Congo aan barrels

The Congo Basin / le bassin du Congo. Eds. Cas besselink en Peter Sips. Uitgave IUCN Amsterdam. 216 pag, geïll., Prijs ƒ 50,- inclusief verzendkosten. ISBN: 90 75909 047. Te bestellen bij IUCN, tel. 020-6261732 of bij Milieuboek Amsterdam, tel. 020-624 4989.

Half Afrika dreigt te worden meegesleurd in de bloedige burgeroorlog in Congo. Als pleidooi voor behoud van biodiversiteit verschijnt het boek 'The Congo Basin' dan ook op een nogal ongelukkig moment. Het boek schetst een beeld van de ongelooflijke biologische èn cultuurhistorische rijkdom van het uitgestrekte tropisch regenwoud, dat het Congo Bekken in Centraal Afrika nog grotendeels bedekt. Het geeft nieuwe cijfers over de voortschrijdende ontbossing in Centraal-Afrika en gaat en bespreekt initiatieven om die tegen te gaan. Bedreigingen zijn er genoeg, nog afgezien van de voortwoekerende oorlog. Bevolkingsgroei, ontbossing, exploitatie voor timmerhout, plantages, branden, jacht en mijnbouw eisen hun tol. Het bosgebied wordt steeds kleiner en oorspronkelijke bosbewoners, zoals de Pygmeeën, worden steeds verder teruggedrongen. Op het eerste gezicht lijkt het bos nog grotendeels intact, maar de bij het boek behorende kaarten laten zien dat grote gebieden inmiddels door corrupte machthebbers in concessie zijn gegeven aan grote mijnbouwbedrijven en dubieuze houtfirma's.

En dat terwijl de laaglandbossen van het Congo Bekken tot de soortenrijkste bossen van Afrika behoren. Biologen schatten dat hier alleen al 10.000 verschillende plantensoorten leven, waarvan vier vijfde nergens anders op aarde voorkomt. Alleen al de Republiek Congo telt 409 soorten zoogdieren, waaronder 32 soorten apen. Dieren zoals de dwergchimpansee en de okapi komen nergens anders voor. Er leven meer dan duizend verschillende soorten vogels, zo'n 80 soorten amfibieën en 408 soorten zoetwatervissen, om nog maar te zwijgen van de vleermuizen, vlinders en noem maar op. De meeste soorten ongewervelde dieren zijn nog niet eens ontdekt. Twintig jaar geleden werden in Gabon nog tien nieuwe soorten zoetwatervissen beschreven, en in 1992 vond een Nederlandse botanicus nog 15 nieuwe soorten begonia's in het bos.

The Congo Basin is uitgegeven door de Nederlandse afdeling van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN). In de bundel komen zoveel mogelijk Afrikaanse auteurs aan bod. Hun bijdragen verschijnen nu eens in het Engels, dan weer in het Frans en worden steeds in beide talen samengevat.

Het eerste deel van het boek bevat biogeografische beschrijvingen van de natuurlijke rijkdom van het Congo Bekken. In het tweede deel komen de inheemse volkeren, waaronder Pygmeeën, voor het voetlicht. Het derde en grootste deel is gewijd aan de vele bedreigingen van het regenwoud.

Hoewel bushmeat voor de oorspronkelijke bosbewoners dagelijkse kost is, terwijl tamme geiten, schapen en kippen in de dorpen alleen bij bruiloften, begrafenissen en inwijdingsrituelen worden geslacht, is deze oorspronkelijke bevolking zo dun gezaaid dat hun vleesconsumptie de fauna niet bedreigt. Heel anders ligt dat voor de massaal opgekomen handel in bushmeat richting stad, zo blijkt uit diverse onderzoeken door IUCN en Wereld Natuur Fonds. Aanvankelijk gingen deze vleestransporten vooral per boot en spoor, maar door de toenemende ontsluiting van het oerwoud voor de houtkap in toenemende mate ook over de weg. Dat geldt niet alleen voor Congo, maar ook bijvoorbeeld voor Kameroen. Daar staan vrijwel alle zoogdiersoorten en reptielen op het menu, waaronder ook olifant, gorilla en chimpansee. Die laatste drie zijn prijzig en gelden als uitermate chique. Gerookt gorilla- en chimpanseevlees heeft zijn weg gevonden naar de Afrikaanse markten in steden als Madrid, Parijs en Brussel.

Recent is de houtkap in een stroomversnelling geraakt doordat de prijzen voor Kameroens traditionele exportproducten zoals olie, koffie en cacao sinds de jaren tachtig zijn gekelderd. De lokale bevolking heeft gewoonlijk geen baat bij de houtkap door buitenlandse, veelal Franse bedrijven, integendeel. In de praktijk leidt ontsluiting van het bos vaak wèl tot sterke uitbreiding van jachtpraktijken om de houtarbeiders van goedkoop eiwitrijk voedsel te voorzien. Bovendien vervoeren de vrachtwagens die het hout afvoeren vaak tegelijk ook bushmeat naar de markten in de stad als extra inkomstenbron. En terwijl de Wereldbank enerzijds de noodzaak tot behoud van de bijzondere biodiversiteit van een land als Kameroen volmondig erkent en ook financieel steunt, is het diezelfde Wereldbank die het land stimuleert om zoveel de export (lees: houtexport) zoveel mogelijk op te schroeven om daarmee de rente en aflossingen aan de buitenlandse schuldeisers, die het land in een economische wurggreep houden, te kunnen voldoen. Tussen 1995 en 1997 steeg de houtexport met 30 procent, inmiddels is Kamoeroen verreweg de grootste houtexporteur op het Afrikaanse continent. In 1997 werd naar schatting 2.180 miljoen kubieke meter hout geëxporteerd, waarvan 80 procent in de vorm van ongezaagde stammen. Hout heeft ruwe olie vervangen als voornaamste exportproduct.

Een andere bedreiging voor het ongerepte regenwoud vormt de grote oliepijpleiding van het consortium van EXXON, Shell en Elf die vanuit Tsjaad dwars door Kameroen zal lopen. Volgens biologen hoort dit megaproject (kosten naar schatting 3,5 miljard dollar) tot de grootste ecologische bedreigingen, niet alleen voor het tot nog toe vrijwel onontsloten Afrikaanse regenwoud dat de pijpleiding over een traject van 1.115 kilometer zal doorsnijden, maar ook voor het kwetsbare kustmilieu van de Golf van Guinee, waar de pijpleiding zal uitmonden. De pijpleiding moet 250.000 barrels olie per dag gaan vervoeren.

Het is een oud verhaal en een triest verhaal, dat in The Congo Basin wordt verteld. Ongetwijfeld maakt de huidige burgeroorlog de economische problemen nog veel groter. Het boek is grondig gedocumenteerd, bevat veel recente cijfers en uitgebreide literatuurverwijzingen. Het boek werd in juni 1998 aangeboden op een internationale ministersconferentie over het behoud van de Centraal Afrikaanse regenwouden in Bata, Equatoriaal Guinee. Daar werd een slotverklaring gepresenteerd met als eerste doelstelling 'de identificatie van sleutelelementen voor een gemeenschappelijke boswetgeving en duurzaam bosbeleid.' Dat zijn mooie woorden.