De Amerikaanse zusjes van Albert Heijn; Stop & Shop is Aholds kroonjuweel, Giant Food wil de diamant zijn

Amerikaanse super- marktketens willen heel graag schuilen onder de paraplu van Ahold. Albert Heijn heeft, na een aantal miljardendeals, vijf volwassen zusjes in de Verenigde Staten. Gigantische super- markten met levende kreeften, met apotheken, met bankfilialen. Een bezoek aan Stop & Shop in Boston en de nieuwste aanwinst Giant Food bij Washington DC. Het kroonjuweel en de diamant.

De flessen allesreiniger en de doosjes gif tegen kakkerlakken hebben extra veel ruimte gekregen op de schappen in de supermarkt. Maandag beginnen meer dan honderdduizend studenten van Boston University, Harvard en MIT aan hun collegejaar. Dit weekeinde komen ze naar de stad. Voor ze hun kamer aan een grote schoonmaak onderwerpen, doen ze boodschappen. “Wij hebben wat zij nodig hebben”, zegt Steve Spellman, de manager van een Stop & Shop Superstore die midden tussen de studentenhuizen staat.

Hij kan die extra omzet goed gebruiken.

“Hier heb je mijn faxnummer”, zei Cees van der Hoeven afgelopen maandag tegen Spellman. “Stuur me een briefje als je je target haalt.”

De 50-jarige Van der Hoeven is een man van cijfers. Voordat hij vijf jaar geleden bestuursvoorzitter werd van Ahold, in Nederland de moedermaatschappij van Albert Heijn en een van de grootste supermarktconcerns ter wereld, was hij de financiële man van het concern. Iedere maand rollen per filiaal uitgesplitst de omzetcijfers uit zijn fax. Waar hij ook is. Want de raad van bestuur bezoekt minimaal één keer per jaar winkels van alle dochtermaatschappijen - en van de lokale concurrentie. In Polen, in Maleisië of in Brazilië. En de afgelopen week trok hij door de Verenigde Staten. Maandag was Van der Hoeven in Boston.

“Ik wil graag zwaardvis voor zeven gasten”, zegt een vrouw van een jaar of zestig tegen Edward Lynch, de manager van de visafdeling van een andere Stop & Shop, vlak buiten Boston.

“Dan moet u drie kilo hebben, mevrouw”, zegt Lynch, terwijl hij een paar moten vis op de weegschaal legt.

De Stop & Shop Superstores zijn twee keer zo groot als de grootste Albert Heijn in Nederland. Vier keer zo groot als de gemiddelde Albert Heijn. Alleen al de visafdeling is tien meter breed.

De trots van Edward Lynch zijn de kreeften uit Maine, de staat die ten noorden van Boston ligt. Hij heeft een bak met tweehonderd levende kreeften. Paars of groen plakband om hun scharen. Nee, ze gillen niet als je ze in het kokende water gooit, dat is een fabeltje. Het bereiden is ook niet het probleem, zegt Lynch. Gewoon een kwartiertje in het water, openbreken, het vlees eruit peuteren en dan in de gesmolten boter dopen. Hij heeft de pannen al op het vuur staan. Je bestelt, vult je kar met andere boodschappen en haalt de gekookte kreeft bij hem op. Vorige week was de lobster in de aanbieding - voor een tientje per stuk. Hij heeft er 2.500 verkocht, vijf keer zo veel als normaal.

Stop & Shop is het kroonjuweel van Ahold in de VS. Twee jaar geleden legde Ahold bijna zes miljard gulden op tafel voor de keten die in de staten Massachusets en Connecticut - met rijke, hoog opgeleide inwoners - een marktaandeel heeft van meer dan dertig procent, een positie die nog comfortabeler is die van Albert Heijn (28 procent) in Nederland. Stop & Shop was van KKR, ofwel Kohlberg, Kravis & Roberts, de meest gehaaide participatiemaatschappij van Wall Street, wereldberoemd geworden door hun gevecht om voedingsmiddelenfabrikaant RJR Nabisco. De mannen van KKR waren de Barbarians at the Gate, de financiële goochelaars die met geleend geld bedrijven kochten, die bliksemsnel opbraken en de losse onderdelen voor een forse winst weer doorverkochten.

Vooral supermarkten waren eind jaren tachtig - vlak na de ineenstorting van de onroerendgoedmarkt in oktober 1987 - gewilde doelwitten van dergelijke goochelaars. Supermarkten hebben een stabiele en voorspelbare kasstroom die uitermate geschikt was voor het afbetalen van de hoge rente (tussen de 10 en 12 procent) op het geleende geld.

KKR volgde het vaste stramien. “Jongens, we verkopen jullie warenhuizen”, was de mededeling aan de raad van bestuur van Stop & Shop. Maar de bankiers bemoeiden zich niet met de supermarkten. Zolang de rente werd opgehoest en de winst bleef stijgen, mocht Stop & Shop verder zijn gang gaan.

“Na een etentje zaten we wel eens te dromen” vertelt Brian Hotarek, de financiële man van Stop & Shop. “Wie willen wij hebben als nieuwe eigenaar? Het was duidelijk dat alleen een Europese keten, Ahold of Tesco, de prijs zou willen betalen die KKR vroeg. De Amerikaanse ketens hadden hun eigen problemen, de Europeanen zagen hier kansen om te groeien.”

Een paar honderd kilometer zuidelijker, rond de steden Washington DC en Baltimore, ligt de nieuwste aanwinst van Ahold. Giant Food Inc. was het bedrijf van Israel ('Izzy') Cohen, de legendarische topman die drie jaar geleden op zijn 82ste overleed. Een maand voor zijn dood, toen hij al ernstig ziek was, opende Giant een nieuwe winkel in Virginia. Izzy kwam toch langs. Hij keek. En sprak één zin tegen de winkelmanager voor hij weer in zijn auto stapte: “Zorg goed voor de klanten.”

Giant Food Inc - de overname voor 5,4 miljard gulden wordt waarschijnlijk eind september afgerond - lette de afgelopen jaren minder op de cijfers dan KKR en Van der Hoeven zouden hebben gedaan. “We bouwden enorme tempels, dozen van 60.000 vierkante voet (omstreeks 5.500 vierkante meter) op plekken waar een winkel van 45.000 vierkante voet zou horen te staan”, zegt Mark Iskander, van de financiële staf van Giant. “Voor Izzy telde vooral kwaliteit, niet de kostenstructuur.”

Giant groeide onder Izzy als kool en heeft rond Washington DC - met buitenwijken waar een echtpaar gemiddeld meer dan 100.000 dollar verdient - een marktaandeel van 46 procent. Maar de winstgevendheid is de helft van die van Stop & Shop. Iskander legt een grafiek op de overheadprojector. “Mijn minst favoriete plaatje”, zegt hij. “Een skipiste.” De brutomarge hobbelde omlaag van zes procent in het boekjaar 1989-'90 tot drie procent in het afgelopen jaar.

Amerikanen willen graag met Ahold in zee. Op het prikbord in het hoofdkantoor van Giant in Landover, op een half uur rijden van Washington DC, hangt een A4-tje dat het personeel op de hoogte houdt van lopende zaken rondom de overname door Ahold: 'Hebben onze plannen om de winstgevendheid op peil te brengen invloed op de manier van werken? Zeker. Heeft de overname door Ahold invloed op onze manier van werken? Nee. Ahold wil dat dochterbedrijven zelfstandig blijven. Ze zullen ons helpen onze eigen plannen uit te voeren. Moeten we van de FTC (de Amerikaanse mededingingsautoriteiten - red.) winkels verkopen? Ja, een paar, waarschijnlijk in het noorden, waar we direct concurreren met de winkels van een andere Ahold-dochter.'

Stop & Shop is het kroonjuweel. “Wij willen de diamant worden”, zeggen ze bij Giant.

Ahold is voortgekomen uit Albert Heijn, een familiebedrijf zoals ook vrijwel al de Amerikaanse dochters groot zijn geworden onder één of twee generaties van de oprichtersfamilie. In 1977 maakte Ahold de sprong naar Amerika, de bakermat van de supermarkt, met de overname van Bi-Lo in het zuiden van de VS. Stop & Shop was de zevende overname, Giant wordt de achtste. Drie relatief kleine ketens zijn ondergebracht bij grotere zussen. Maar bij die vijf volwassen dames mocht en mag, mits de maandelijkse faxen met cijfers tot tevredenheid stemmen, het topmanagement blijven zitten. En groeien. Deze zomer maakten twee topmannen van Amerikaanse ketens de overstap naar de Zaanse raad van bestuur, die nu uit vier Nederlanders en twee Amerikanen bestaat.

De Amerikanen willen zo graag schuilen onder de paraplu van Ahold dat de gigant American Stores - omzet bijna 40 miljard gulden - in januari bij de Nederlanders langskwam met de vraag of er nog een plekje vrij was. Voor een bedrag van zo'n 15 miljard gulden zou Ahold in één klap de grootste keten in de VS zijn geworden.

Maar ook Giant kwam die maand langs. De erven Cohen boden een pakket aandelen aan dat recht gaf op de benoeming van vijf van de negen leden van de board, de Amerikaanse combinatie van raad van bestuur en raad van commissarissen. En Giant paste - mede gezien de 800 miljoen die net was uitgegeven in Latijns Amerika en de plannen in Azië - veel beter in het wensenlijstje van Ahold. De Amerikaanse ketens van Ahold liggen allemaal aan de oostkust, van New England tot aan Georgia. Giant vulde de enige overgebleven witte plek. Bovendien verkeert American Stores, met winkels verspreid over het midden en westen van de VS, in problemen na een mislukte centralisatie van de stafafdelingen - een plan dat indruist tegen de decentrale aanpak die Ahold juist hanteert.

Aholds kracht is het inpassen van goed lopende ketens, regionale marktleiders met winkels op mooie locaties. Door het uitwisselen van ervaringen helpen de ketens elkaar vooruit. En vanuit Nederland - waar ruimte schaars is - wordt onder meer kennis over logistiek ingevlogen. Aan het op de rails zetten van probleemgevallen wil Ahold liever niet zijn vingers branden.

Het zou ook de vraag zijn geweest of Ahold de overnamesom van 16 miljard gulden voor American Stores bijeen zou hebben kunnen brengen met een aantrekkelijke aandelenemissie - de favoriete vorm bij Ahold. De laatste emissie in maart dit jaar van 2,2 miljard gulden werd bij beleggers ondergebracht voor 67 gulden per aandeel. Deze week was de koers op de Amsterdamse beurs ongeveer een tientje lager. Voor Giant hoopt Ahold de komende maand vier miljard gulden bij investeerders los te krijgen, wat gezien de turbulentie in de financiële markten van de afgelopen weken niet zo heel eenvoudig zal zijn.

American Stores vond begin deze maand onderdak bij Albertson's. Samen worden ze de grootste in de VS met bijna 70 miljard gulden omzet. Ahold is in Amerika, inclusief Giant, nu de nummer vijf met tegen de 40 miljard gulden omzet.

“David, we doen het toch.”

Op 19 mei dit jaar belde Cees van der Hoeven 's ochtends om tien uur met Lord David Sainsbury. Hij was al twee keer langs geweest bij de topman van de Britse supermarktketen. Net als Ahold, het Duitse Tengelmann, het Belgische Delhaize en het Franse Promodes, was ook Sainsbury zijn geluk gaan beproeven in Amerika. In 1994 had hij een belang genomen in Giant. Hij had de aandelen die recht gaven op de benoeming van vier leden van de board. Met het pakket van de erven Cohen kreeg Ahold vijf leden. Maar Sainsbury wilde niet verkopen, niet in januari, niet in april, niet op 19 mei om tien uur 's ochtends.

Een uur later belde Lord Sainsbury terug. “Honderd miljoen gulden.”

“Even overleggen”, zei Van der Hoeven. Hij belde zijn voorzitter van de raad van commissarissen. De prijs voor het pakket van de erven Cohen was 5 miljoen gulden - plus de belofte dat alle aandeelhouders dezelfde prijs per aandeel zouden krijgen waardoor de overnamesom op 5,3 miljard gulden uit zou komen.

“Okee, je hebt een deal”, kon Van der Hoeven even later melden aan Lord David, die kort daarna zijn taken als bestuursvoorzitter neerlegde en sindsdien probeert als voorzitter van de Engelse cricketbond zijn favoriete sport nieuw leven in te blazen.

“Doe maar een kratje van 24 flessen”, zei Larry King een half jaar geleden tegen de manager van Something Special, the Giant Gourmet Store. De Amerikaanse tv-ster van CNN was net verhuisd naar een van de sjiekste buitenwijken van Washington en had een paar flessen Dom Perignon nodig voor het inwijdingsfeestje. Een kratje van 2.400 gulden. “Mijn klanten letten niet op de prijs, alleen op service en kwaliteit”, vertelt de manager van de winkel.

Toch is het experiment met de Gourmet Store mislukt. Het luilekkerland vol delicatessen, gebraden kippen en afhaalmaaltijden draait met verlies. De koks achter de toonbank hebben het druk rond de lunch en aan het einde van de middag, maar in de overige uren valt de omzet tegen. De winkel wordt binnenkort ondergebracht bij een van de 178 'gewone' supermarkten van Giant, aan de overkant van de straat.

Supermarkten hebben het moeilijk in de Verenigde Staten, zegt Rob Zwartendijk, die meer dan tien jaar de Amerikaanse ketens van Ahold heeft geleid. De concurrentie komt van twee kanten. De warenhuisachtige winkelketens als Wal-Mart - omzet meer dan 200 miljard gulden per jaar - beginnen ook levensmiddelen te verkopen. En de haastige klanten - de werkloosheid is lager dan ooit - eten steeds vaker bij fastfood-restaurants als McDonalds en Wendy's of halen hun kant-en-klare maaltijden bij kleinere, gespecialiseerde traiteurs. Vandaar een experiment als de Gourmet Store.

“Het is een flitsend concurrentiespel”, zegt Zwartendijk. Locaties zijn eenvoudig te krijgen, de overheid stelt geen wettelijke beperkingen aan het assortiment. De meeste supermarkten hebben een eigen apotheek in huis, maar de nog zelfstandige apotheken verkopen ook shampoo, luiers en tandpasta. De helft van de duizend Ahold-winkels in de VS heeft een bankfiliaal. Honderden hebben een bloemist en een forse afdeling met boeken in huis. Bijna alle winkels experimenteren met een vorm van homeshopping: klanten kunnen vanuit huis hun boodschappen bestellen.

“Om in die concurrentieslag mee te kunnen doen”, zegt Zwartendijk, “moet je snel kunnen handelen en over veel geld beschikken.” Hij verwacht dat er de komende jaren in de VS nog heel wat ketens van eigenaar verwisselen. In de meeste Europese landen hebben de vijf grootste supermarktketens samen een marktaandeel van 85 tot 90 procent. In de VS heeft de top-vijf gezamelijk een marktaandeel van nog geen 25 procent. De schaalvoordelen liggen voor het oprapen. “Wij zijn daar als eerste mee begonnen, maar de anderen zijn nu ook in beweging gekomen.”