Een veilige en gekeurde woning; Eenduidige norm ontbreekt bij inbraakpreventie

Politie, Justitie, verzekeraars en particulieren zijn het erover eens: aandacht voor de preventie van woninginbraak loont. Voor de consument is het vaak lastig te bepalen hoe zo'n beveilingingsplan er uit moet zien en wat een goede prijs is.

“Het is een moeilijke markt', legt R. Jacobs van het Utrechtse E.C.E Beveiligingen uit. “Het gaat niet alleen om geld, maar ook om emoties.”

Vorig jaar werd in één op de twintig woningen een poging tot inbraak gedaan. In 120.000 gevallen is ook daadwerkelijk ingebroken. De meeste inbraken komen voor in de regio's Amsterdam-Amstelland, Gooi en Vechtstreek, Utrecht, Haaglanden en Limburg-Zuid. In de rest van Nederland stabiliseert het aantal inbraken, en daalt het zelfs in sommige regio's. In de periode tussen 1980 en 1995 verdubbelde, volgens het ministerie van Justitie, het aantal woninginbraken. Daarna bleef het aantal aangiftes in de meeste provincies gelijk.

Volgens F. Van de Kant, landelijk coördinator van het Politiekeurmerk Veilig Wonen, is dat te danken aan preventiemaatregelen. “Zonder enige maatregel is de kans op een inbraak twee tot drie procent. Met goed hang- en sluitwerk, mechanische beveiliging loopt dat terug naar 0.1 procent.”

De laatste jaren is er vanuit de overheid, politie en verzekeraars veel aandacht gevestigd op woninginbraak. Naast het succes dat verschillende preventieacties tot gevolg hadden, rolden er ook verschillende normeringen uit die het voor particulieren lastig maken tot een keuze te komen. In 1993 ontstond het Politiekeurmerk Veilig Wonen dat er op gericht is de beveiliging van bestaande en nieuwe woningen te ondersteunen. Het keurmerk voorziet in een aantal richtlijnen met basiseisen voor beveiliging. In tien politieregio's, waaronder Utrecht, verleent de politie daarnaast kosteloos persoonlijke preventieadviezen. Zo'n preventieteam let daarbij op de veiligheid van de woning, maar ook op de 'sociale veiligheid'.

De van buiten bereikbare deuren en ramen van woningen moeten voorzien zijn van goed hang- en sluitwerk. Daarnaast kan het in sommige gevallen nodig zijn buitenverlichting aan te brengen. Maar wat minstens zo belangrijk is, zijn de organisatorische maatregelen, die er voor zorgen dat een huis er altijd bewoond uitziet. Dus, geen stapels kranten op de mat tijdens afwezigheid, geen tekst op het antwoordapparaat waaruit blijkt dat de bewoners op vakantie zijn en zo nu en dan licht laten branden op verschillende plaatsen in huis. De bewoner die het op maat gemaakte preventieadvies uitvoert, komt in aanmerking voor het certificaat Veilige woning.

Het keurmerk moet landelijk gaan gelden. Omdat de politie niet in alle regio's adviseert heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken voorgesteld op die plaatsen die taak onder te brengen. De door de Stichting Kwaliteitsborg Preventie erkende beveiligingsbedrijven geven nu al gratis preventieadvies en verlenen het Borgcertificaat. Als het aan het ministerie ligt gaan zij in de toekomst ook het Politiekeurmerk afgeven. De 'vereniging eigen huis' heeft bezwaar aangetekend tegen dit voorstel.

'Eigen huis' keurt de methode waarin een Borgbedrijf advies geeft, de maatregelen uitvoert en het certificaat verstrekt, af. Volgens het Politiekeurmerk zijn bouwtechnische maatregelen, als beter hang- en sluitwerk, vaak voldoende. Terwijl de beveiligingsbedrijven zich hoofdzakelijk richten op de verkoop van (kostbare) alarminstallaties. Omdat het ministerie weinig oor had voor de bezwaren besloot de 'vereniging eigen huis' een bliksemonderzoek te ondernemen. De vereniging vroeg 67 offertes aan bij 34 verschillende Borg-bedrijven. De vraag in de offerte was een prijsopgave te geven van de maatregelen die nodig zijn om het politiekeurmerk te bemachtigen. De politie, die de offertes vervolgens behandelde, kwam tot de slotsom dat geen van de offertes voldeed aan alle eisen van het keurmerk.

Naar aanleiding van het onderzoek wil het ministerie van Binnenlandse Zaken dat de opleiding van de Borgbedrijven verbeterd wordt. Daarnaast moet de invoering van een goed controlesysteem van offertes en adviezen er voor zorgen dat er niet te veel en te duur wordt aanbevolen. Het keurmerk mag bovendien ook afgegeven worden door bedrijven die zijn gespecialiseerd in bouwkundige maatregelen.

Zowel de politie als de beveiligingsbedrijven zweren bij maatwerk. Toch lopen de adviezen voor dezelfde soort woning regelmatig uiteen. Het verschil zit vooral in de elektronische beveiligingssystemen. F. van de Kant van het Politiekeurmerk Veilig Wonen noemt alarmsystemen een 'aanvullende maatregel'. Veel beveiligingsbedrijven zien dat juist omgekeerd. Een alarmsysteem adviseren zij als basisbeveiliging met als aanvulling goede sloten op ramen en deuren. Het pakket maatregelen dat de preventieadviseur van de politie voorschrijft, kost gemiddeld zo'n zes a zevenhonderd gulden. Voor elektronische beveiliging van een gemiddeld woonhuis moet tenminste tweeduizend gulden op de toonbank worden gelegd.

Voor woningen geldt dat bereikbare deuren en ramen voorzien moeten zijn van goed hang- en sluitwerk zoals dievenklauwen of pinsloten. Kwaliteit op de slotenmarkt is te herkennen aan de op het slot aangebrachte sterren van de Stichting Kwaliteitscentrum Gevelelementen. Dit onafhankelijke instituut ziet toe op de eisen voor hang- en sluitwerk volgens de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Het aantal sterren geeft aan hoe hoog de kwaliteit van het slot is. Eén ster volstaat bij standaardpreventie, terwijl twee sterren een zware beveiliging aankunnen en drie sterren garant staan voor de extra zware klasse. Ook op aanvullende inbraakwerende producten als insteekgrendels en oplegsloten zijn de SKG-sterren te vinden.

Een inbraakalarm kan behalve een flitslicht en sirene aansturen ook contact zoeken met een meldkamer. Deze meldkamer waarschuwt - na telefonische verfificatie met behulp van een code - de politie en een 'sleutelhouder'. Voor de alarmopvolging kan men ook een contract afsluiten met een bewakingsdienst. Deze treedt dan op als sleutelhouder en neemt eventueel maatregelen na een inbraak, zoals het afdichten van ramen en duren. Er is een systeem van gele en rode kaarten om vals alarm tegen te gaan. De kosten van een meldkamer bedragen 365 gulden per jaar; de kosten voor alarmopvolging vanaf ongeveer 300 gulden, plus een uurtarief, wanneer de dienst in aktie moet komen.