Beaumarchais als analist

Begin augustus rommelde er iets in Wall Street. Niemand wist wat de oorzaak was - de precieze oorzaak zoals de nieuwslezers zeggen - maar in ieder geval deed het de koersen geen goed. Het bevriende staatshoofd Boris leek ze nog alle vijf bij elkaar te hebben, en zijn oude vriend, het andere bevriende staatshoofd Bill, maakte zich gereed om bijna alles op te biechten. Aan die beiden kon het dus niet liggen. De analisten stelden de beleggers gerust, en terecht. Omdat ik er toevallig in de buurt was ben ik er even gaan kijken. Op zes augustus zag Wall Street er solide uit. De koersen klommen dan ook weer uit hun dipje.

Van tijd tot tijd denk ik aan Beaumarchais. Die weer! zult u denken. Waarom niet eens een keer aan Thomas van Aquino. Wacht even. Deze passage van hem, uit de Barbier van Sevilla, gaat over de laster, de roddel. Die begint als een 'zacht briesje, een vriendelijk zuchtje.' Het geruis 'dringt behendig binnen in de oren van de mensen en doet hun hoofden en hun hersenen duizelen en opzwellen. En als het uit hun mond komt, groeit het gekakel.'

Zo gaat het verder. Het wordt 'een aardbeving, een noodweer, een algeheel geraas, een koor van haat' en 'de ellendige belasterde crepeert... vernederd en vertrapt onder de gesel van de mensen'.

Niet alleen Wall Street maar alle beurzen ter wereld zijn er aan het einde van deze maand, die nog zo geruststellend was begonnen, slecht aan toe. De Tribune van 28 augustus, de dag waarop dit wordt geschreven, opent met een kop over de hele pagina: Anxiety Grips Financial Markets Around Globe. Op de televisie zien we: radeloze, wanhopige Russen die elkaar bij wijze van spreken de kleren van het lijf rukken terwijl ze zich toegang proberen te verschaffen tot de loketten van de banken, om daar voor hun laatste roebels nog een paar dollars te kopen - en dit terwijl ze weten dat die dollars allang heel ergens anders zijn. Als leek op het gebied van de Russische en wereldfinanciën voorspel ik dat we binnenkort nog veel meer van dit soort beelden zullen zien.

Dat alle beurzen ter wereld zich in de greep van de angst bevinden is duidelijk. Maar waarom nu? Terwijl tien jaar geleden ook al viel te voorspellen dat de Russen er de eerste generaties niet bovenop zouden komen. Terwijl het al meer dan een jaar duidelijk valt te zien dat de Russische president niet meer de oude is. Je weet natuurlijk wel hoe het komt. De internationale gebruiken, in de politiek, de economie, de financiën, willen dat je alles wat je ziet, niet meteen hardop zegt. Het begint als gefluister. Wie eerst iets fluistert vindt scherper oren dan wie meteen begint te schreeuwen.

Daarmee is het model Beaumarchais dan begonnen. Het schreeuwen komt later vanzelf. Als de grote Franse schrijver nu zou leven, zou hij misschien een beursanalist zijn. Hoe het eindigt staat hierboven geciteerd. In dit geval wordt de rol van de 'ellendige belasterde' door de beurs gespeeld. Terecht of niet, maar die legt het loodje, en daarmee de belegger - vooral de kleine. Dat is dan weer een variant op Louis Davids, om die dan ook maar eens aan te halen. 'Dat is die kleine man, die hele kleine man...'

Zo komen we spelenderwijs terecht in de depressie van de jaren dertig. De Andrew Sisters met hun Bei mir bist du schön kunnen er ook nog bij, met een paar regels uit de Nederlandse tekst: 'We trekken van de steun, we eten van het crisiscomité. We eten erwtensoep, zo dun als koeiepoep,' enz.

Drie weken geleden heb ik me beroepen op John Kenneth Galbraith, zijn A Short History of Financial Euphoria. Hij begint met de analytische beschrijving van de tulpenmanie in onze Gouden Eeuw en eindigt bij de krach van 1987. Laatste zin: 'Zo is het al eeuwen gegaan; zo zal het tot in de verre toekomst zijn.'

Op de gang van onze redactie waren de gebeurtenissen in Moskou natuurlijk het gesprek van de dag. 'Het gaat er in de regel niet om wat er aan de hand is, maar wat iedereen vindt dat er aan de hand is', zei een redacteur die het weten kan, daarmee de tegenstelling tussen twee grootheden beschrijvend, namelijk de werkelijkheid en de gedachte werkelijkheid. Het ongeluk wil dat er dan een fase is waarin niemand weet wat de gedachte en wat de werkelijke werkelijkheid is.