Festival Oude Muziek tussen verleden en toekomst

17de editie Holland Festival Oude Muziek. Concerten: Arcomelo, Geertekerk; Dresdner Barock Orchester en Dresdner Kammerchor. Gehoord: 28/8 Utrecht. Het Festival Oude Muziek duurt t/m 6/9.

Vanaf de Domtoren laat stadsbeiaardier Arie Abbenes Rossini's Willem Tell-ouverture door het Utrechtse luchtruim galopperen, terwijl in de Geertekerk sopraan Cristiana Presutti en klavecinist Jesper Christensen zich door de laatste loodjes van hun programma met laat zeventiende-eeuwse Italiaanse cantates worstelen. Op weg naar Muziekcentrum Vredenburg, even later, zijn nog juist de bijna verwaaide klanken te horen van het gebeier van de vijfenveertig luidklokken die de stad rijk is.

Het Holland Festival Oude Muziek is vrijdag op intussen vertrouwde wijze van start gegaan. Toch staat het festival met deze zeventiende editie op een kruispunt. Voor het laatst is in de programmering de gelukkige hand van Jan Nuchelmans te zien, de auctor intellectualis van het festival die tegenwoordig nog slechts als artistiek adviseur fungeert. Aan de vorig jaar aangetreden directeur Casper Vogel de taak om, na tal van troebelen, het bestaansrecht van het Festival Oude Muziek opnieuw te bewijzen.

In de huidige editie wordt nog eens duidelijk dat de oude muziek in hoog tempo naar de eeuw galoppeert die weliswaar nu nog 'de onze' is, maar over enkele jaren 'de vorige' zal heten. Oude muziek is allang geen kwestie van historische datering meer, maar van een mentaliteit, merkt Casper Vogel met zoveel woorden op in het voorwoord van de programmabrochure. George Gershwin 'authentiek', in twee programma's vertegenwoordigd, kan zodoende veilig worden omarmd in het huidige festival; de in 1868 gestorven Gioachino Rossini, van wie onder meer het Stabat mater zal worden uitgevoerd, al evenzeer. Voor degene die voor de 'echte' oude muziek komt, zijn er dit jaar de concerten rondom de middeleeuwse abdis Hildegard von Bingen. Verder wordt geput uit de rijke muziekcultuur van het achttiende-eeuwse Dresden en wordt als een soort coda op de Vrede van Munster het thema 'oorlog en vrede' muzikaal uitgediept. Het thema 'kruisvaarders achterna' illustreert nog eens dat de programmering ook dit jaar niet beperkt blijft tot de grenzen van Europa.

Van een echte feeststemming, van een Festivalkoorts, was bij de opening nog geen sprake. Misschien misten daarvoor de composities ook wel overtuigingskracht. In Vredenburg zong het Dresdner Kammerchor onberispelijk een Te Deum van Jan Dismas Zelenka en een variatierijke mis van Johann David Heinichen met een solistenkwartet (sopraan Martina Lins-Reuber, altus Patrick van Goethem, tenor Marcus Ullmann, bas Jochen Kupfer) dat een fraai mengend ensemble vormde.

Voordien legde in de Geertekerk Jesper Christensen de talentvolle, maar wat mimiekloze zangeres Cristiana Presutti aan de ketting door zijn krakkemikkige klavecimbelspel. Christensen geeft opzienbarende uitwerkingen van de basso continuo-partijen, maar hij is niet de aangewezen persoon voor het in de praktijk brengen van zijn theorieë, die hij tijdens het internationaal symposium van het festival kracht bijzette. Daarvoor is zijn techniek domweg niet toereikend. Ik kan me geen festivalconcert herinneren waarin zóveel misslagen en deraillements voorkwamen. In die zin was het een historisch openingsconcert.