CUBAANSE SOMMEN

Volgens mevrouw A. van der Linden, zo schrijft Michaja Langelaan in 'Klassikaal zonder drillen' (W&O, 6 juni), maken Cubaanse zesdeklassertjes (lager onderwijs) sommen welke men ten onzent pas in de tweede klas Havo opgeeft. Hiermee komt overeen hetgeen S.H. Froome vond bij vergelijking van rekenboekjes uit 1929 en 1969: dat opgaven zoals vroeger aan twaalfjarigen voorgelegd veertig jaar later pas geschikt geacht werden voor kinderen van zestien.

Een mogelijke verklaring kan men ontlenen aan de toestand van het lager onderwijs in Nederland omstreeks 1900, zoals beschreven door onder anderen Theo Thijssen. Terwijl de meesten na de lagere school een beroep moesten zoeken, werd een goede leerling geraden om de hoogste klas te doubleren en daarbij Franse les te volgen. Zulk een leerling werd geacht de vaste onderwijzer bij diens afwezigheid te kunnen vervangen (gelijk nu in Cuba). En uit deze kinderen recruteerde de onvolprezen kweekschool op haar beurt het leerlingenbestand. Maar door thans (gelukkig) veel grotere mogelijkheden tot vervolgstudies na de lagere school blijft voor de huidige Pabo alleen maar tweede en derde keus aan schaars en veelgevraagd wiskundig talent over.

Als gevolg verscheen op een schoolbord de giller: 4x4=16. Doch een hooggeplaatste verantwoordelijke voor het lager onderwijs achtte dit niet ernstig, omdat de kinderen thans toch alleen met hun zakjapannertje rekenen. Dientengevolge is het gevoel voor de esthetiek van de wiskunde teloorgegaan waardoor men geen acht heeft geslagen op het schoonheidsfoutje dat binnenkort uitdijt tot een groot en riskant millenniumprobleem.

In tegenstelling tot alhier gangbaar denken werkt klassikaal onderwijs in hoofdzaak socialiserend. Het resultaat van 'selectievrij onderwijs' is vaak alleen nivellering naar beneden naast (zelf)censuur op bewustwording van verschillen en vooral van het uiten daarvan. Hetgeen kan uitgroeien tot hypocriete politieke correctheid.

    • E. Farenhorst