De dood van mijn oma

Het is nu een paar jaar geleden dat ze mijn oma lieten versterven. Ze was al een tijdje dement. Soms belde ze mij in paniek op. “Wat is er, oma?” “De wolken, de wolken”, zei ze dan. Ze kon niet precies uitleggen wat haar beangstigde. Andere keren als ik haar opzocht en vroeg hoe het maar ging zei ze “Ach, het is een dierentuin hier”, doelend op de oudjes die kwijlend over hun boterhammen zaten.

Dementie gaat geleidelijk. Ik heb nog heel wat met mijn oma kunnen praten voor ze voorgoed het contact met de buitenwereld verloor. Ze had een zwaar Duits accent en kon vol liefde over Goethe praten. Er was ook een Englisjmann die ze zeer bewonderde, Hemingway. Die had zo'n prachtig boek geschreven over een visser. “The old man and the sea?” “Ja”, herhaalde ze dan, “The old man and the sea, dat was echt een prachtig boek.”

Mijn oma sprak met veel gevoel voor geste en dramatiek. Haar ogen keken altijd dromerig droef. Het was duidelijk dat er van alles in haar omging.

Aanvankelijk zat ze nog op een open afdeling van het tehuis, maar later ging ze naar het gesloten gedeelte. Daar was een man uren lang bezig een leeg glas voor zich van links naar rechts te verplaatsen. De meesten zaten onderuitgezakt in stoelen met hun monden open in het niets te staren, maar mijn oma was wakker. Ze peinsde over vraagstukken die niemand ooit begreep.

De laatste paar jaar van haar leven zei ze niets meer. Ze zat en ze zweeg. Als je haar iets vroeg, haalde ze haar schouders op. Dat deden ze ook in het tehuis, waar ze haar lieten uitdrogen.