijke rol spelen in het onderwijs, maar bij de kennisoverdracht blijft de hoofdrol weggelegd voor de docent. Collis: “Interactief studeren betekent dat de rol van de docent wordt verlengd en dat is de kracht ervan: je kunt meer informatie, feedback en respons geven, maar ook krijgen.”

Collis heeft in Enschede een interactive classroom laten inrichten met 24 multimediale videoschermen. Het ziet er sjiek en kostbaar uit. Colleges kunnen niet alleen worden gevolgd door de studenten in Enschede, maar eveneens door zo'n vijftig eerstejaarsstudenten in het Friese filiaal van de UT in Leeuwarden. Ook daar staat een interactieve collegezaal, alleen zonder docent. Die staat in Enschede en de Friezen kijken mee of stellen of interrumperen door het stellen van een vraag.

Of er meer vragen worden gesteld is de vraag. In Delft denken ze van niet. Prof. Santema weet dat publiekelijk vragen stellen te weinig gebeurt. Door de vragen via het net te laten stellen in ieders eigen virtuele werkruimte is het aantal vragen in Delft vertienvoudigd, wat een positieve uitwerking heeft gehad op de resultaten van de studenten. “Eindelijk weten we hoe vaak een vraag in de hoofden van de studenten voorkomt”, zegt Ralph Genang, student-assistent van Santema en coördinator van de virtuele colleges. In de eigen virtule werkruimte, waar niemand anders behalve de docent naar 'binnen' kan, worden opdrachten gemaakt en vragen gesteld en beantwoord. Wie in de collegezaal een vraag stelt, legt Genang uit, stelt die vaak onbewust ook voor een aantal anderen met hetzelfde probleem. Dat gebeurt niet meer.

ANDERE ROL

Niemand weet welke vragen door een medestudent op het net worden gezet en het komt dus voor dat dezelfde vraag 25 keer wordt gesteld. Genang: “Een vraag die 25 keer wordt gesteld, levert dus kennelijk voor veel studenten een probleem op. Een docent moet dus extra aandacht schenken aan het onderwerp.”

Virtueel onderwijs via Internet maakt het werk van docenten nog zwaarder dan het al is: ze zijn voortaan permanent bereikbaar. Voor de docent die daaraan niet wil meedoen, is de ontwikkeling dan ook een ramp. Hij krijgt een andere rol, namelijk die van coach en 'televisie'-ster en hij moet de flexibiliteit hebben daarop in te spelen. Daarnaast kan geen docent dadelijk nog om het antwoord van een vraag heen draaien of 'niet thuis' geven. Santema: “Het wordt meedogenloos duidelijk wat een docent van zijn vak weet.”

Een proeve van een Delfts internetcollege is te vinden op http://dutoi06.io.tudelft.nl:8900/ public/NRC/index.html (nauwkeurig aanwijzingen op scherm volgen! NB Sommige proxyservers geven problemen bij toegang.)