Haagse kringen

ZO'N ZOMER zonder Chips, dat kan eigenlijk niet, want dan gaat het in Den Haag meteen mis. Dan komt er een nieuwe regering die volgens de kersverse staatssecretaris Karin Adelmund maar een muffe club is, met veel te veel ouwe zeurneuzen uit het vergader- en partijcircuit, en veel te weinig frisse ideeën. Kortom, paars heeft tijdens onze afwezigheid de Haagse ramen stevig gesloten, en dat is ook aan het regeerakkoord te merken. Wat er in dat akkoord staat over informatietechnologie is ronduit gênant. De belangrijkste passage is deze: “Nederland zal aansluiting zoeken bij de vele ontwikkelingen, en wil bij de verdere vormgeving nauw betrokken zijn. Het actieplan elektronische snelweg wordt verder vormgegeven, met inbegrip van het stimuleren van investeringen in de elektronische snelweg (ICES-budget). Daarbij wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een derde mainport: Nederland brainport. Wat betreft de snelle ontwikkeling van de internationale handel via Internet moet Nederland in een vroeg stadium de aansluiting vinden (electronic commerce).” Einde verhaal.

Tja, roep maar wat. Actieplan! Electronic commerce! Nou, dan weet je het wel. Als je dat maar vaak opschrijft, word je vanzelf in een vroeg stadium terminaal brainport. Maar er is meer. Over het onderwijs, Adelmunds terrein, bijvoorbeeld. Daarvoor wordt “uit de ICES-middelen [...] cumulatief 670 miljoen beschikbaar gesteld voor de opbouw van ICT-infrastructuur in het onderwijs in de komende kabinetsperiode.” Hé, daar zijn ze alweer, die ICES-middelen. Dat is een al jaren bestaand fonds voor de ontwikkeling van technologische infrastructuren, en de enige bron van gelden voor informatietechnologie die in het hele regeerakkoord te vinden is. Hoewel, er is één uitzondering: een lijstje met 'investerings-intensiveringen', waar we vinden dat tot 2002 voor 'internet/Exchange/diensten', wat daarmee ook bedoeld moge zijn, 95 miljoen wordt uitgetrokken. Dat is heel wat op de begroting van een patattent, maar twee regels verder staat wat er in diezelfde periode voor het rekeningrijden wordt uitgetrokken: 350 miljoen, drie en een half keer zo veel!

Overigens, van die ICES-gelden voor het onderwijs is het leeuwendeel al vergeven aan een ouderwetse kabeltrekker, die voor een half miljard een heel eigen net voor de scholen mag gaan aanleggen. Kabels! Dat is tenminste begrijpelijke infrastructuur. Tastbaar en duur. Maar dat net is nergens goed voor, want er is niets om het mee in te vullen. Geen software die het echte werk mogelijk moet maken, en geen goed georganiseerde opleiding voor de leraren die straks moeten zorgen dat alles goed verloopt. En het komt er niet ook, want vooraanstaande uitgevers hebben al laten weten geen trek te hebben om op eigen houtje en zonder enige garantie educatieve software voor dat net te gaan maken. En zonder software valt er ook niet veel te trainen.

Maar zelfs als dat allemaal wel in orde was, kun je je nog afvragen waarom scholen niet van het gewone openbare Internet gebruik zouden kunnen maken. Ze doen, voor zover het om educatie gaat, per definitie niet in geheimen. Ook valt niet te verwachten dat die paar duizend scholen in Nederland een serieuze aanslag betekenen op de capaciteit van het normale net. Dat laat twee redenen voor de aanleg ervan over. Een ervan is het conservatisme van de dijkenbouwende Hollandse ambtenaar: zonder eigen, tastbaar netwerk met bijbehorend graafwerk is het niet 'echt'. Een groot plan betekent dat er iets groots moet worden aanbesteed, en dat doe je nu eenmaal bij een aannemer. Zou het zoiets irrationeels zijn? Of zou het toch die andere reden zijn? Zou het erom gaan om de leerling juist weg te houden van het echte Internet, die veronderstelde poel des verderfs?

Hoe het ook zij, deze majeure overheidsinspanning om Nederland de eenentwintigste eeuw in te helpen dreigt ertoe te leiden dat er straks alleen maar voor een half miljard kabels en schakelkasten liggen te roesten, een kluwen ijzer, silicaat en glasvezel die zelfs geen naam heeft. 'Edunet', had Den Haag bedacht, maar dat bleek al een geregistreerd merk te zijn. 'Kennisnet' dan maar, en opnieuw zat de overheid ernaast. Zou er nou in heel Den Haag niet één iemand zijn die het telefoonnummer van het Benelux-merkenbureau in de Rolodex heeft? Of is deze zeperd domweg illustratief voor de desinteresse die in politieke en ambtelijke kring algemeen lijkt te heersen als het over informatietechnologie gaat?

Want desinteresse is er. Zie wat er in het regeerakkoord staat onder het kopje 'Kennis, onderzoek en informatietechnologie': “Wil Nederland internationaal meekunnen en zelfs in de voorhoede komen in de ontwikkeling naar een Internet-economie, dan zal de overheid een regisserende en ondersteunende rol moeten blijven spelen door standaardisatie, regels voor toegankelijkheid, enz.” Dat is niet alleen goedkoop, het is ook onzin. Juist de overheid is tot nu toe schromelijk in gebreke gebleven bij het regisseren en ondersteunen, om van standaardiseren maar te zwijgen. De opvallendste daden van de overheid waren tot nu toe de vele desastreuze pogingen om de computer op een koopje de scholen in te helpen, de al even rampzalig verlopen automatisering van de politie, en de weigering van minister Melkert om een prima plan voor een kennisbank op het gebied van de sociale verzekeringen uit te voeren, schijnbaar om geen andere reden dan dat hij het niet zelf verzonnen had.

Regisseren en ondersteunen wil men, maar let op hoe hier het woordje 'investeren' ontbreekt. Het is de geur van het onbegrip van ministers als Kok, die een muis voor een afstandsbediening aanzien, de walm van het wantrouwen van de antitechneut, die opstijgt uit het regeerakkoord. Goed, je kan de informatietechnologie niet helemaal negeren, maar laat dat enge computergedoe dan vooral niks kosten. Zie de passage over de toegankelijkheid van wet- en regelgeving, die in Nederland bar slecht geregeld is. Die toegankelijkheid dient, onder meer met behulp van het Internet, “te worden bevorderd tegen zo beperkt mogelijke kosten”. En dat is alles wat men erover te melden heeft.

    • Rik Smits